In oktober 1947 opende Rijkswaterstaat een baileybrug, samengesteld uit allerlei materiaal dat de geallieerden hadden achtergelaten. De brug was daardoor vrij hoog en vooral erg smal.
Hij had een houten wegdek, dat enorm rammelde als er gemotoriseerd verkeer overheen ging. Omdat de brug zo smal was, kon men elkaar niet passeren en door de hoogte kon men een tegenligger niet op tijd zien aankomen. Dat leidde af en toe tot heftige taferelen, waaraan pas een einde kwam toen het op- en afrijden geregeld werd met verkeerslichten.
ย
ย 
Ondanks deze ongemakken, duurde het meer dan 35 jaar voordat er een nieuwe vaste oeververbinding kwam. De normalisatie van de Vliet tot het Mark-Vlietkanaal in 1983 gaf uiteindelijk de laatste stoot. Er kwam een nieuwe, betonnen brug die genoemd werd naar J.D. van der Harten, Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant van 1973-1983.