Toen de Duitse troepen op 14 mei 1940 Tienen binnenmarcheerden, begon een harde bezettingsperiode. De stad lag op een strategisch punt met spoorlijnen en wegen, en werd daardoor snel ingenomen. De kazerne Generaal Baron Michel werd gebruikt door de Duitsers als opslag, verblijf en tijdelijk gevangenis. Het dagelijks leven werd zwaar beïnvloed: er waren voedseltekorten, avondklokken en verplichte arbeid. Toch bleef er in stilte verzet bestaan. Tiense verzetslieden hielpen onderduikers, verspreidden geheime kranten en saboteerden infrastructuur. Op 6 september 1944 trokken de Duitsers zich terug en arriveerden Britse bevrijders. Tienen was vrij, maar de sporen van de oorlog zouden nog lang zichtbaar blijven — in gebouwen, herinneringen en verhalen.
