In de Doode Bemde kan je wandelen langs de natuurlijk meanderende Dijle. Vlakbij Leuven gaan natuurbescherming en beveiliging tegen wateroverlast hand in hand. Wie weet vind je de sporen van de bever. De wandelroutes nemen je door meer dan 250 hectaren natuurgebied. Het is een mozaïek van kleine akkers, populieraanplantingen en broekbosjes, wei- en hooilanden, ruigten en rietvelden, vijvers en grachten.

Bij deze aerthecache gaan we even wat dieper in over de bodem hier die vooral bestaat uit LEEM
De geschiedenis van de leemgronden in Vlaanderen
De leemgronden in Vlaanderen hebben hun oorsprong in de geologische geschiedenis van de regio, die wordt gekenmerkt door een diversiteit aan gesteenten en bodemtypes. De bovenste bodemlagen van Vlaanderen bevatten vaak leem, een grondsoort die ontstaat uit de verwering van gesteenten zoals leisteen, krijt en kleisteen.
De laatste ijstijd, ook wel het Weichselien genoemd, eindigde ongeveer 11.700 jaar geleden. In Vlaanderen, net als in andere delen van Europa, heeft deze periode van glaciale activiteit aanzienlijke invloed gehad op de vorming van het landschap en de bodemkenmerken.
Tijdens de ijstijd bedekten enorme gletsjers grote delen van Noord-Europa, inclusief Scandinavië. Deze gletsjers schraapten en erodeerden het landschap, waardoor glaciale afzettingen ontstonden. Naarmate het klimaat warmer werd en het ijs smolt, ontstonden smeltwaterstromen die sedimenten, zoals zand en grind, transporteerd en afzetten.
In Vlaanderen heeft dit proces bijgedragen aan de vorming van dekzanden en fluviatiele afzettingen. Deze afzettingen hebben invloed gehad op de bodemtextuur en -structuur in de regio. Daarnaast hebben smeltwaterstromen en glaciale afzettingen ook bijgedragen aan de vorming van rivierdalen en valleien in het landschap.
De laatste ijstijd heeft dus een blijvende stempel gedrukt op de geologie en bodemkenmerken van Vlaanderen, en het heeft de basis gelegd voor de diversiteit van bodemtypes die we vandaag in de regio aantreffen.
De ijsbedekking oefende druk uit op het gesteente en droeg bij aan de fragmentatie ervan. Na het terugtrekken van het ijs ontstonden er diverse bodemtypes, waaronder leemgronden, als gevolg van erosie en sedimentatie.
Omdat in deze tijd het landschap in Vlaanderen weinig begroeiing kende had de wind vrij spel en kon zo de segmenten van leemdeeltjes meevoeren en elders afzetten , dit is de reden waardoor er zoveel leembodems aan de oppervlakte in onze regio bevinden .
Historisch gezien werd leem vaak gebruikt voor de bouw van huizen en andere structuren, vanwege zijn cohesieve eigenschappen en isolerende vermogen. Het bakken van leem tot bakstenen was een gebruikelijke praktijk en ook niet te vergeten door zijn structuur die als eigenschap heeft veel mineralen vast te houden vooral ten goede komt aan de vegetatie.
Kortom, de geschiedenis van leemgronden in Vlaanderen weerspiegelt zowel geologische processen als menselijke interacties met het landschap, waarbij leem een cruciale rol heeft gespeeld in bouw- en landbouwtoepassingen door de eeuwen heen

Hoe is de leembodem in de doode bemde ontstaan?
De leembodems in de Doode bemde zijn hoofdzakelijk ontstaan door een complex geologisch proces dat zich over miljoenen jaren heeft voltrokken. Het begint met de afzetting van sedimenten, zoals klei, zand en grind, tijdens verschillende geologische periodes. Gedurende het Holoceen, het tijdperk waarin we momenteel leven, heeft de Doode bemde specifieke omgevingsomstandigheden gekend die hebben bijgedragen aan de vorming en accumulatie van leem in de bodem.
De Doode bemde is gelegen in een alluviale vlakte, wat betekent dat het gebied wordt gekenmerkt door de afzetting van sedimenten door rivieren, met name de Dijle. Rivieren brengen continu sedimenten mee, zoals kleideeltjes, die in stilstaand water bezinken. De afwisseling van overstromingen en periodes van rust draagt bij aan de opeenhoping van deze sedimenten.
Doordat er ook kleideeltjes in de samenstelling van leem zitten en deze plat van vorm zijn hebben ze de eigenschap,om mee vervoerd te worden met het water langs beekjes en riviertjes . Deze bezinken dan aan de oevers en in moerassen
De leem in de bodem is rijk aan kleimineralen en heeft vaak een fijnkorrelige structuur. Dit type bodem ontstaat wanneer er voldoende tijd is voor sedimentatie en compactie onder specifieke hydrologische en klimatologische omstandigheden. Het langzame proces van bodemvorming, waarbij organisch materiaal en mineralen worden vermengd, draagt verder bij aan de ontwikkeling van leembodems in de Doode bemde.
Factoren zoals de vegetatie, het reliëf en de klimatologische omstandigheden in de regio spelen ook een rol in het beïnvloeden van de eigenschappen van de leembodems. Kortom, de leembodems in de Dijlevallei zijn het resultaat van een geologisch verleden waarbij sedimenten zijn afgezet door de Dijle en waarbij verschillende factoren hebben samengewerkt om de huidige bodemkenmerken te vormen.

