Algemene informatie
Het Puthuis
Het Puthuis op de markt van 's-Hertogenbosch is een reconstructie van een historische stadswaterput. Het vormt een ensemble met een daarnaast gelegen Onze-Lieve-Vrouwehuisje. Beide bouwwerken zijn in 2016 gerealiseerd.
Op deze locatie is niet alleen een reconstructie van de waterput te zien, maar ook een stukje aardgeschiedenis. Het Puthuis is opgebouwd uit natuursteen waarin fossielen zichtbaar zijn gebleven.
Wie goed kijkt, ziet in het gesteente lichte vormen, patronen en structuren. Sommige daarvan zijn duidelijk herkenbare fossielen, andere zijn kleine fragmenten of doorsneden. Juist dat maakt deze locatie geologisch interessant.

Belgisch hardsteen
Voor de basissteen is Belgisch hardsteen gebruikt, ook wel arduin genoemd. Dit is een donkere, fossielrijke kalksteen die vooral in België is gewonnen en al eeuwenlang wordt toegepast als bouwsteen.
Belgisch hardsteen is ontstaan uit kalkrijk sediment dat zich ophoopte op de bodem van een ondiepe zee. In dat sediment kwamen veel resten van zeeorganismen terecht. Na verloop van tijd werd dit sediment samengeperst en verhard tot kalksteen.
De meeste Belgische hardsteen is miljoenen jaren oud. De precieze ouderdom kan per groeve en steensoort verschillen, maar het gaat in alle gevallen om zeer oud marien gesteente.
Een opvallend kenmerk van Belgisch hardsteen is dat de donkere steenmassa vaak wordt afgewisseld met lichtere fossielen, aders of fragmenten. Daardoor is het niet alleen een populaire bouwsteen, maar ook een gesteente waarin het verleden letterlijk zichtbaar is gebleven.
Voor deze EarthCache is Belgisch hardsteen dus de basissteen: het gesteente waarin de fossielen bewaard zijn gebleven en dat ons iets vertelt over een oude zee uit een ver verleden.
Wat is een fossiel?
Een fossiel is een bewaard gebleven restant, afdruk of spoor van een organisme dat lang geleden heeft geleefd. Dat kan bijvoorbeeld een skeletdeel, een schelp, een kalkstructuur, een afdruk van een organisme of zelfs een spoor van beweging zijn.
Een fossiel hoeft niet altijd volledig versteend te zijn. Soms is alleen een deel van het oorspronkelijke organisme bewaard gebleven, zoals een skeletfragment of een stukje schelp. In andere gevallen zie je vooral de afdruk of de vorm die het organisme in het sediment heeft achtergelaten.
Fossielen zijn voor geologen belangrijk omdat ze iets kunnen vertellen over vroegere leefomgevingen, over de organismen die daar voorkwamen en soms ook over de ouderdom van het gesteente waarin ze gevonden worden.
Veelvoorkomende mariene fossielen
Ammonieten
Ammonieten waren in zee levende koppotigen met een opgerolde, spiraalvormige schelp. Ze waren verwant aan de huidige inktvissen en nautilussen. De meeste ammonieten zwommen vrij rond in zee en jaagden waarschijnlijk op kleinere prooien.
Hun schelp was verdeeld in kamers. Het dier zelf leefde in de buitenste kamer, terwijl de binnenste kamers onder andere hielpen bij het regelen van het drijfvermogen. De grootte van ammonieten varieerde sterk: sommige soorten waren slechts enkele centimeters groot, terwijl andere een schelp konden hebben van meer dan een meter doorsnede.
Herkenning: duidelijke spiraalvormige schelp met windingen en vaak zichtbare kamerindeling.
Ammoniet
Brachiopoden
Op het eerste gezicht lijken brachiopoden op gewone zeeschelpen, maar dat is misleidend. Deze zeedieren zijn niet nauw verwant aan schelpdieren zoals mossels of oesters, maar vormen een eigen diergroep. Hun grootte varieerde van enkele millimeters tot ongeveer 8 centimeter.
Veel brachiopoden zaten met een soort stengel of hechtorgaan vast aan de zeebodem. Daar filterden zij voedseldeeltjes uit het passerende water. In veel gevallen leefden zij in groepen dicht bij elkaar, en sommige soorten kwamen zelfs in grote kolonies voor.
Hun skelet bestond uit twee kleppen, maar die verschillen vaak van vorm en functie. In natuursteen zijn ze daarom vaak zichtbaar als schelpvormige fossielen met een duidelijke middenlijn, ribben of symmetrie.
Voor datering kunnen brachiopoden nuttig zijn, maar meestal zijn zij vooral sterk als onderdeel van een grotere fossielcombinatie, samen met andere mariene fossielen.
Herkenning: schelpvorm, duidelijke symmetrie, soms ribben of een centrale lijn.
