Het verhaal van Wouter de cachekabouter.
Er was eens een kabouter, Wouter de cachekabouter. Hij woonde in een mooie, rode paddenstoel met witte stippen. Deze paddenstoel stond in een heel groot bos in Nunspeet, het Kabouterbos. Dit bos was zo groot, dat Wouter wel uren moest wandelen om bij een andere paddenstoel te komen. Wouter woonde helemaal alleen in zijn paddenstoel. Hij voelde zich eenzaam en ongelukkig. Maar elke dag had hij één geluksmomentje. Het moment waarop hij een cache maakte. Elke avond voordat Wouter naar bed gaat, zet hij zijn rode puntmutsje af en knijpt deze tussen zijn handjes. Hij gaat op zijn knietjes zitten en doet een wens. “Ik wens dat ik op een dag heel veel mensen gelukkig mag maken met mijn caches.” Op een ochtend werd Wouter wakker. Er werd geklopt op het deurtje van zijn paddenstoel. Hij schrok er een beetje van. Wie zou dat zijn? Wouter springt uit bed, zet zijn rode mutsje op en trekt zijn ochtendjasje aan. Snel sprint hij naar de deur en doet deze vol enthousiasme open..
Zijn gezicht betrekt. Hij ziet niemand. Wie belde er dan aan? Wouter kijkt naar links, kijkt naar rechts. Hoe kan dat nou? Hij kijkt op de grond en hij schrikt. Er ligt een brief met een rood strikje er omheen. Hij trekt aan het strikje en rolt de brief open. Het is een kaart van het bos met een rode lijn erop. Het lijkt wel, nee het is een ontdekkingstocht! Wouter doet de deur achter zich dicht en gaat in zijn grote stoel naast de warme openhaard zitten. Hij tuurt naar de kaart en de rode lijn die er overheen loopt. De tocht start bij zijn paddenstoel en eindigt bij een rood kruis. Wat zou daar zijn? Om daar te komen zal hij het Kabouterbos moeten verlaten. De route ziet er spannend uit. Over een heuvel en langs het water. Hij denkt na en ineens schiet hem iets te binnen! “Dit kan wel eens met mijn wens te maken hebben! Misschien heeft iemand mijn wens gehoord!” Wouter springt van de stoel af en weet het meteen zeker: “Ik ga deze tocht maken!” Snel springt Wouter van zijn grote stoel. In het badkamertje wast hij zich en kleed hij zich om. In de woonkamer trekt hij stevige schoenen aan voor de tocht. Hij stopt zijn zakje vol met tools om caches mee te verstoppen. De kaart van het bos steekt hij in zijn broekzak. “Ik ben er klaar voor!” roept hij vastberaden. En hij verlaat zijn paddenstoel.
Vol goede moed begint Wouter aan zijn tocht. Hij vindt het heel erg spannend, maar hij heeft de kaart goed bestudeerd. Hij begint te wandelen. En te wandelen. Stap, stap, stap. Na een paar uur stevig doorwandelen ziet hij een paddenstoel. Het deurtje van de paddenstoel gaat open en er begint een kabouter enthousiast naar Wouter te zwaaien. “Goedemorgen Wouter, ik ben het, de Veluwse kabouter!” Verbaast kijkt Wouter hem aan. “Ken ik jou?” vraagt Wouter. “Nee,” zegt de Veluwse kabouter. “Maar ik ken jou wel!” “Dat kan nooit, ik woon een paar uur wandelen verderop” zegt Wouter. “En toch is het zo! Kom maar binnen in mijn paddenstoel.”
Wauw, iemand wil mijn caches bekijken, denkt Wouter. Hij voelt zich vereerd. Gelukkig heeft hij zijn zakje vol met spulletjes om caches te maken. Hij duikt het schuurtje in van de Veluwse Kabouter en gaat aan de slag. Binnen de kortste tijd heeft de Veluwse kabouter de cache gemaakt.
“Dit is buitengewoon mooi gedaan!” roept de Veluwse kabouter uitbundig. Wouter haalt opgelucht adem en voelt zich blij. Een gevoel van geluk wat hij normaal alleen heeft wanneer hij ’s avonds alleen zijn eigen caches maakt. Dit maakt Wouter nog meer zeker van zijn zaak. Dit gevoel wil hij elke dag de hele dag door. Hij wil mensen gelukkig maken.
De Veluwse kabouter zwaait nog eens naar Wouter. “Bedankt he! Ik zal tegen iedereen vertellen hoe mooi je caches zijn.” Het was gezellig bij de Veluwse kabouter, maar het wordt tijd om weer op pad te gaan. Wouter heeft de pas er weer in.
