Elk jaar trekken vele vogelsoorten weg omdat ze bij ons in de winter geen voedsel meer vinden. Veel vogels die in de zomer leven van insecten, kikkers, wormen,… zoeken in de herfst warmere oorden op. Tot in Centraal- en zelfs Zuid-Afrika vliegen boeren-, huis- en gierzwaluw, grasmus, koekoek, wielewaal, ooievaar, wespendief, boomvalk en nachtegaal om te overwinteren en in het voorjaar terug te keren naar hun broedplaats hier bij ons.
Maar door de klimaatopwarming kiezen steeds meer vogels ervoor om in de winter toch maar hier te blijven. We zullen trekvogels dan ook vaker opmerken tijdens een wandeling in eigen streek.
Zoek in elke cache het bijhorend cijfer.
De bonus vind je op
N 51° 02 tjiftjaf – blauwborst – roodborst
E 03° 49 nachtgaal – zwaluw – koekoek

foto: Luc Meert
Sommige roodborsten trekken in het najaar weg, anderen blijven. De roodborsten die je ’s winters in de tuin ziet, zijn vaak noordelijke wintergasten uit Scandinavië. Bij zangvogels geldt meestal dat enkel de mannetjes zingen. Roodborsten vormen hierop een uitzondering: roodborst-vrouwtjes zingen ook, vooral in de herfst. Roodborsten zingen van ’s morgens tot ’s avonds, zelfs als het nog of al donker is. Ze gebruiken hun zangtalent om hun territorium af te bakenen en zijn dikwijls agressief tegen soortgenoten. Het zijn solitaire vogels en maken hun nesten goed verborgen op de grond.