Brachiopode
Crinoïden (zeelelies)
Zeelelies behoren tot de stekelhuidigen, net als zeesterren en zee-egels. Ondanks hun naam zijn het geen planten, maar dieren. Binnen de groep van zeelelies bestaan soorten die hun hele leven op een steel vastzitten, en soorten die na het larvestadium van hun steel loskomen en zich over de zeebodem kunnen verplaatsen.
Het lichaam van een zeelelie bestond grotendeels uit kalkplaatjes. Vanuit het lichaam ontsprongen vaak vele lange armen, waarmee voedseldeeltjes uit het voorbij stromende water werden opgevangen. De steel bestond uit een groot aantal losse segmenten.
De totale grootte liep sterk uiteen. Kleine soorten bleven vrij bescheiden, maar andere konden met steel en kroon samen aanzienlijk groter worden. In gesteente blijven vooral de kalkdelen van de steel en het lichaam bewaard.
Daardoor worden crinoïden in natuursteen vaak herkend aan ronde schijfjes, soms met een opening in het midden, of aan kleine cilindrische fragmenten. Op veel locaties zijn juist deze steelsegmenten de duidelijkste fossiele resten.
Crinoïden zijn waardevol voor het herkennen van een oud marien milieu. Voor een zeer precieze datering zijn zij meestal minder sterk dan klassieke gidsfossielen, maar in combinatie met andere fossielen kunnen zij veel zeggen over de ouderdom van een gesteente.
Herkenning: ronde schijfjes, ringvormen, kleine lichte staafjes of korte segmenten.
 |
 |
| Crinoïde dwarsdoorsnede |
Crinoïde zijdoorsnede |
Gastropoden
Gastropoden zijn de voorouders en verwanten van de huidige slakken. Ze bestaan al zeer lang in de aardgeschiedenis en hebben een grote variatie aan vormen ontwikkeld. De meeste droegen een schelp, vaak in een gebogen of spiraalvorm.
Ze leefden in uiteenlopende mariene milieus, vaak op of in de zeebodem. Sommige soorten graasden op algen of organisch materiaal, andere voedden zich met kleiner dierlijk voedsel. Hun grootte liep uiteen van zeer kleine soorten van enkele millimeters tot grotere exemplaren van meerdere centimeters.
Omdat gastropoden gedurende een zeer lange tijd voorkwamen, zijn zij op groepsniveau meestal minder geschikt als precies gidsfossiel. Toch zijn ze geologisch interessant, vooral als onderdeel van een bredere fossielassociatie.
In natuursteen herken je gastropoden meestal aan een gebogen of spiraalvormige schelp, al is vaak slechts een deel van die vorm zichtbaar. Soms zie je slechts een deel van een winding of een schuine doorsnede van de schelp.
Herkenning: gebogen schelplijn, spiraalvorm, gedeeltelijke windingen.
Gastropode
Koralen
Koralen zijn dieren die kalkskeletjes opbouwen. Sommige leefden solitair, andere vormden kolonies op de zeebodem. In fossielrijke kalkstenen zijn vooral oude, uitgestorven groepen koralen belangrijk. Voorbeelden daarvan zijn het Rugosa of hoornkoraal, kolonievormend koraal (Syringopora) en honingraatachtige kolonievormen zoals Michelina.
Van beide typen is bekend dat zij in kolonies konden leven, maar bij hoornkoralen kwamen ook solitaire vormen voor. Die solitaire hoornkoralen konden indrukwekkend groot worden en in sommige gevallen lengtes tot ongeveer een meter bereiken, al zijn veel exemplaren veel kleiner.
Koralen waren microcarnivoren: zij voedden zich met zeer kleine prooien en organisch materiaal uit het water dat langs hun poliepen stroomde. Hun kalkskelet kon tijdens het leven uitgroeien tot een stevige kolonie of een afzonderlijke, hoornvormige structuur.
In steen herken je koraal vaak aan een honingraatpatroon, regelmatige celstructuren of gebogen vormen met duidelijke ribben. Omdat koralen op verschillende manieren kunnen zijn aangesneden, kunnen zij in natuursteen heel verschillend ogen.
Herkenning: honingraatstructuren, kleine celpatronen, geribde boog- of komvormen.
 |
 |
 |
| Honingraad koraal (Michelina) |
Hoorn koraal (Rugosa) |
Kolonievormend koraal (Syringopora) |
Wat is een gidsfossiel?
Een fossiel is meer dan alleen een oud overblijfsel. Sommige fossielen helpen geologen om te bepalen uit welke periode een gesteente afkomstig is. Zulke fossielen noemen we gidsfossielen of indexfossielen.
