We hebben 9 maart 2023 de formule van de eindcache een klein beetje gewijzigd omdat we de nieuwe cache een paar meter van de oude locatie hebben neergelegd!
Struikelsteentjes in Eijsden-Margraten
Stolpersteine, in het Nederlands vertaald als struikelsteentje, is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Het zijn kleine monumenten voor slachtoffers van het Naziregime. De steentjes zijn betonblokjes 10 x 10 cm groot met een messing plaatje aan de bovenkant waarop de naam, geboortedatum en de plaats en datum van overlijden zijn gestanst, en soms ook de deportatie- of arrestatiedatum. Ze worden gelegd in het trottoir voor de vroegere woonhuizen van de slachtoffers. De bedoeling van de steentjes is dat je je moet bukken om de naam die op het steentje staat te lezen, en op die manier ook een eerbetoon brengt aan de overledenen. De eerste stappen in dit project werden rond 1995 gezet en in 2000 werd de eerste officiële Stolperstein door Gunter Demnig gelegd. Inmiddels zijn er ongeveer 80000 struikelsteentjes wereldwijd geplaatst.
Ook in veel Nederlandse gemeenten liggen inmiddels struikelsteentjes. In de gemeente Eijsden-Margraten zijn in 2018 de eerste struikelstenen gelegd ter herinnering aan hen die in 1940-1945 zijn vermoord. Op 13 maart 2019 werden nog eens 10 struikelstenen geplaatst in aanwezigheid van initiatiefnemer Gunter Demnig.

Gunter Demnig plaatst een struikelsteentje
In Eijsden zijn steentjes geplaatst voor de Joodse slachtoffers en voor leden van het verzet die in de oorlog zijn omgekomen. Tijdens de oorlog woonden er nog 3 Joden in Eijsden. Deze zijn allen gedeporteerd en omgekomen. Op het Joods monument op het Vroenhof staan de namen van alle 13 omgekomen joden die uit Eijsden afkomstig waren. In het verleden was de Joodse gemeenschap hier veel groter. In 1869 telde Eijsden 108 Joodse inwoners, in 1899 was dat afgenomen tot 50 en in 1930 was dit aantal geslonken tot 6.[1
De multi brengt je op de plaatsen in Eijsden waar struikelsteentjes zijn gelegd. Er zijn binnen de gemeente Eijsden-Margraten ook struikelsteentjes geplaatst in Gronsveld en ’t Rooth, maar daar gaat de tocht niet langs.
In Gronsveld zijn twee steentjes geplaatst aan de Stationsstraat 22 voor echtpaar Schaap-Canther, één voor Bina Schaap-Canther (Eijsden 1865-Sobibor 1943) en één voor Heiman Schaap (1866-1943). De familie Schaap bestond uit 4 personen en moest zich in april melden in Vught. Echter, de oude Heiman Schaap overleed in zijn bed in Gronsveld. Zijn zoon Alexander en zijn vrouw deden aangifte bij de gemeente en doken direct hierna onder. Zijn vrouw Bina Schaap-Canther, die al dementeerde, werd aangehouden en via kamp Vught en Westerbork afgevoerd naar Sobibor.
Het steentje in ’t Rooth is geplaatst voor Mathieu Speetjens (Margraten 1919-Mauthausen 1945) die woonde ’t Rooth 25 (oud adres, woning bestaat niet meer), het steentje werd geplaatst voor de kapel tegenover 't Rooth 24. Mathieu Speetjens was een boerenknecht die samen met zijn twee broers klussen deed voor de Belgische verzetsgroep de Witte Bende. Hij bracht onderduikers naar hun nieuwe adressen en zorgde voor valse voedselbonnen. In juli 1944 werd hij gevangen genomen tijdens een bijeenkomst met de groep in Maastricht. Hij werd overgebracht naar kamp Vught en overleed in Mauthausen. Na de oorlog bouwden zijn ouders een altaartje aan ’t Rooth.[2]
De overige struikelsteentjes liggen in Eijsden. Parkeren kan best op het Vroenhof. Op het Vroenhof bevinden zich twee monumenten: het Verzetsmonument en het monument “de Breuk” voor de Joods slachtoffers afkomstig uit Eijsden.
WP1 N 50°46.639 E 005°42.144
Joods Monument met de namen van de in Eijsden geboren Joden die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorlog. Vier van de 13 namen hierop waren toen nog in Eijsden of Gronsveld woonachtige joden. In de nabijheid staat ook het Verzetsmonument met de namen van de vijf verzetsstrijders uit Eijsden die hun leven verloren.
