Ontstaan van korfbal
Korfbal is in 1902 geïntroduceerd door de Amsterdamse onderwijzer Nico Broekhuysen. In die tijd moest men hard werken om de touwtjes aan elkaar te knopen en zelfs kinderen moesten werken. De Amsterdamse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (ABLO) besloot dat gymnastiek een goed middel zou zijn om de kinderen gezond bezig te laten zijn en ze afleiding te geven. De onderwijzers wisten echter niet goed hoe ze gymnastiekles moesten geven. Onderwijzers en onderwijzeressen uit het hele land gingen naar Zweden, daartoe in staat gesteld door hun scholen. Het primaire doel was zich te bekwamen in de houtsnijkunst en andere vormen van handvaardigheid.
In 1902 werd Nico Broekhuysen door het hoofd van de School der Nieuwe Schoolvereeniging in Amsterdam in staat gesteld om naar Nääs in Zweden te gaan. Cursisten speelden destijds vaak en vrijblijvend in de avonduren spelletjes en regelmatig werden er nieuwe spelletjes geíntroduceerd. Bij één spel (Ringboll) moest men een bal door een ring gooien. Die ring zat aan een paal van drie meter hoog en de sporters werden verdeeld over drie vakken. Ringboll werd om praktische redenen gemengd gespeeld, wat in die tijd haast ondenkbaar was. Er deden nu eenmaal mannen en vrouwen mee aan de cursussen. Daarnaast mochten de spelers en speelsters niet uit hun vak komen.
Bij terugkomst in Amsterdam besloot Nico Broekhuysen met de leerlingen van zijn klas een soortgelijk spel te spelen. Ringboll werd aangepast; de ring aan de paal verdween en maakte plaats voor de bekende rieten manden. Hierdoor kon beter worden geoordeeld of er gescoord werd. Verder werden de spelregels zo aangepast dat de kinderen ze konden begrijpen en werd de naam veranderd in korfbal.
Korfbal werd in korte tijd erg populair. Niet alleen de leerlingen speelden het spel, ook de onderwijzers. Deze onderwijzers besloten een vereniging op te richten. In korte tijd waren er vijf korfbalverenigingen en Nico Broekhuysen besloot dat de tijd rijp was om deze samen met Agilitas (Weesp) en ’t Doel (Bussum) te verenigen in een bond. Op 2 juni 1903 werd de Nederlandse Korfbal Bond een feit met Nico Broekhuysen als voorzitter. In 1938 werd het NKB ter gelegenheid van het 35-jarig bestaan koninklijk: Koninklijke Nederlandse Korfbal Bond (KNKB). Korfbal kreeg zo landelijke erkenning en waardering.
De KNKB was niet de enige korfbalbond in Nederland. In 1920 werd de Christelijke Korfbalbond (CKB) opgericht. In deze bond overheersten de godsdienstige principes. Zo mocht er bijvoorbeeld niet op zondag gekorfbald worden. In 1973 gingen de KNKB en de CKB samen verder in het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV). Daarbij werd afgesproken dat de clubs, die bij de CKB behoorden, niet op zondag hoefden te spelen. Een derde korfbalbond – de Nederlandse Dames Korfbal Bond (NDKB) – bestond uit alleen vrouwen en meisjes. Korfbal wilde men wel beoefenen, maar om godsdienstige redenen was gemengd korfbal ondenkbaar. De Rooms Katholieke Dames Korfbal Bond (RKDKB) werd opgericht, die later zijn godsdienstige stempel enigszins kwijt is geraakt en de naam veranderde in NDKB. Per 1 januari 1994 is de NDKB samengevoegd met het KNKV, zodat er één bond is in Nederland: Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV).