“Dierenbos” staat op het bordje langs het pad waar Wouter wandelt. Dat zou ook een leuke naam voor een cache zijn. Hij blijft stevig doorstappen en ziet een enorm grote paddenstoel staan. Dat is een hele speciale. Het is een vliegenzwam. Deze staat ook op de kaart van zijn ontdekkingstocht. Zou hier iets zijn? Hij loopt een rondje om de vliegenzwam heen en ziet er wat spulletjes onder liggen. Hij loopt eropaf. En waarom staat er een skelter? Er hangt een briefje aan ‘voor Wouter’. Voor mij?! Van wie dan? Nou, dat is fijn! Hoef ik niet zoveel meer te wandelen. Hij stapt op de skelter en vervolgt zijn tocht. Dit gaat een stuk sneller! Binnen enkele uren arriveert Wouter bij een grote boerderij. Volgens zijn ontdekkingstocht moet hij inderdaad hierlangs. Wat ziet het er gezellig uit. Hij ziet buiten lieve geitjes staan en een bijenhotel. Er komt een kaboutertje naar buiten. “Hee Wouter, ik had jou al verwacht. Ik ben de boerderijkabouter. Ik heb voor jou wat lieve geitjes. Zij vinden ook hun thuis aan het einde van de ontdekkingstocht. Wouter begrijpt niet zo goed wat hem overkomt, neemt de geitjes mee en rijdt rustig verder op zijn skeltertje. Hmm, een grot. Hij kijkt op de kaart. Ik zou hier toch echt doorheen moeten. Gelukkig heb ik een zaklampje mee. Hij knipt deze aan. Langzaam rijdt Wouter naar binnen. De geitjes zijn gelukkig bij hem. In een hoekje hoort hij gesnurk. “Wie is daar?!” roept Wouter. “Huh, wie, wat waar?” komt er verschrikt uit een hoekje. Wouter schrikt ook! Hij schijnt zijn zaklamp op de hoek waar het vandaan komt. Hij ziet daar een kabouter liggen. “Ik ben het maar, de Smulkabouter! Ik heb zoveel kipshoarma met paprika, gemengde sla en knoflooksaus gegeten dat ik in slaap was gevallen. Gelukkig maakte je me wakker, want ik heb iets voor jou. Een sleutel! Deze komt nog van pas aan het einde van je ontdekkingstocht.” Wouter neemt de sleutel aan en bedankt de Smulkabouter. Eenmaal uit de grot komen Wouter en de geitjes bij een meertje. De geitjes rennen erop af en drinken heerlijk wat water. Op een rotsje zit een kaboutertje te vissen. Hij heeft zijn hengeltje uit. Hij vist de hele dag op zalm. Het is de Viskabouter. Wouter begroet hem en krijgt wat zalm van hem.
Nog maar een klein stukje te gaan. “Hello there!”, hoort Wouter uit een hoekje. Het is een Amerikaanse kabouter. “Ik heb gehoord over jouw ontdekkingstocht”, zegt de Amerikaanse kabouter met een accent. “Ik wens je heel veel succes“ Hoezo vertel je mij dat?” vraagt Wouter. “Je bent bijna aan het einde van je zoektocht, dan kom je er vanzelf wel achter” zegt de Amerikaanse kabouter.
Wouter kijkt nog eens op zijn kaart. Hier de straat oversteken en dan ben ik bij het grote rode kruis, het einde van mijn tocht. Hij kan het bijna niet meer houden van de spanning. Wat zou daar zijn? Hij ziet een hele grote kabouter staan op de hoek van de weg. Samen met de geitjes steekt hij de straat voorzichtig over op zijn skelter. Ze rijden een onverhard terrein op en komen steeds dichterbij een grote bruine poort. Achter de poort ziet hij een knus huisje staan met rood-wit-geblokte gordijntjes.
Van de smulkabouter had hij een sleutel gekregen. Deze zal vast op de poort passen. Hij steekt de sleutel in het sleutelgat en draait eraan. De poort gaat open. Wouter’s ogen beginnen te sprankelen. Een pannenkoekenhuis! Hij parkeert zijn skelter op de skelterbaan en brengt de geitjes naar de dierenweide. Hij gaat van de glijbaan en springt eens op de trampoline. Hij loopt naar de deur. Voor de deur ligt, net als voor zijn huisje, een brief met een rood strikje er omheen.
Gefeliciteerd, je hebt de tocht doorstaan en de cachelocatie gevonden. Vanaf nu is dit jouw cache-plek. Hiermee komt jouw wens uit om elke dag heel veel mensen gelukkig te maken met jouw eigen gemaakte cache. Geniet ervan en laat de mensen lekker zoeken’
De cache is altijd bereikbaar, ook als ik niet thuis ben. De grote poort is dan afgesloten, maar je kunt dan via de achteringang het bos in lopen. Zo kom je ook bij mijn cache.