WP2 N 50°46.649 E 005°42.158
Aan het Vroenhof woonden Caroline en Seraphine Isaac, beiden al op leeftijd. In het gemeentearchief van Eijsden bevinden zich verschillende originele brieven die betrekking hebben op Carolina en Seraphine Isaac: 23 januari 1941.[3] Dit geeft een aardig inkijkje hoe de Duitsers de namen van Joden in handen kregen. Carolien overleed spoedig na haar deportatie naar Vught, Seraphine werd april 1943 vergast in Sobibor.
Brief aan de burgemeester van Eijsden:
'Bij dezer zijn we zoo vrij U Edele in kennis te stellen ik Caroline Isaac geboren te Eisden den 24 Juni 1869 en ik Seraphine Isaac geboren te Eisden den 11 juni 1870 Israeliet zijn van Joodsche ouders en grootouders, wonende te Eisden Vroenhof 13 en zonder beroep en ongehuwd zijn en verblijven. Hoogachtend Gez. Isaac'
27 februari 1941
De burgemeester van Eijsden meldt aan het Hoofd der Rijksinspectie van de Bevolkingsregisters in ’s-Gravenhage de eer te hebben mede te delen dat overeenkomst artikel 8 der Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied dd. 10 januari 1941 de hoedanigheid van den aangemelde als persoon van Joodschen bloede in het bevolkingsregister aangetekend is en wel van:
- Isaac, Seraphine, geboren 11 juni 1870 te Eijsden, N.I., zonder beroep
- Isaac, Carolina, geboren 24 juni 1869 te Eijsden, N.I., zonder beroep
- Stern, Sigmond, geboren 10 september 1872 te Eijsden, N.I., zonder beroep
30 september 1942
De burgemeester van Eijsden deelt aan het Gewestelijke Arbeidsbureau te Maastricht mee dat in deze gemeente slechts drie joden woonachtig zijn n.l. 1 mannelijke en twee vrouwelijke joden welke alle drie de grens van 70-jaren overschreden hebben.
17 juni 1943
Hoofdwachtmeester-Groepscommandant A. Simmelink bericht aan de heer Politie-Gezagsdrager te Eijsden, onder toezending van inventarisatie-lijsten, dat hij opdracht heeft gekregen om goederen die zich in de woningen van de familie Frederiks [bedoeld wordt hier de familie Isaac] bevonden te inventariseren. De lijsten van deze inventarisatie zouden met de huissleutels ten gemeentehuize alhier worden gedeponeerd.
(Gemeentearchief Eijsden)
Van de gezusters zijn nog twee vaasjes te zien in het familie museum (Ursulinenconvent) te Eijsden.
WP3 N 50°46.583 E 005°42.159
In de Kerkstraat woonde Sigmund Stern. Zowel de familie Isaäc als de familie Stern waren afkomstig van Breitenborn (Pruisen) en kwamen rond 1820 naar Eijsden. Sigmund Stern werd in 1872 geboren als enig kind. Hij was veehandelaar, ongehuwd, en lid van de Oude Harmonie van Eijsden. Hij bezat naast zijn huis nog wat landerijen die hij in 1941 op last van de bezetter moest gaan verkopen aan niet-Joodse boeren. In de eerste week van april 1943 werden de drie Eijsdense Joden door de Sicherheitsdienst uit Maastricht opgehaald en samen met veel andere Limburgse Joden overgebracht naar kamp Vught en vandaar naar Sobibor. Zijn bezittingen werden na zijn deportatie geconfiskeerd. Het huis werd in 1960 op de voorgevel na (vanwege het straatbeeld) gesloopt en er zijn winkels voor in de plaats gekomen.[4]
WP4 N 50°46.554 E 005°42.088
Aan de Diepstraat, naast de Joodse Synagoge (Diepstraat 53), woonden Alexander Markx en zijn vrouw Bertha Leviticus voor hun verhuizing naar Maastricht.
