De cache ligt niet op de coördinaten die hierboven staan. Eerst moet er flink gepuzzeld worden.
"Men meent dat goede trouw kwalijk samengaat met vleierij, maar dat dit een volstrekt verkeerd punt is, had men zelfs uit het voorbeeld van stomme dieren wel kunnen leren."
(Erasmus, Moriae encomium, sive Stultitiae laus, 1511)
De Vos en de Raaf
Op enen boem sat tere stont
Een roec ende hadde in sinen mont
enen case. Dit sach Reinaert
Ende sprac aldus ten roeke waert :
Dine vederen sijn soe scone,
Du mochts boven allen voglen crone
Draghen, hadstu claren sanc. »
Bi gode", ja ic, » seidi, « Goddanc. »
Doen toendi aldaer sijn luut.
Hi gapede ende die case viel uut.
Den case greep die vos Reinaert
Ende liep te sinen hole waert.
Dus sijnre vele te scheme ghedreven
Bi prise, die si hem horen gheven.
(1668, Jean de La Fontaine, Fables du Livre I)
In een boom zat op zekere dag
een raaf en die had in zijn snavel
een stuk kaas. Dit zag Reinaert de vos
en die zei tot de raaf:
‘Wat heb jij een prachtige veren!
Je zou de kroon spannen boven alle andere vogels,
als je ook zo mooi kon zingen.’
‘Bij God, dat kan ik!’ zei de raaf, ‘goddank’.
En toen liet hij zijn stem horen.
Hij opende zijn snavel en de kaas viel eruit.
Vos Reinaert greep de kaas
en liep ermee naar zijn hol.
Zo is al menigeen voor de gek gehouden
door lof die hem werd toegezwaaid.
(1668, Jean de La Fontaine, Fables du Livre I)
Morael:
Valsch spel ende vleyerey, Reinaert staet d'n mensch nabey.
Die roec, den zot, liet jammerlijc los, doch lievde ongehuygelt tot den vos.
Sluwen Reinaert, in triumphe toogh hi heen, doch et lot besegelt menich een.
Beter is enen mensch die dwaesheit toont, dan hi die de wijsheit gans verloocht.
