In de negentiende eeuw kende Europa vele grote heidegebieden. In Schotland en Ierland zijn dat hoogland heidegebieden, in Denemarken en Nederland zijn dat laaglandheidegebieden.
Eind negentiende eeuw bestaat ongeveer de helft van Nederland uit woeste gronden: aan de kust, Drenthe en Oost-Overijssel, Veluwe en Oost-Utrecht, Oost-Brabant en Noord-Limburg.
In 1840 werd in Denemarken al aan bosbouw gedaan.
De eerste bosaanleg op woeste gronden in Nederland is de Heerenkamp bij Gasselte tussen 1876 en 1892. Het perceel werd omwald om de schapen buiten te houden, hetgeen niet altijd lukte. Er waren ook doorgangen in noord-zuid richting voor de kuddes.