De overige struikelsteentjes zijn geplaatst voor verzetsstrijders. Eijsden was een belangrijk knooppunt in ontsnappingsroutes waarin het kasteel, graaf De Liedekerke en de boerderij van Alphons Smeets een belangrijke rol speelden. Aan het begin van de oorlog liepen veel Duitse transporten van Franse krijgsgevangenen uit de regio Namen via een tijdelijk bivak bij het station van Eijsden. Ontsnapte Franse krijgsgevangenen werden geholpen via België naar hun vaderland terug te keren. Hierdoor kreeg de organisatie in Eijsden contact met het verzet aan de Belgische kant van de grens. Ook talrijke joden en later ook geallieerde piloten vonden via Eijsden, Visé en Luik hun weg. In België speelden hierbij verschillende groepen een rol, zoals de groep-Luc en een groep rond de Belgische arts Jules Goffin. Deze hielden zich behalve met ontsnappingslijnen ook bezig met sabotage en inlichtingenwerk voor Londen, bijvoorbeeld het doorgeven van treinen met materieel of troepen die de stations van Eijsden en Visé passeerden. Later ontstond ook samenwerking met de (oorspronkelijk in Rotterdam gebaseerde) groep-Erkens. In 1942 kwamen de activiteiten van deze groepen in beeld bij het Groningse filiaal van de Abwehrstelle Wilhelmshaven, ondermeer via opgepakte vluchtelingen. De groep werd geïnfiltreerd en de Duitsers kregen zo veel belangrijke informatie over de werking en de betrokken personen bij de diverse verzetsgroepen. In oktober en november 1942 culmineerde dat in de arrestatie van bijna zeventig mannen en vrouwen uit de regio Eijsden, Voeren en Luik. Een aantal verzetsmensen uit de omgeving van Eijsden werden na hun arrestatie en verhoor door de Maastrichtse SD overgebracht naar de SD gevangenis in Haaren (bij Vught) en later naar de Utrechtse gevangenis aan de Gansstraat. Daar werden zij ter dood veroordeeld en op 9 oktober 1943 werden Graaf de Liederkerke, Alphons Smeets en zijn broer Hubert in fort Rhijnauwen (bij Bunnik) gefusilleerd, samen met onder andere de Voerense huisarts Goffin en twee paters uit de abdij van Val-Dieu.[5].
WP5 N 50°46.390 E 005°42.050
Het kasteel van graaf Raphaël De Liedekerke de Pailhe. Hier ligt geen struikelsteentje. Deze zal op een later moment geplaatst worden in de kapel van het Museum het Ursulinenklooster in Eijsden. De graaf was als het ware de spin in het web van de Eijsdense verzetslieden. Hij vocht in mei 1940 mee met het Belgische leger, en was betrokken bij het over de grens helpen van gevluchte krijgsgevangen en gestrande piloten. Hij was daarnaast actief in de Belgische spionagegroep “Clarence” onder leiding van de huisarts Jules Goffin en werd gearresteerd door de Sicherheitsdienst op 7 oktober 1942. Zijn echtgenote werd op 5 november 1942 gearresteerd. Hij was gehuwd en vader van vijf kinderen.
WP6 N 50°46.222 E 005°42.040
De boerderij van Alphons Smeets, gearresteerd 7 oktober 1942 samen met zijn vrouw, zijn zoon, en Jan Smeets.
WP7 N 50°46.322 E 005°42.543
Het woonhuis van Hubert Smeets, eveneens actief in de groep rond Alphons Smeets en graaf De Liederkerke. Hubert was een broer van Alphons, bestuurslid van St. Cecilia, en gemeentesecretaris van Eijsden. Hij was het die de informatie van Joseph Partouns en Jef Reintjes doorspeelde naar verzetsgroepen in België. Hij tikte de gegevens uit op vloeitjes en bracht deze per fiets naar Visé. Hij werd 7 oktober 1942 gearresteerd,. Hij had een vrouw en 2 kinderen.
WP8 N 50°46.364 E 005°43.407
Ook Chrétien Peussens was een verzetsstrijder. De familie Peussens bestierde het café aan de Rijksweg en hielp bij het laten onderduiken van piloten en Joden. Nadat ze in juli 1942 werden verraden door een dorpsgenoot, gingen de beide broers Chrétien en Martin en hun zus Anna op transport. Martin Peussens werd overgebracht naar kamp Vught en daarna naar Sachsenhausen, maar keerde in april 1944 terug naar Eijsden. Zijn zus Anna kwam na een kort verblijf in een Amsterdamse gevangenis vrij. Chrétien overleed in Oranienburg.
WP9 N 50°46.383 E 005°42.671
Jef Partouns was werkzaam als laborant op de Zinkwit. Klein van gestalte, hij had als bijnaam “Snoekje”, omdat hij watervlug was. Hij observeerde samen met Johannes (Jean) Arpots en Josef (Jef) Reintjes Duitse militaire transporten aan het station Eijsden. Daarnaast hielpen ze ontsnapte krijgsgevangenen, die via Spanje naar Engeland wilden ontkomen, de grens over naar België. Op 5 november 1942 werden ze alle drie gearresteerd. Jef Partouns overleed in 1944 in Natzweiler aan vlektyphus.

U kunt uw oplossing valideren met certitude.