Wat is leem en wat zijn de eigenschappen van deze ?
Een leemgrond dankt zijn karakteristieke eigenschappen aan de samenstelling van drie grondsoorten : kleideeltjes met een korrelgrootte van 0,002mm , silt met een korrelgrootte van 0,002 tot 0,63 mm en zand met een korrelgrootte van 0,063 tot 2mm
De fractie klei , domineert bij de samenstelling , deze zijn bijzonder fijn en hebben de neiging samen te klitten waardoor ze een kleverige structuur geven aan de leemgrond. De kleideeltjes zijn bovendien klein en plat en dit is de reden waardoor ze goed aan elkaar hechten. Dit zorgt voor een relatief compacte structuur met een goede cohesie van leem die hierdoor het water goed kan vasthouden .
Het bestanddeel silt is groter dan klei maar kleiner dan zandkorrels en deze worden beiden gevormd door het geologisch proces van verwering van gesteenten die worden afgebroken door factoren zoals wind , water , vorst en chemische reacties. De silt- en zanddeeltjes zorgen er dus voor dat leem luchtiger en beter waterdoorlatend is dan een kleibodem .
Kortom , leemgrond is ontstaan door een langdurig proces van verwering van gesteenten waar kleideeltjes zich in opgehoopt hebben . De unieke structuur die hierdoor verkregen wordt door een evenwichtige verdeling van klei- silt- en zanddeeltjes maakt leem een vruchtbare bodem voor plantengroei.
De fijnkorrelige aard van leem geeft het een gladde plakkerige textuur waardoor het nat goed samenhangt en tegelijkertijd behoudt leem bij het opdrogen een zekere mate van cohesie .

