Op de oude sites van de nucleaire bedrijven Belgonucleaire en Eurochemique ontstaat een veilige plaats waar laag radio actief afval zal bewaard worden voor de volgende 300 jaar.
op de site in Dessel kan je via een mooi educatief project dit ervaren
op de locatie van een "Een zicht op de toekomst "kan je via een verrekijker het toekomstige landschap waarnemen.
OPERATIONEEL CENTRUM
De toegangscluster huisvest het operationele centrum van de bergingsinstallatie. De cluster vormt de toegang tot de bergingssite en zal bestaan uit drie gebouwen: een kantoorgebouw en twee technische gebouwen.
HART VAN DE BERGING
De bergingsmodules vormen het hart van de berging. Het zijn de betonnen bunkers waarin de monolieten met afval geborgen worden. De betonnen structuren vormen naast de monolieten een barrière voor het insluiten en afzonderen van het radioactieve afval.
OPBOUW BERGINGSMODULES
In een oppervlakteberging wordt het radioactieve afval geborgen in bovengrondse modules. Meerdere barrières zonderen het afval af en sluiten de radioactieve stoffen in. Zo vormt het vandaag of in een verre toekomst geen risico meer voor mens en milieu.
De toekomstige oppervlaktebergingsinstallatie in Dessel biedt een veilige en definitieve oplossing voor al het Belgische laag- en middelactieve kortlevende afval. Het is een uniek project, dat een technisch verhaal combineert met een breed maatschappelijk draagvlak.
De bergingsinstallatie zelf en de meerwaardeprojecten die eraan werden verbonden, worden gerealiseerd in nauwe samenwerking met de lokale bevolking van Dessel en Mol.
Een bergingsmodule:
- is opgebouwd uit wanden en vloerplaten in gewapend beton van 70 centimeter dik;
- kan weerstaan aan extreme omstandigheden zoals een aardbeving;
- meet ongeveer 25 bij 27 meter, is 11 meter hoog en biedt plaats aan zo’n 900 monolieten.
NIRAS schat dat er 34 bergingsmodules nodig zullen zijn om al het laag- en middelactieve kortlevende afval te bergen. Bij die schatting houden we ook rekening met toekomstig afval, dat bijvoorbeeld zal ontstaan bij de ontmanteling van de kern-centrales. De bouw van de bergingsmodules zal in twee fasen verlopen: 20 modules in de eerste, en 14 in de tweede fase.
EXPLOITATIE
De monolieten worden een voor een naar de bergings-modules vervoerd met een treintje dat bestuurd wordt vanuit de controlekamer. Met rolbruggen nemen we de monoliet van het treintje en plaatsen we die op de juiste plek in de bergingsmodule.
Tijdens de exploitatiefase beschermt een stalen dak de modules tegen de weersomstandigheden. Dat dak wordt op termijn vervangen door een permanente afdekking.
INSPECTIERUIMTE
Onder de modules bevindt zich een inspectieruimte. Via die ruimte kunnen we met robottoestellen de modules inspecteren op scheuren of doorsijpelend water.
Eventuele problemen worden zo meteen gedetecteerd. Als er water aanwezig zou zijn in de inspectieruimte of de modules, kunnen we dat dankzij een drainagesysteem controleren en het water afleiden.
OPHOGING
De modules worden gebouwd op een ophoging: een grindlaag van 60 centimeter, met daarop een mengsel van zand en cement van 2 meter dik.
Zo staan ze altijd boven het waterniveau, ook bij extreem hevige regen of overstromingen. De grindlaag beschermt de modules bovendien tegen opstijgend vocht. De totale hoogte van de bergingsmodules, inclusief het dak en de ophoging, bedraagt ongeveer 20 meter.
De oppervlaktebergingsinstallatie zal het laag- en middelactieve kortlevende afval op een veilige manier insluiten. Tijdens de exploitatiefase beschermt een vast stalen dak de bergingsmodules tegen weer en wind.
Wanneer de laatste monolieten met afval geborgen zijn, wordt dat stalen dak vervangen door een afdekking. Die 4,5 meter dikke, permanente beschermlaag zal het afval onder meer beschermen tegen water, temperatuurschommelingen en gravende dieren.