GESCHIEDENIS VAN
DE GRAUWZUSTERS
IN TIENEN
Eind 2012 droegen de Tiense grauwzusters hun eigendommen over aan verschillende partijen: Huize Nazareth in Goetsenhoven zou voortaan beheerd worden door de Broeders van Liefde uit Gent, Campus Mariëndal ging over in de handen van de vzw Regionaal Ziekenhuis Tienen. Het klooster met kapel en woning van de rector schonken de zusters aan de Vereniging der Parochiale Werken van het Decanaat Tienen (VPW) vzw. Op deze wijze wilden de grauwzusters hun oude kloostergebouwen inschakelen in de dynamiek van het hedendaagse kerkelijke leven in de stad.
De toename van het aantal zorginstellingen liep parallel met de groei van de bevolking. Het bestaande gezondheidssysteem dat vooral in handen was van de stedelijke overheden werd vanaf de 14de eeuw zwaar op de proef gesteld. De toenemende nood aan ziekenverpleging, vooral aan huis werd opgevuld door religieuze organisaties zoals de Alexianen en de grauwzusters. Hun aanwezigheid in de stad wordt verder uitgewerkt in een terugblik op Tienen als ‘Franciscaanse stede’. De rol en de uitstraling van figuren als Franciscus van Assisi en Elisabeth van Hongarije worden belicht. Een volgende stap is de vaststelling van de aanwezigheid van verschillende groepen van derdeordelingen in Tienen. Uit een van deze groeperingen ontstonden de grauwzusters.
Het aantal grauwzusters in Tienen was na de plundering van de stad in 1635 historisch laag. Nochtans was hun aanwezigheid volgens het stadsbestuur meer dan nodig. Om die reden werden onderhandelingen aangeknoopt met de grauwzusters uit Diest en met aartsbisschop Jacob Boonen voor een nieuwe opstart van de Tiense grauwzusters. In 1644 bereikten de partijen een overeenkomst waarbij vanuit het Diestse klooster Sint-Annadal drie grauwzusters naar Tienen werden gezonden. Dit was het begin van een nieuwe periode van relatieve groei en bloei. Aan de hand van een aantal bewaarde jaarrekeningen tussen 1661 en 1681 konden we een beeld schetsen van het dagelijkse leven in het klooster. Op basis van de in Mechelen bewaarde verslagen van de verkiezingen voor een overste was het mogelijk om vrij nauwkeurig de kloosterpopulatie van Mariëndal tot aan het Frans Bewind te reconstrueren.
In 1798 moest het klooster van de grauwzusters op bevel van de Franse overheid gesloten worden. De zusters werden uit hun gebouwen verdreven maar konden met de hulp van particulieren verder als gemeenschap leven op verschillende locaties in de stad. Hun specifieke apostolaat van thuisverpleging maakte dat zij een onontbeerlijke schakel vormden in de stedelijke ziekenzorg. Na het concordaat dat Napoleon op 15 juli 1801 afsloot met paus Pius VI, ontstond een milder klimaat, dat toeliet dat de kerkelijke instellingen zich geleidelijk herstelden. Deze tendens zette zich verder tijdens het zogeheten Hollandse Bewind. Bij Koninklijk Besluit van 24 september 1822 werd de congregatie van de Tiense grauwzusters officieel een Communauté des soeurs hospitalières établie à Tirlemont sous le nom des soeurs grises.
De geleidelijke toename van het aantal zusters maakte van hun huisvesting een acuut probleem. Eerst onder leiding van Moeder Dorothea Sterkendries en daarna onder die van Moeder Norberta Bollens slaagden de zusters erin om in een periode van nauwelijks zeven jaar, van 1837 tot 1844, in verschillende loten de gronden en gebouwen van het voormalige Kabbeekklooster aan te kopen. Ongetwijfeld konden de zusters hierbij rekenen op de goodwill van gefortuneerde families uit de stad en de omgeving. Van nu af aan legden zij zich toe op de verfraaiing van hun kloostergebouwen. Omdat een aantal bestelbonnen en facturen bewaard bleven, konden we vooral de herinrichting van de kloosterkerk documenteren. Tot op vandaag behield de kapel haar voornamelijk laat-19de-eeuwse karakter.
