Julius en Caes, er zijn geen grotere vrienden. Ze vinden het allebei leuk om raadsels en puzzels op te lossen en elkaar uit te dagen met weer een raadsel. Maar de twee vrienden zijn deugnieten, daarom maken ze het elkaar graag moeilijk. En als de ander er niet uit komt, zijn ze de keizer te rijk.
Mark is op bezoek bij Julius en Caes.
Caes heeft een pak koekjes bij zich en weet een leuk spelletje: ik stel een vraag, zegt hij, en als je het goede antwoord weet, dan krijg je een koekje.
Kom maar op, zeggen Julius en Mark.
Caes zegt: 'twaalf'.
Julius antwoordt meteen met 'zes' en krijgt een koekje.
Caes zegt: 'zes'.
Julius reageert prompt met 'drie' en krijg nog een koekje.
He, denkt Mark, Julius noemt gewoon de helft van het getal dat Caes zegt?
Caes zegt: 'acht'.
Julius is weer snel met 'vier' en krijg zijn derde koekje.
Het klopt dus, denkt Mark!
Caes zegt 'tien'.
Mark is Julius nu voor en zegt 'vijf'!!!
Helaas, hij krijgt geen koekje...
Welk antwoord hoort bij
A negen
B veertien
C dertien
D twee
E vijftig
F honderd
De cache ligt op N51 30.ABC E005 32.DE(F-A)