Welke soorten leembodems zijn er?
Er zijn verschillende soorten leembodems, en hun specifieke kenmerken worden beïnvloed door factoren zoals de deeltjesgrootteverdeling, minerale samenstelling en geografische locatie. Hier volgt een wat uitgebreidere uitleg over enkele van de belangrijkste typen leembodems:
1. Kleiige leemgronden: Kenmerken: Deze leembodems hebben een hoge concentratie kleideeltjes. De klei zorgt voor een sterke cohesie en maakt de bodem vaak compact. Dit type leemgrond kan bij nat weer plakkerig en moeilijk bewerkbaar zijn, maar het behoudt goed vocht, wat gunstig kan zijn voor de landbouw.
2. Zandige leemgronden: kenmerken: hier is leem gemengd met zand, waardoor de bodemstructuur meer doorlatend wordt. Dit type leemgrond heeft nog steeds de vochtvasthoudende eigenschappen van leem, maar het kan ook betere drainage hebben. Het wordt vaak als vruchtbaar beschouwd en is geschikt voor diverse gewassen.
3. Kalkrijke leemgronden: Kenmerken: Deze leembodems bevatten een aanzienlijke hoeveelheid kalk. Dit kan invloed hebben op de pH van de bodem en de beschikbaarheid van bepaalde voedingsstoffen voor planten. Kalkrijke leemgronden kunnen nuttig zijn voor gewassen die gedijen in alkalische omstandigheden.
4. Löss: Kenmerken: Löss is een specifieke vorm van leem dat voornamelijk bestaat uit fijne deeltjes, vaak afgezet door de wind. Het komt voor in verschillende delen van de wereld en heeft een zeer vruchtbare bodem. Lössgebieden worden vaak gebruikt voor landbouw vanwege hun rijke samenstelling.
5. Zwarte leemgronden (mollisols): Kenmerken: Deze leembodems staan bekend om hun donkere kleur, wat wijst op een hoog organisch materiaalgehalte. Ze hebben een uitstekende vruchtbaarheid en zijn geschikt voor diverse gewassen. Mollisols worden vaak aangetroffen in gebieden met een grassteppeklimaat.
6. Rode leemgronden: Kenmerken: De rode kleur wordt veroorzaakt door ijzeroxide, wat wijst op een oxidatietoestand van de bodem. Rode leemgronden kunnen goed gedraineerd zijn en zijn vaak geschikt voor landbouw. De kleur kan variëren afhankelijk van de hoeveelheid ijzer in de bodem.
Elk type leembodem heeft zijn eigen unieke eigenschappen, en de keuze van het type kan van invloed zijn op landgebruik, landbouwpraktijken en bouwtoepassingen in een bepaalde regio. De diversiteit van leembodems benadrukt de complexiteit van bodemvorming en de vele factoren die hierbij een rol spelen.
__________________________________________________________________
De opdrachten
Beantwoord deze vragen :
Opgave 1 :
- Begeef u naar de coördinaten in het midden van de koebrug , kijk 15m stroomopwaarts daar zie je aan de oever van de Dijle een waadplaats van dieren , bekijk deze aandachtig.
Ter plekke zie je kleurverschillen tussen verschillende lagen. Beschrijf deze en verklaar in uw eigen woorden waarom en hoe dit is ontstaan .
Opgave 2 :
Begeef u naar het volgend virtueel punt , het Dijlepad en blijf bovenaan op het pad . Bestudeer aandachtig de leem hier aan je voeten .
a : over welke soort leem gaat het hier?
b : welke kenmerken van het door jou gekozen leemtype zie je hier ter plekke wat je doet vermoeden dat het over dit type leem gaat ? Neem wat leem in de handen voel deze tussen je vingers voor onderzoek en voeg een foto van je onderzoek toe via message of antwoordmail bij je antwoorden.( dus niet bij je log )
Opgave 3 :
Maak een foto van jezelf ( op coördinaat N50 48.934 E004 38.742) , je team en/of een persoonlijk item als bijvoorbeeld de GPS waaruit duidelijk blijkt dat je ook op GZ bent geweest .Het toegangshek ( zie foto van de fotolocatie ) dient ook op de foto zichtbaar te zijn . Ben je met meerdere teams op locatie dan moet ieder team zijn eigen foto maken.Gezamelijke foto's ( meerdere teams) worden niet geaccepteerd.Ook foto,s die bewerkt zijn ( knip en plakwerk) worden niet geaccepteerd.
Voeg de foto bij je log en mail de antwoorden op de vragen op de vragen en foto van het leemonderzoek via het mailadres in ons profiel ( of messagecenter). Logs zonder ( goede) antwoorden op de vragen en/of de juiste foto zullen worden verwijderd.
Succes en bedankt voor jullie bezoek.

Fotolocatie
English version
Geocache description
In the Doode Bemde you can walk along the naturally meandering Dyle. Near Leuven, nature protection and protection against flooding go hand in hand. Who knows, you might find the beaver's tracks. The walking routes take you through more than 250 hectares of nature reserve. It is a mosaic of small fields, poplar plantations and swamp groves, meadows and hay meadows, brush and reed fields, ponds and canals.

In this aerthecache we will take a closer look at the soil here, which mainly consists of LOAM
The history of loam soils in Flanders
The loam soils in Flanders have their origins in the geological history of the region, which is characterized by a diversity of rocks and soil types. The upper soil layers of Flanders often contain loam, a type of soil that arises from the weathering of rocks such as slate, chalk and claystone. The last ice age, also called the Weichselian, ended about 11,700 years ago. In Flanders, as in other parts of Europe, this period of glacial activity has had a significant influence on the formation of the landscape and soil characteristics.
During the Ice Age, huge glaciers covered large parts of Northern Europe, including Scandinavia. These glaciers scraped and eroded the landscape, creating glacial deposits. As the climate warmed and the ice melted, meltwater flows formed that transported and deposited sediments such as sand and gravel. In Flanders, this process has contributed to the formation of cover sands and fluvial deposits. These deposits have affected the soil texture and structure in the region. In addition, meltwater flows and glacial deposits have also contributed to the formation of river valleys and valleys in the landscape.
The last ice age therefore left a lasting mark on the geology and soil characteristics of Flanders, and it laid the foundation for the diversity of soil types that we find in the region today. The ice cover exerted pressure on the rock and contributed to its fragmentation. After the ice retreated, various soil types, including loamy soils, emerged as a result of erosion and sedimentation. Because the landscape in Flanders at this time had little vegetation, the wind had free rein and could therefore carry the segments of loam particles and deposit them elsewhere, which is why there are so many loam soils on the surface in our region.
Historically, adobe was often used for the construction of houses and other structures, due to its cohesive properties and insulating abilities. Baking clay into bricks was a common practice, not to mention its structure, which has the property of retaining many minerals, which mainly benefits vegetation. In short, the history of loam soils in Flanders reflects both geological processes and human interactions with the landscape, with loam having played a crucial role in construction and agricultural applications over the centuries

How did the loamy soil in the doode bemde to arise ?
Because the composition of loam also contains clay particles and they are flat in shape, they have the property of being transported with the water along streams and rivers. These then settle on the banks and in swamps The loam in the soil is rich in clay minerals and often has a fine-grained structure. This type of soil is formed when there is sufficient time for sedimentation and compaction under specific hydrological and climatic conditions. The slow process of soil formation, in which organic material and minerals are mixed, further contributes to the development of loamy soils in the Doode bemde.
Factors such as the vegetation, relief and climatic conditions of the region also play a role in influencing the properties of the loamy soils. In short, the loam soils in the Dyle Valley are the result of a geological past in which sediments were deposited by the Dyle and various factors worked together to form the current soil characteristics.

