Qamado's vis-Quiz

De cache is niet op de coordinaten boven aan de pagina te vinden.
Beantwoord de vragen en maak de som voor de juiste coordinaten.
1. Hoe slaagt de mangrovekillifish (Kryptolebias marmoratus) er in vredesnaam in om maandenlang buiten het water te overleven in omgevallen bomen en holten zonder uit te drogen of te stikken aan ophoping van ammoniak?
A. Door in een schijndode toestand (estivatie) te gaan waarbij de stofwisseling met 99% daalt en de organen inkrimpen. (3)
A. Door zuurstof op te nemen via een gespecialiseerd labyrintorgaan direct achter de kieuwen, vergelijkbaar met de klimvis. (4)
A. Door de functie van de kieuwen drastisch te reorganiseren, waardoor ionenverlies wordt gestaakt en zuurstof direct via de huid wordt opgenomen. (2)
A. Door een interne gistarnd te activeren die anaerobe ademhaling mogelijk maakt via de zwemblaas. (5)
2. Mangrovekillifissen zijn in het water doorgaans extreem territoriaal en agressief tegenover soortgenoten. Welk uniek sociaal gedrag vertonen ze juist wanneer ze gedwongen in groepen samenhokken in een vochtige boomstronk?
B. Ze onderdrukken agressie en tolereren genetisch verwante exemplaren (klonen) in een vreedzame groep om uitdroging te vertragen. (7)
B. Ze splitsen de groep op in een strikte hiërarchie met een dominante 'koningin' die de zwakkere exemplaren opeet. (6)
B. Ze scheiden een toxische slijmlaag af om de gezamenlijke schuilplaats te steriliseren tegen schimmels. (8)
B. Ze bouwen een gezamenlijk web van ingedikt slijm waarin ze zich als een cocon ingraven. (5)
3. De bekende metafoor stelt dat men een vis niet moet beoordelen op zijn vaardigheid om in een boom te klimmen. Welke echte, prehistorische overgangsvorm uit de paleontologie tart deze figuurlijke grens door te bewijzen dat vissen letterlijk de oversteek naar landelijke niches waagden?
C. Coelacanthiformes, die met hun lobvormige vinnen boomstronken op de diepe oceaanbodem omklemden. (8)
C. Dunkleosteus, een reusachtige placoderm die zich met kaken aan rivieroevers wist vast te grijpen. (11)
C. Petromyzontiformes, die zich vastzogen aan landlevende amfibieën om mee te liften. (10)
C. Tiktaalik roseae, een 'vis-met-handen' uit het Laat-Devoon met gewrichten in de vinnen voor ondiepe moerassen en modderbanken. (9)
4. Welke specifieke morfologische of anatomische eigenschap stelt de klimvis (Anabas testudineus) in staat om over land te marcheren en soms in lage boomtakken verstrikt te raken?
D. Een gespecialiseerde set van benige klauwen aan de buikvinnen waarmee ze zich vastgrijpen aan boomschors. (6)
D. Een labyrintorgaan voor luchtademhaling gecombineerd met gezaagde, stekelige kieuwdeksels om zich af te zetten. (4)
D. Een krachtige, gespierde staart die functioneert als een springveer om zichzelf metershoog de lucht in te katapulteren. (3)
D. Het vermogen om hun maag op te blazen met waterstofgas zodat ze door de wind naar bomen worden geblazen. (5)
5. Wat maakt de voortplanting van Kryptolebias marmoratus evolutionair zo briljant voor een soort die geïsoleerde landplekken zoals een vochtige boomholte kan bereiken?
E. Ze zijn strikt parthenogenetisch en produceren uitsluitend klonen zonder dat er eieren aan te pas komen. (21)
E. Ze zijn sequentiële hermafrodieten die altijd als mannetje beginnen en pas in een boom een vrouwtje worden. (22)
E. Ze zijn gelijktijdige hermafrodieten die tot zelfbevruchting in staat zijn, waardoor één enkele gestrande vis een populatie kan stichten. (23)
E. Ze produceren eieren met een ingebouwde diapauze van tien jaar die enkel door vogeluitwerpselen worden geactiveerd. (24)
De cache is de vinden op
N 53° 1 (AxBxCxE)
E 005° 5 ((AxB)x(DxE+C))