De volledige wegbeschrijving vind je terug onder #1 Trage Wegen Elzestraat.
Wist-je-datje:
Vanaf deze cache word je blik getrokken naar een gigantisch mausoleum. In 1929 liet een plaatselijke edelman in de noordoostelijke hoek een reusachtig monument voor zijn familie oprichten. Het praalgraf dat bekroond wordt door een meer dan levensgroot Christusbeeld, getuigt dan ook publiek van de levensbeschouwelijke visie van de initiatiefnemer.
Het mausoleum werd geconcipieerd als een reusachtige kunstrots die de begraafplaats beheerst. Het etaleert de pronkzucht en de sociale vervreemding van een gefortuneerde edelman. Op de top van de grillige rotsformatie staat een meer dan levensgroot Verrijzenisbeeld in ‘orante’-houding. De pose, de fysionomie en de kledij van de Christusfiguur verwijzen naar de stereotiepe voorstellingen van het Heilig Hart die sinds het einde van de 19de eeuw erg in trek waren. De wereldbol waarop Hij staat, symboliseert de aarde die Hij door de Kruisdood van de erfzonde heeft verlost. De passiewerktuigen herinneren dan ook aan het Lijdensverhaal waardoor de hoop op een hemels hiernamaals gestalte kreeg. Onder het bekronende beeld bevindt zich een metalen luik, waarvan de juiste functie nog niet kon achterhaald worden.
Voor de argeloze bezoeker die aan de iconografische betekenis van het grafmonument mocht twijfelen, liet de opdrachtgever in grote kapitalen een korte Bijbeltekst aanbrengen die een verkeerde interpretatie moest uitsluiten. Het citaat "IK BEN DE VERRIJZENIS EN HET LEVEN" verwijst immers naar het verhaal over de opwekking van Lazarus in het evangelie van Johannes (XI, 25-26). Het opschrift staat op een cartouche vlak onder de bergtop, opdat iedereen de tekst zou kunnen lezen. Alleen aan de zijde die naar de ingang van het kerkhof is gericht, heeft het rotsgraf een spelonkachtige toegang. Hoewel de oorspronkelijke afrastering tijdens de voorbije decennia verdween, behield de grot haar mysterieuze sfeer.
De religieuze en sociale betekenis van dit majestueuze rotsgraf spreekt voor zich. De rots moest voor de gelovige het beeld oproepen van de berg Golgotha waar Christus de Kruisdood stierf. Het open graf verwijst naar Zijn heropstanding uit de dood en het beeld op de bergtop naar zijn Verrijzenis, waardoor Hij de mens van de erfzonde bevrijdde en de hoop op een leven na de dood gestalte gaf. De aanmatigende wijze waarop dit mausoleum de begraafplaats beheerst, illustreert dan ook zijn sociale verhouding tot de medemens.
De techniek, een bakstenen kern met daarop namaakrotsen in cement met een ijzeren bewapening grijpt terug naar de populaire techniek van de 'rocailleurs' vooral gebruikelijk in de parkaanleg met rotspartijen, bruggen en Lourdesgrotten. De algemene vormgeving van het monument verwijst tevens naar het op landelijke parochiale kerkhoven populaire monument in blauwe hardsteen of kunststeen bestaande uit een rotspartij met een kruisbeeld van niet geschaafd hout verwijzend naar levenssappen voor een mogelijk nieuwe groei als symbool voor leven na de dood.