Hoe herken je een ijsvogel?
Ze zijn klein, zien er felblauw uit en zitten meestal op een tak bij het water of ze schieten vlak over het water heen, jagend op visjes. Het meest opvallende aan de ijsvogel is z’n kleur. Blauwe schicht wordt 'ie ook wel genoemd. Alleen, hij is niet blauw. Hij is kleurloos. In de rugveren van een ijsvogel zitten geen kleurstoffen. Door de structuur van de veren zorgen weerkaatsingen van licht voor de blauwe kleur. Het is dus een optische illusie. Iriseren heet dit verschijnsel. Bij andere dieren, bijvoorbeeld de pauw en sommige insecten komt het ook voor. Dankzij het iriseren kunnen dieren zich goed camoufleren. Voor de ijsvogel geldt dat ook. In de schaduw vind je hem met z'n oranje borst bijna niet terug. In vergelijking met de meeste andere vogels in Nederland oogt dit diertje exotisch en ergens klopt dat ook wel. Tegen een oer-Hollandse winter met meer dan een week vorst of een flinke koude wind kunnen ze niet. Het aantal dieren neemt dan serieus af. Verder is het waterrijke Nederlandse landschap een prima leefomgeving