Een fossiel is vooral geschikt als gidsfossiel wanneer het:
- duidelijk herkenbaar is,
- op veel plaatsen voorkomt,
- en afkomstig is van een soort die gedurende een relatief korte geologische periode heeft geleefd.
Hoe korter een soort heeft bestaan, hoe nauwkeuriger zij kan helpen bij het dateren van gesteente. Wanneer hetzelfde gidsfossiel op verschillende plaatsen in gesteentelagen wordt gevonden, kunnen geologen die lagen met elkaar vergelijken en hun ouderdom beter inschatten.
Niet ieder fossiel is even geschikt als gidsfossiel. Sommige fossielgroepen komen gedurende een zeer lange tijd voor, of zijn in een steen alleen als fragment zichtbaar. In zulke gevallen kijken geologen niet alleen naar één fossiel, maar juist naar de combinatie van meerdere fossielen.
Voor mariene gesteenten zijn bijvoorbeeld brachiopoden, gastropoden en ammonieten bekende gidsfossielen. Crinoïden en koralen kunnen ook veel informatie geven, maar zijn vaak vooral bruikbaar in combinatie met andere fossielen.
In de grafiek hieronder zie je voorbeelden van gidsfossielen. De lengte van de volledige balk laat zien in welke perioden een fossieltype voorkwam. Het grijze deel binnen die balk geeft aan in welke periode dat fossiel bijzonder bruikbaar is als gidsfossiel.
Voorbeelden van gidsfossielen en de perioden waarin zij bruikbaar zijn voor datering
Logtaken
Instructies:
- Stuur je antwoorden van onderstaande vragen via het berichtencentrum naar de cache-eigenaar.
- Vermeld duidelijk de naam van je team(s) en de naam van deze cache.
- Iedere logger zorgt voor een eigen, individuele foto-opdracht zoals hierboven beschreven. Een groepsfoto is dus niet toegestaan.
- Logs zonder de juiste antwoorden en/of juiste foto zullen zonder waarschuwing vooraf worden verwijderd.
Bekijk het gesteente op locatie zorgvuldig en gebruik de informatie uit deze listing om de antwoorden te formuleren.
Vraag 1:
a. Welk type fossiel vind je achter het gele vlak op Foto 1?
b. Omschrijf de kenmerken waaraan je het hebt herkent.
Vraag 2:
a. Welk type fossiel vind je achter het gele vlak op Foto 2?
b. Omschrijf de kenmerken waaraan je het hebt herkent.
Vraag 3:
a. Welk type fossiel vind je achter het gele vlak op Foto 3?
b. Omschrijf de kenmerken waaraan je het hebt herkent.
Vraag 4: Maak op basis van de gevonden fossielen bij vraag 1 tot en met 3 een globale inschatting van de geologische ouderdom van het gesteente. Noem het deel van de aardgeschiedenis dat volgens jou het best past en leg uit waarom.
Vraag 5: Voeg een foto toe aan je log waarop jijzelf of een persoonlijk item met je naam duidelijk zichtbaar is bij het Puthuis. Deze foto moet door iedere logger afzonderlijk worden gemaakt! Groepsfoto's zijn dus niet toegestaan.
Klik op bovenstaande foto's om deze te vergroten.
General information
Het Puthuis
Het Puthuis on the market square of 's-Hertogenbosch is a reconstruction of a historic city water well. It forms an ensemble with the nearby Our Lady's shrine. Both structures were completed in 2016.
At this location you can see not only a reconstruction of the water well, but also a piece of Earth's history. Het Puthuis is built from natural stone in which fossils have remained visible.
Anyone who looks carefully will notice light shapes, patterns and structures in the stone. Some of these are clearly recognizable fossils, while others are small fragments or cross-sections. That is exactly what makes this location geologically interesting.

Belgian bluestone
Belgian bluestone, also known as arduin, was used as the main stone. It is a dark, fossil-rich limestone that was quarried mainly in Belgium and has been used as a building stone for centuries.
Belgian bluestone formed from lime-rich sediment that accumulated on the floor of a shallow sea. Many remains of marine organisms became embedded in that sediment. Over time, the sediment was compacted and hardened into limestone.
Most Belgian bluestone is millions of years old. Its exact age can vary by quarry and stone type, but in all cases it is very old marine rock.
A striking feature of Belgian bluestone is that the dark stone mass is often interspersed with lighter fossils, veins or fragments. This makes it not only a popular building stone, but also a rock in which the past has literally remained visible.
For this EarthCache, Belgian bluestone is therefore the host rock: the rock in which the fossils have been preserved and which tells us something about an ancient sea from the distant past.
What is a fossil?
A fossil is a preserved remain, impression or trace of an organism that lived a long time ago. This may be, for example, part of a skeleton, a shell, a calcareous structure, an impression of an organism, or even a trace of movement.