De congregatie van de Tiense grauwzusters beleefde sedert het midden van de 19de eeuw een spectaculaire groei, die aanhield tot midden 20ste eeuw. Hierdoor ontstond ruimte om andere stichtingen te bevorderen. Zo lagen Tiense zusters aan de oorsprong van de Tongerse grauwzustersgemeenschap. In Luik zorgden ze voor de uitbouw van Sint-Elisabethdal, een tehuis voor bejaarde dames. Korter bij Tienen kregen de grauwzusters in 1900 het wooncomplex en de hoevegebouwen van Guillaume Vandenschilde, op voorwaarde dat zij er een tehuis voor bejaarden inrichtten. Kort voor de Tweede Wereldoorlog verwierven de grauwzusters bij testament een huis met hof en boomgaard in Herent, waar zij ook bejaarden verzorgden.
De vooruitgang van de geneeskundige wetenschappen en de tegenstellingen tussen liberalen en katholieken zouden op het einde van de 19de eeuw de ziekenzorg in het land grondig wijzigen en leiden tot een secularisering van de hospitalen. Onder impuls van de liberale regering van Frère-Orban ontstond in 1882 een eerste school voor de opleiding van lekenverpleegsters. In 1907 opende de eerste katholieke verpleegsterschool in Brussel. Vanaf 1908 regelde een Koninklijk Besluit het bekwaamheidsdiploma van verpleegster. Van dat moment af werd de professionalisering van de ziekenzorg ingezet, een beweging waarin de grauwzusters moesten meegaan.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in de augustusdagen van 1914 na de Slag bij Sint-Margriete-Houtem en bij Grimde, werden de kloostergebouwen opgeëist voor de verzorging van gewonde militairen. Dit was de eerste maal dat binnen de muren van het klooster een vooralsnog tijdelijk ziekenhuis was ingericht. Het was tevens het signaal dat thuisverzorging niet meer aan de orde was en dat de nood aan opvang in ziekenhuizen zich manifesteerde. Na een statutenwijziging in 1922 was de congregatie van de Tiense grauwzusters klaar om de stap te zetten naar de oprichting van een eigen ziekenhuis. Met een aantal geneesheren uit de stad werd in 1924 een financiële en inhoudelijke regeling uitgewerkt die leidde tot de bouw van een aangrenzende vleugel aan het klooster die dienst zou doen als ziekenhuis. Dit was de start van het H. Hartziekenhuis. De nood aan verplegend personeel in het Tiense ziekenhuis noodzaakte de zusters overigens om een aantal van hun andere stichtingen op te geven.
Sedert het midden van vorige eeuw kende het klooster geen nieuwe intredingen meer. De forse terugval van de kloosterpopulatie en de daarmee gepaard gaande vergrijzing, noodzaakten de zusters om over te schakelen op een beheersstructuur waarin leken een bepalende rol zouden gaan spelen. In 1971 veranderde de organisatiestructuur van de grauwzusters en lieten zij bij mondjesmaat het beheer van het ziekenhuis over aan derden

Opdracht :
Aan wp 1 zie je een infobord , het klooster heeft heel wat benamingen gehad :
Aan het wp 2 sta je voor de toegangsdeur van de kapel :
-
Welke drie woorden kun je onderaan het beeldje van de H.Franciscus lezen , dit is waarde B
-
Boven het beeldje zie je een jaartal , neem de drie laatste cijfers , dit is waarde C
-
Rechts van de toegangsdeur zie je een raam , hoeveel ruitjes tel je in het raam ? Dit is waarde D
Aan het wp 3 sta je voor een beeld :
-
De tekst die op de voorkant staat , dit is waarde E
-
De tekst die op de linkerkant staat , dit is waarde F
De gevonden woorden/zinnen zet je om volgens het principe A=1 , nergens stapeltellen .
Formule : N 50° ( C * D ) – ( E + E ) – A – B – C – D – F - 3
E 004° ( A * B ) + ( E * D ) + B – 36