What is loam what are its properties?
A loam soil owes its characteristic properties to the composition of three soil types: clay particles with a grain size of 0.002 mm, silt with a grain size of 0.002 to 0.63 mm and sand with a grain size of 0.063 to 2 mm. The clay fraction dominates the composition; these are particularly fine and tend to stick together, giving a sticky structure to the loam soil. The clay particles are also small and flat and this is the reason why they adhere well to each other. This ensures a relatively compact structure with good cohesion of loam, which can therefore retain water well.
The component silt is larger than clay but smaller than grains of sand and these are both formed by the geological process of weathering rocks that are broken down by factors such as wind, water, frost and chemical reactions. The silt and sand particles ensure that loam is airier and better permeable to water than a clay soil. In short, loam soil is created by a long-term process of weathering of rocks in which clay particles have accumulated. The unique structure obtained through a balanced distribution of clay, silt and sand particles makes loam a fertile soil for plant growth. The fine grained nature of loam gives it a smooth sticky texture which makes it cohesive when wet and at the same time loam retains a degree of cohesion when dry.

What types of loamy soils are there?
There are several types of loam soils, and their specific characteristics are influenced by factors such as particle size distribution, mineral composition and geographic location. Here is a more detailed explanation of some of the main types of loamy soils: 1. Clayey loam soils: Characteristics: These loam soils have a high concentration of clay particles. The clay provides strong cohesion and often makes the soil compact. This type of loam soil can be sticky and difficult to work in wet weather, but it retains moisture well, which can be beneficial for agriculture. 2. Sandy loam soils: characteristics: here loam is mixed with sand, making the soil structure more permeable. This type of loam soil still has the moisture-retaining properties of loam, but it may also have better drainage. It is often considered fertile and suitable for various crops.
3. Calcareous loam soils: Characteristics: These loam soils contain a significant amount of lime. This can affect soil pH and the availability of certain nutrients to plants. Calcareous loam soils can be useful for crops that thrive in alkaline conditions. 4. Loess: Characteristics: Loess is a specific form of loam that consists mainly of fine particles, often deposited by the wind. It occurs in various parts of the world and has very fertile soil. Loess areas are often used for agriculture due to their rich composition. 5. Black loam soils (mollisols): Characteristics: These loam soils are known for their dark color, which indicates a high organic matter content. They have excellent fertility and are suitable for various crops. Mollisols are often found in areas with a grass-steppe climate.
6. Red loam soils: Characteristics: The red color is caused by iron oxide, which indicates an oxidation state of the soil. Red loam soils can be well drained and are often suitable for agriculture. The color may vary depending on the amount of iron in the soil. Each type of loam soil has its own unique properties, and the choice of type can influence land use, agricultural practices and construction applications in a particular region. The diversity of loamy soils emphasizes the complexity of soil formation and the many factors that play a role.
The taskes
Task 1:
- Go to the coordinates in the middle of the cow bridge, look 15 meters upstream, there you will see an animal wading place on the bank of the Dyle, look at it carefully. On site you can see color differences between different layers. Describe this and explain in your own words why and how this came about.
Task 2:
Move to the next virtual point, the Dijlepad and stay at the top of the path. Study carefully the loam here at your feet. a: what type of loam are we talking about here? b: which characteristics of the loam type you have chosen do you see here that make you suspect that this is this type of loam? Take some clay in your hands, feel it between your fingers for research and add a photo of your research via message or reply email to your answers. (so not with your log)
Task 3:
Take a photo of yourself (at coordinate N50 48.934 E004 38.742), your team and/or a personal item such as the GPS, which clearly shows that you have also been to GZ. The entrance gate (see photo of the photo location) should also be placed on the photo to be visible. If you have multiple teams on location, each team must take its own photo. Joint photos (multiple teams) are not accepted. Photos that have been edited (cutting and pasting) are also not accepted. Add the photo to your log and email the answers to the questions and photo of the loam research via the email address in our profile (or message center). Logs without (correct) answers to the questions and/or the correct photo will be deleted.
Good luck and thanks for your visit.

photo location