Wij vinden het leuk om lange logjes te lezen!
Een cache die gewoon op de eindcoördinaten ligt.
Veel plezier!
Zwolle is de hoofdstad van de Nederlandse provincie Overijssel.
Zwolle ligt aan het Zwarte Water en de Overijsselse Vecht en is via het Zwolle-IJsselkanaal verbonden met de IJssel. De stad ligt in de regio IJsseldelta. De gemeente telt 133.133 inwoners (1 januari 2024) en is qua inwoneraantal de negentiende gemeente van Nederland. Zwolle heeft een oppervlakte van 111,33 km⊃2;.
Geschiedenis
Middeleeuwen
[bewerken | brontekst bewerken]
Zwolle is in de middeleeuwen ontstaan op een dekzandrug tussen de IJssel en de Overijsselse Vecht aan het riviertje de Aa. Dit was een hoger gelegen en bewoonbare plek in het verder moerassige landschap. Zo'n plek werd destijds een 'suol' genoemd. De zandrug is nog altijd zichtbaar door de hoogteverschillen in de stad. Zo ligt de Sassenstraat hoger dan het Grote Kerkplein.[2]
Stadszegel uit 1295 met afbeelding van Sint-Michaël die een basilisk doodt
De oudste sporen van bewoning stammen uit de jonge steentijd. Rondtrekkende stammen bewoonden toen de dekzandruggen. In sommige bronnen worden deze stammen ook wel aangeduid als het Isalavolk, naar de Latijnse naam van de IJssel.
Bij de aanleg van Ittersumerbroek, een wijkgedeelte van Zwolle-Zuid, zijn in 1993 grondsporen gevonden van twee paalcirkels uit de bronstijd. Deze worden ook wel het Woodhenge van Zwolle genoemd.
De oudste schriftelijke vermelding, uit 1040, spreekt over een aan Sint-Michaël gewijde parochiekerk. In 1230 kreeg Zwolle van zijn landheer de Utrechtse bisschop Wilbrand van Oldenburg stadsrechten als dank voor hulp bij het bouwen van een burcht in Hardenberg. Dit naar aanleiding van de Slag bij Ane.
Bij de stadsbrand van 1324, bewust aangestoken door roofridder Zweder van Voorst, ging de stad bijna geheel in vlammen op. Negen gebouwen, waaronder de kapel en de refter van het Bethlehemklooster, bleven staan, omdat ze van steen waren gebouwd. Na de brand werd de stad herbouwd richting het westen. Op de plattegrond is nog verschil te zien tussen het grillige stratenpatroon in het oostelijke deel van de binnenstad, dat dateert van voor de brand, en het veel regelmatiger stratenpatroon van na de brand.[3]
De Latijnse school van Zwolle, het huidige Gymnasium Celeanum, verwierf onder rector Johan Cele (1375-1415) grote faam. Geïnspireerd door de Moderne Devotie bracht hij nieuwe geestelijke, pedagogische en sociale inzichten in praktijk. Zijn onderwijsvernieuwing zou al snel navolging krijgen op scholen in met name Nederland en Duitsland. In de vijftiende eeuw, de "Gouden Eeuw" van de stad, breidde de Moderne Devotie, die door Geert Grote aanvankelijk in Deventer was gestart, zich mede vanuit Zwolle uit over een groot deel van Europa. In het begin van deze eeuw was het Thomas a Kempis, kopiist en mysticus, die na zijn schooltijd in Deventer in een klooster op de Agnietenberg was gaan wonen en een gekend inspirator van deze beweging werd. Aangenomen wordt dat latere Paus Adrianus VI rond 1470 in Zwolle aan de Latijnse school les kreeg.
De Gouden Eeuw van Zwolle was evengoed te danken aan het feit dat de stad in 1407 als handelsstad, vermoedelijk voor de tweede keer, toetrad tot de Hanze. Aan de macht van de gilden in het stadsbestuur (1413-1416) maakte bisschop Frederik van Blankenheim een hardhandig einde in de Lucienacht van 1416. In 1438 verkreeg Zwolle stapelrecht van bisschop Rudolf van Diepholt.[4] De keizer van het Heilige Roomse Rijk bevestigde in 1448 de stadsrechten van Zwolle door de stad op te nemen onder de steden van het Duitse Rijk. Tegelijkertijd met Deventer en Kampen werd Zwolle in 1495 door Keizer Maximiliaan I erkend als Vrije Rijksstad.
Tachtigjarige Oorlog en de Republiek
[bewerken | brontekst bewerken]
Zwolle op een kaart van Blaeu (1652)
In augustus 1572 werd Zwolle veroverd door Willem van den Bergh, een zwager van Willem van Oranje. Maar na het uitmoorden van de bevolking van Zutphen op 16 november 1572 door de Spaanse troepen van Don Frederik, gaf de stad zich met enkele andere steden vrijwillig over om verder bloedvergieten te voorkomen.
De Staten van Overijssel deden in eerste instantie niet mee aan de Unie van Utrecht, die bedoeld was als militair verbond tegen de oprukkende Spaanse troepen. Maar toen de stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel - George van Lalaing - op 3 maart 1580 overliep naar Spanje, maakten de Zwollenaren duidelijk dat zij de opstand niet wilden verlaten en erkenden de stadhouder niet langer. Ene Lubert Ulger ontketende een opstand in Zwolle, en op 15 juni wist hij met een groep calvinistische opstandelingen de katholieken en Spaanse soldaten te verslaan in een straatgevecht in de Diezerstraat. Na een bemiddeling van Willem van Oranje kreeg van Lalaing alleen Groningen mee naar de Spaanse zijde, en sloten Overijssel en Drenthe zich aan bij de Unie van Utrecht.
Tijdens Parma's negen jaren was Zwolle de enige stad die niet door de Spanjaarden werd heroverd. Tijdens de Tien jaren van Maurits van Oranje was de stad een militaire basis vanuit waar Overijssel en Gelderland konden worden heroverd. In de Republiek der Nederlanden had Overijssel geen echte hoofdstad, de staten bestond uit afgevaardigden van Deventer, Kampen, Zwolle en de Overijsselse Ridderschap. De vergaderingen vonden afwisselend plaats in een van de drie steden.