Verschil vroeger – nu
Het grootste verschil met vroeger in het spel zelf, is het aantal vakken. Tot 1991 werd namelijk met drie vakken gespeeld (twaalf personen per team), waarbij het middelste vak als ‘doorgeefvak’ fungeerde. Dit vak zorgde er alleen maar voor dat de bal van het verdedigingsvak naar het aanvalsvak werd verplaatst, en vormde zo een extra moeilijkheid. Vanaf de afschaffing van het middenvak, werd ook het spelen op kunstgras mogelijk. Verder is het spel met zijn tijd meegegaan; in plaats van de eerdere mannelijke hoofdaanvallers, kregen vrouwen steeds meer een gelijkwaardige rol in het spel. Pas in 1965 werd een totaalverbod op verdedigd schieten ingevoerd, in tegenstelling tot wat veel mensen denken. In het topkorfbal wordt deze spelregel zelden vertaald in het daadwerkelijk affluiten bij verdedigd schieten. De verdedigers moeten hier wel héél dicht op de aanvaller staan, wil er afgefloten worden.
Tactische en technische snufjes deden steeds meer hun intrede in de sport. Vanaf de jaren ’70 kwamen er meer oplossingen voor verschillende situaties, zodat teams op allerlei tactieken konden inspelen. Vanaf die tijd kwam bijvoorbeeld het voorverdedigen op. In de jaren ‘80 het gebruik van rebounds, uitblokken en achterverdedigen. De jaren ‘90 bestaan vervolgens weer uit het bedenken van allerlei oplossingen voor de nieuw gebruikte snufjes en technieken. Op de Korfbal Challenge wordt jaarlijks geëxperimenteerd met verschillende spelregels, zoals de toekenning van vrije ballen en het gebruik van een schotklok. Dit laatste experiment heeft geleid tot invoering van de schotklok in de Korfbal League.
Competitie
Vanaf de invoering van zaalkorfbal in 1953 worden er in korfbal twee op zichzelf staande competities afgewerkt (zaal en veld). Het veld werd tot 1987 belangrijker gezien dan de zaal, aangezien bijna geen enkele club over een eigen sporthal beschikte. Inmiddels is de zaalcompetitie het meest prestigieus geworden.
Kunststof korf
In 2004 maakte de traditionele rieten mand plaats voor de kunststof korf. Belangrijkste voordeel aan de invoering van deze kunststof korf, was dat het meewerkte aan de modernisatie en professionalisering van de sport. De nieuwe korfvariant is veel minder ‘flexibel’ dan de oude manden. De kunststof korf maakt met zijn harde eigenschap een einde aan de verschillende korven en manden bij de korfbalverenigingen, zodat elke club overal evenveel kans heeft te scoren en evenveel profijt heeft van de korven. Invoering van de kunststof korf was één van de basisvoorwaarden om een topcompetitie als de Korfbal League te kunnen starten.
Korfbal wordt allang niet meer alleen in Nederland beoefend. Inmiddels telt de Internationale Korfbal Federatie (IKF) 69 aangesloten landen.
Bron; https://www.knkv.nl/kennisbank/ontstaan-van-korfbal/
Ready'60 Roermond
HISTORIE
Het ontstaan van K.V. Ready ‘60
2 november 1960, een avond om niet te vergeten. Er waren enige mensen bijeen gekomen in café-restaurant Weyers om een te praten over korfbal. Korfbal was in Roermond niet onbekend. Van 1943 tot 1956 bestond er in Roermond een korfbalvereniging, Korfbalclub Roermond; kortweg K.C.R. Deze vereniging ging echter ter ziele, omdat het bestuur ervan zonder inspraak van de leden besloot het korfbal aan de kant te zetten en over te stappen op volleybal. Vier jaar lang werd er in Roermond niet gekorfbald, totdat op een Philips-zomeravondfestijn Jan Kuik een zekere Bekkers ontmoette, zij bleken elkaar al te kennen uit de vroegere Roermondse korfbalperiode, toen K.C.R. wel eens in Eindhoven ging korfballen. Als vanzelf werd er gesproken over korfbal en hoe jammer dat was nu Roermond geen K.C.R. meer had.
