Betula pendula
De gewone berk Betula pendula is de meest voorkomende berk en tref je werkelijk overal aan. Deze berk heeft namelijk ook de eigenschap dat hij zichzelf heel makkelijk uitzaait en kiemt op de gekste plaatsen.
Naarmate de berk ouder wordt, gaan de takken sierlijk hangen. De zo bekende witte schors bladdert af en wordt al gauw ruw en zwart.
Berken zijn sterke bomen die goed groeien op voor andere bomen ongunstige plekken. De berk is tamelijk ongevoelig voor een bar klimaat. Dat komt door het hoge suikergehalte in zijn sap. We komen de berk daarom op het noordelijk halfrond tegen tot in de poolstreken op de permafrost, op schrale zandgronden en hoog in de bergen. Het kleinste boompje ter wereld is een berk uit de poolstreek. Ook in meer gematigde streken treffen we veel berken aan, maar als het subtropisch wordt, geven ze het op. Zij ontlenen hun sierwaarde vooral aan de mooie stammen met afbladderende schors. Verder zijn er in het voorjaar nog de katjes en het frisgroene loof en later in het jaar vaak schitterende herfstkleuren. Van het zoete sap wordt wel berkenwijn gemaakt. De Noord-Amerikaanse indianen maakten kano’s van berkenbast. Dit werd ook wel voor de productie van kleding gebruikt.

Er zijn twee ziekten die overigens zelden voorkomen bij alleenstaande berken: heksenbezem en berkenzwam. Een heksenbezem is een prop kleine takjes in de vorm van een vogelnest. De oorzaak van deze vergroeiing is een schimmel. Voor veel mensen heeft dit sierwaarde, maar je kunt de heksenbezem gewoon verwijderen. Berkenzwam is een schimmel met vruchtlichamen die lijken op de bekende elfenbankjes. Bomen die last hebben van deze schimmel, gaan uiteindelijk dood.
met dank aan De OOpies voor de hulp
De cache kun je ook doen tijdens het lopen van
de multicache GC55184 David de Kabouter in 't Ham.
Parkeer dan op waypoint Parking
Deze cache is gelegd met toestemming van de
gemeente Horst aan de Maas
