Skip to content

Larvikiet EarthCache

Hidden : 5/1/2025
Difficulty:
3.5 out of 5
Terrain:
1 out of 5

Size: Size:   other (other)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:


Inleiding
Larvikiet is een gesteente dat is vernoemd naar de Noorse plaats Larvik, waar het voor het eerst werd beschreven. Dit gesteente komt veel voor in het zuidelijke deel van de regio Oslo, in een vulkanisch gebied dat meer dan 1000 km2; beslaat.

Veldspaat kristallen
Larvikiet bestaat vooral uit veldspaatkristallen, een groep mineralen met de elementen silicium, aluminium en zuurstof en daarbij  een van de elementen kalium, natrium of calcium. De belangrijkste soorten veldspaat in larvikiet zijn:

  • Orthoclaas (Or) – bevat kalium
  • Albiet (Ab) – bevat natrium
  • Anorthiet (An) – bevat calcium

Bij hoge temperaturen (ongeveer 900 °C) vormen deze mineralen samen een mengkristal, ook wel drievoudige veldspaat genoemd. Als de temperatuur daalt tot onder de 600 °C, scheiden de mineralen zich weer en groeien ze door elkaar heen.

De verhouding tussen deze mineralen in larvikiet is meestal:

  • 7 tot 35% Anorthiet
  • 60 tot 76% Albiet
  • 5 tot 32% Orthoclaas

In een figuur die vaak wordt gebruikt, zie je deze verhoudingen in een driehoek. De bovenste punt staat voor 100% kaliumveldspaat, de linker voor 100% natriumveldspaat en de rechter voor 100% calciumveldspaat. Alle mengvormen liggen ertussenin. Veel namen in zo'n figuur komen overeen met mineralen die je in winkels kunt vinden.

Bij Larvikiet zijn er  afwisselende lagen van Orthoclaas en Anorthiet of Albiet, hierdoor ontstaat een laminaire structuur die een bijzonder effect geeft die we in deze tekst verder zullen aanduiden als het Schiller-effect.

Zonering
Kristallen van Albiet en Anorthiet zijn voornamelijk homogeen, maar ze kunnen ook gezoneerd zijn, wat inhoudt dat verschillende delen binnen één kristal een ander gehalte aan Albiet en Anorthiet hebben.  Deze zonering kan verklaard worden uit het Albiet-An systeem. Bij het afkoelen van magma die voor 50% bestaat uit Anorthiet (dit is dus An50) is het eerste kristal dat gevormd wordt An83, een kristal dat voor 83% bestaat  uit Anorthiet. Naarmate dit kristal groeit, zal de hoeveelheid Calcium in de magma plaatselijk afnemen waardoor het kristal aangroeit met een lager gehalte Anorthiet en een hoger gehalte Albiet.

Afhankelijk van de afkoelsnelheid kan deze zonering geleidelijk veranderen of juist met een scherpe grens. Bij lage afkoelsnelheid is de resterende magma in evenwicht. De nieuw gevormde kristalgrenzen reageren met de resterende magma; hierbij worden homogene kristallen gevormd.

Naast homogene en gezoneerde kristallen bestaat er ook nog een tussenvorm: de fragmentarische kristallen. De  verschillende types zijn in onderstaande figuur te zien.

a) homogeen: het Schiller-effect is hier homogeen verdeeld binnen het kristal
b) fragmentarisch: het Schiller-effect treedt binnen het kristal onregelmatig op verschillende fragmenten op
c) gezoneerd: binnen het kristal treedt het Schiller-effect rondom een zone op als een ring langs de kristalgrenzen.

Eigenschappen en groeves
Anorthiet, Albiet en Orthoclaas hebben een chemische samenstelling die op elkaar lijkt en ze hebben ook ongeveer gelijke eigenschappen. Ze kunnen kleurloos, wit of bijna iedere kleur hebben afhankelijk van de aanwezigheid van andere elementen in het kristal. Ze hebben een hardheid van Mohs 6.

Het Larvikiet kan gekarakteriseerd worden door de intensiteit en kleur van het effect van de feldspar kristallen, door de 'achtergrond kleur' variërend van donker grijs (bijna zwart) tot licht grijs en door maximale korrelgrootte. De kleur wordt bepaald door de samenstelling van het Larvikiet, d.w.z. de hoeveel Anorthiet, Albiet en Orthoclaas in de kristallen.

Aan de hand van deze kenmerken is te herleiden in welke groeve het is gewonnen. Op onderstaande afbeelding staat Larvikiet gewonnen uit 8 verschillende groeves.

Bij de winning van Larvikiet is verkleuring een probleem. Er treden twee soorten verkleuring op: verbleking van de feldspar kristallen, waardoor de kleur flets wordt en oxidatie. Oxidatie start bij de korrelgrenzen en breukvlakken en geeft een bruine verkleuring. Het meest hoogwaardige Larvikiet is vrij van verkleuring en de prijs van het Larvikiet daalt met de mate van verkleuring.

Vragen
Op de aangegeven coördinaten is een gevel bekleed met Larvikiet. Beantwoord de volgende vragen om deze cache te mogen loggen en vergeet niet de verplichte foto van vraag 4 bij je log te voegen. Bij het ontbreken van de juiste foto  en/of de juiste antwoorden zal de log zonder waarschuwing vooraf verwijderd worden.

1a) Als je het Larvikiet vanaf verschillende hoeken bekijkt, kun je het Schiller-effect waarnemen. Beweeg met je gezicht voor het gesteente en blijf naar dezelfde plek kijken: wat valt je op?

1b) Beschrijf in eigen woorden hoe dit effect verklaard kan worden.

2a) Eén type feldsparkristal is dominant (komt het meeste voor) op deze gevel. Opvallend is dat de Larvikiet onder het rechter etalageraam een ander type is.  Welk type is dominant over de hele gevel en welk type komt rechtsonder het meest voor? (homogeen, fragmentarisch of gezoneerd)?

2b) Geef een verklaring/leg uit hoe het mogelijk is dat er toch twee verschillende typen feldsparkristallen kunnen voorkomen in deze gevelplaten die uit dezelfde groeve komen.

3) Uit welke groeve is het Larvikiet gewonnen? Maak een keuze uit de plaatjes a t/m h. Noem minimaal 2 aspecten waaraan je dat door jou genoemde type hier herkent.

4) Maak een foto van jezelf en de Larvikiet en plaats deze bij de log. Op de foto moet duidelijk te zien zijn dat je ter plekke bent geweest. Elk loggend team plaatst zijn eigen foto; groepsfoto's zijn niet toegestaan.

 

Bronnen:
Brittanica Feldspar

Fascinerend Larvikiet

National treasure of global significance. Dimension-stone deposits in larvikite, Oslo igneous province, Norway

Additional Hints (No hints available.)