Marit en Peter zijn twee kinderen uit de buurt, ze willen gaan spelen in de speeltuin. Ze kunnen al lezen, en ze zien hier op de coördinaten waar jij staat een wit bord. Marit kijkt er aandachtig na, ze fronst haar voorhoofd. Ze kijkt naar de tekst, en plichtsgetrouw als ze is concludeert dat dat spelen helemaal niet mag. Peter is het daar niet mee eens, volgens hem mogen ze gewoon gaan spelen, en hij vertrekt naar de schommels.
Marit was altijd al eigenwijs, en dacht, nou goed, dan ga ik maar geocachen, ik weet nog een plek waar ik nog een cache moet zoeken, en ze loopt de straat uit.
Peter zit verveelt op de schommel, in je eentje is het helemaal niet zo leuk hier. ‘Dan ga ik ook maar een cache zoeken’, denkt hij, en hij fietst de andere kant de straat uit.
En nu, beste geocacher, de vraag is: Heeft Marit hier gelijk, en mag ze niet spelen? Of heeft Peter het bij het rechte eind? Hij ziet geen probleem in het gebruik van deze speeltuin.
Als je denkt dat Marit gelijk heeft, ga haar dan achterna en ga zoeken op:
N52 09.A5B E004 29.CA8
X = het aan letters van het derde woord in witte letters op het bord wat de kinderen zagen
A=X+4
B=X+1
C=X+3
Als je meer de logica van Peter volgt dan kun je de andere kant de straat uit:
N52 09.DE5 E004 29.F8D
Y=Het aantal letters van het tweede woord in zwarte letters op datzelfde verwarring gevende bord. Wat een lang woord he?
D=Y-4
E=Y-7
F=Y-5
Moeilijk? Je kunt hier op een rustig plekje even nadenken en gaan rekenen!
En nog een verzoekje: Om ervoor te zorgen dat de cachers na jou ook niet weten waar ze aan beginnen, graag je avonturen heel spaarzaam in je logje vermelden.