Zou het mogelijk zijn weer met korfbal te beginnen? Jan ging meteen aan het werk. Oud-K.C.R.-leden werden dor Annie en Harrie Bekkers benaderd of er nog animo bestond om te spelen. Die 2 november waren er 19 mensen aanwezig op de vergadering. Het enthousiasme was groot en dat resulteerde in de oprichting van een nieuwe vereniging.Men koos een voorlopig bestuur en de eerste voorzitter van de kersverse vereniging werd Jan Bekkers. Jan Kuik werd de eerste secretaris. De clubkleuren werden rood-wit omdat de meeste leden uit een vorige korfbalperiode deze uitmonstering nog bezaten. De vereniging moest ook nog een naam hebben. K.C.R. wilde men niet en uiteindelijk werd er gekozen voor de naam Ready. Later kwam er bezwaar vanuit de bond omdat er in den lande al een Ready bestond. Naamswijziging wilde niemand en daarom werd er besloten het jaar van oprichting achter de naam te plaatsen. Ready ’60 werd het dus.
Competitie
De eerste wedstrijden waren uitwedstrijden omdat er in Roermond nog geen terrein beschikbaar was. Na een aantal maanden werd er een klein veldje op de Maashaven aangewezen, helemaal vooraan bij de weg. Het eerste materiaal werd door de gemeente verstrekt. Tijdens de thuiswedstrijden ging mevrouw Bekkers met een rode collectebus bij het publiek rond om de verenigingskas aan wat geld te helpen.
Groei
De competitie begon met een seniorenteam maar het jaar daarop waren het er al twee benevens een aspirantenploeg. Ook het spelpeil groeide. Het ene jaar promoveerde men en het jaar daarop werd er gedegradeerd. Dat is zo’n vier jaar gebeurd.
Uitwedstrijden
Het reizen naar uitwedstrijden was soms een amusante aangelegenheid. In de beginperiode reisden meerder ploegen samen. Als half Limburg in Eindhoven moest spelen werd er een bus gehuurd, die het hele zaakje afzette op de Herdgang, waar meerdere Eindhovense ploegen hun domicilie hadden, en iedere Limburgse vereniging speelde daar haar wedstrijdje. Soms moest je alleen op stap en dan werd er vaak gebruim gemaakt van een bestelwagen, waarvan de laadvloer wat zitbaarder was gemaakt met matrassen.
Jeugd
Bij de oprichting was er slechts een aspirant, de ons welbekende Conny Wevers-Bekkers. Het tweede verenigingsjaar was de aspirantenploeg compleet en ging ook competitie spelen. In de beginperiode werden er schoolkorfbalwedstrijden georganiseerd in Geleen, waaraan ook deelgenomen werd door Roermondse scholen. Vooral Frans Ruijten zette zich in voor de jeugd.
In de zeventiger jaren kreeg de jeugdaanwas een nieuwe impuls vanuit de Willem de Zwijgerschool, dankzij de werving door drie korfballende leerkrachten.
Omstreeks 1980 liep het jeugdledenaantal echter terug door het vertrek van twee van deze leerkrachten en een vergrijzende buurt. Een derde reden was het vetrek van diverse kinderrijke gezinnen naar elders.
Aktiviteiten naar andere verenigingen
Ten opzichte van andere korfballiefhebbers heeft Ready ’60 niet stil gezeten. Toen in 1968 ons lid Frans Ruijten naar de wijk Kitskesberg verhuisde, ging hij met steun van Ready ’60 in die buurt aan de slag met jeugd. De jeugdafdeling kwam goed van de grond. Bij de eerste rainingen assisteerde onze leden Mia Stegemans en Conny Wevers-Bekkers.
Na een korte tijd werd deze jeugdafdeling omgezet in een nieuwe vereniging, KIDO ’68 (KItskesberg-DOnderberg). Een aanwinst voor onze jeugd, vanwege de meerdere spelmogelijkheden op korte afstand. Deze vereniging heeft jaren naast Ready’60 gefungeerd, echter een aantal jaren geleden heeft men besloten om ermee te stoppen, wat voor Ready heeft geleid tot een forse ledenaanwas vanaf 1998. Jan Kuik hield zich ook bezig met buitenlandse kontakten. Een jaar lang ging hij wekelijks naar Schildgen (achter Keulen) om daar een aantal geinteresseerden korfbal bij te brengen. In 1979 verhuisde ons lid Hans Schönlau naar Weert en richtte daar met behulp van Ready de vereniging Wertha op.
Accommodaties
In 1960 werd Ready, enkele maanden na de oprichting, een veld toegewezen aan de Maashaven, vooraan bij de weg. De kleedaccommodatie was een doffe ellende en leek meer op een kippenhok dan op een kleedlokaal.
Toen Ready in 1962 gebruik mocht maken van het Philipsveld aan de Dr. Philipslaan, was iedereen dolblij. Daar stond toen een houten kleedlokaal met twee kleedkamers en stromend water, een kleine keuken en twee berghokken waarin de palen, platen, korven, ballen, etc. lagen.
In 1976 ging Ready haar thuiswedstrijden spelen op het sportcomplex aan de Oranjelaan. Het veld was hier stukken beter, doch de kleedlokalen slechter. In 1979 moest Ready ook daar verdwijnen, i.v.m. de bouw van het golfslagbad “de Roerdomp”. Daardoor werd het Philipsveld wederom de thuishaven.
Op 28 maart 1982 werd, met enig feestvertoon, door wethouder H. Cox de nieuwe korfbalaccommodatie van Ready ’60 en de handbalvelden van SVVM en HVM in het sportpark “de Wijher” officieel in gebruik gesteld. Tevens kwamen er 6 nieuwe kleedlokalen, waar we nu nog steeds gebruik van maken. Ready beschikte nu eindelijk over een eigen accommodatie.
Bij deze velden heeft ook altijd op een of andere wijze een “kantine” gehoord. De bevoorrading daarvan was een taak van Thei en Bets de Brouwer. Op het Philipsterrein was een “bar” waarin een beperkt assortiment te koop was en op de Wijher werd kleedlokaal 6 de kantine. Koffie, thee, frisdrank en bier, snoep en als het koud was soep, waren hier te koop. En met een paar stoelen voor het kleedlokaal was een terras zo gemaakt.
Later werd hier, onder leiding van Thei de Brouwer, een heus clubhuis ,“het Kraaiennest” gerealiseerd. In 1983 worden de bouwplannen hier voor goedgekeurd en werd er met de bouw gestart.
In het jaar 2000 heeft Ready binnen sportpark “de Wijher” nieuwe velden gekregen. Uiteindelijk moest daardoor ook het in 1983 gebouwde clubhuis wijken voor het bedrijventerrein. In 2002 werd een nieuwe kantine gebouwd, de huidige.
Kunstgras
Sinds de zomer van 2015 beschikt Ready over 2 mooie kunstgrasvelden die meteen aangepast zijn aan de huidige regels van het KNKV.
Bron; https://www.ready60.nl/over-ready/historie/
De Cache
Deze cache is nabij het korfbal terrein van Ready'60 geplaatst. Het is niet nodig het terrein te betreden om de Cache te kunnen loggen. Eenmaal gevonden is er nog een kleine uitdaging om het logrolletje te bemachtigen. Geen geweld nodig, alles is met een rustige hand en een beetje geduld goed te bemachtigen. Graag weer netjes terug plaatsen. Veel plezier met speuren!
Een leuk bericht en indien FAVO waardig wordt uiteraard zeer gewaardeerd.
Succes namens Team Qwiktune ;-)
FTF = MeGreenTree & Team Blutch
STF = suzan29
TTF = Nachtwacht