A fossil does not always have to be completely petrified. Sometimes only part of the original organism has been preserved, such as a skeletal fragment or a piece of shell. In other cases, what you mainly see is the impression or shape the organism left behind in the sediment.
Fossils are important to geologists because they can reveal information about past environments, the organisms that lived there, and sometimes also the age of the rock in which they are found.
Common marine fossils
Ammonites
Ammonites were marine cephalopods with a coiled, spiral shell. They were related to modern squid and nautiluses. Most ammonites swam freely through the sea and probably hunted smaller prey.
Their shell was divided into chambers. The animal itself lived in the outer chamber, while the inner chambers helped regulate buoyancy. The size of ammonites varied greatly: some species were only a few centimeters across, while others could have shells more than a meter in diameter.
Identification: a distinct spiral shell with coils and often visible chamber divisions.
Ammonite
Brachiopods
At first glance, brachiopods resemble ordinary seashells, but that is misleading. These marine animals are not closely related to shellfish such as mussels or oysters, but form their own animal group. Their size ranged from a few millimeters to about 8 centimeters.
Many brachiopods were attached to the seafloor by a stalk-like structure or attachment organ. There they filtered food particles from the passing water. In many cases they lived in groups close together, and some species even occurred in large colonies.
Their skeleton consisted of two valves, but these often differed in shape and function. In natural stone they are therefore often visible as shell-shaped fossils with a clear midline, ribs or symmetry.
For dating purposes, brachiopods can be useful, but they are usually strongest as part of a larger fossil assemblage together with other marine fossils.
Identification: shell shape, clear symmetry, sometimes ribs or a central line.
Brachiopod
Crinoids (sea lilies)
Sea lilies belong to the echinoderms, just like starfish and sea urchins. Despite their name, they are not plants but animals. Within the group of sea lilies there are species that remain attached to a stalk throughout life, and species that detach from the stalk after the larval stage and can move across the seafloor.
The body of a sea lily consisted largely of calcareous plates. Many long arms often extended from the body, capturing food particles from the water flowing past. The stalk consisted of a large number of separate segments.
Total size varied greatly. Small species remained modest in size, while others could become considerably larger with stalk and crown together. In rock, mainly the calcareous parts of the stalk and body are preserved.
As a result, crinoids in natural stone are often recognized by round discs, sometimes with an opening in the center, or by small cylindrical fragments. At many locations, these stalk segments are the clearest fossil remains.
Crinoids are valuable for recognizing an ancient marine environment. For very precise dating, they are usually less useful than classic index fossils, but in combination with other fossils they can tell us much about the age of a rock.
Identification: round discs, ring shapes, small light rods or short segments.
 |
 |
| Crinoid cross-section |
Crinoid side view |
Gastropods
Gastropods are the ancestors and relatives of modern snails. They have existed for a very long time in Earth's history and developed a great variety of forms. Most had a shell, often curved or spiral in shape.
They lived in a range of marine environments, often on or in the seafloor. Some species grazed on algae or organic material, while others fed on smaller animal prey. Their size ranged from very small species of a few millimeters to larger examples several centimeters long.
Because gastropods occurred over a very long time span, they are usually less suitable as precise index fossils at group level. Nevertheless, they are geologically interesting, especially as part of a broader fossil association.
In natural stone, gastropods are usually recognized by a curved or spiral shell, although often only part of that shape is visible. Sometimes only part of a coil or an oblique cross-section of the shell can be seen.
Identification: curved shell line, spiral form, partial coils.
Gastropod
Corals
Corals are animals that build calcareous skeletons. Some lived solitarily, while others formed colonies on the seafloor. In fossil-rich limestones, especially ancient extinct coral groups are important. Examples include Rugosa or horn coral, colonial coral (Syringopora), and honeycomb-like colonial forms such as Michelina.
Both types are known to have lived in colonies, but horn corals also included solitary forms. These solitary horn corals could become impressively large and in some cases reach lengths of about one meter, although many specimens are much smaller.
Corals were microcarnivores: they fed on very small prey and organic material from the water flowing past their polyps. During life, their calcareous skeleton could grow into a sturdy colony or an individual horn-shaped structure.
In stone, coral is often recognized by a honeycomb pattern, regular cell structures, or curved shapes with distinct ribs. Because corals can be cut in different ways, they can look very different in natural stone.
Identification: honeycomb structures, small cell patterns, ribbed arch- or cup-shaped forms.
 |
 |
 |
| Honeycomb coral (Michelina) |
Horn coral (Rugosa) |
Colonial coral (Syringopora) |
What is an index fossil?
A fossil is more than just an ancient remain. Some fossils help geologists determine from which period a rock originates. Such fossils are called index fossils.
A fossil is especially suitable as an index fossil when it is:
- clearly recognizable,
- found in many places,
- and derived from a species that lived during a relatively short geological period.
The shorter the time a species existed, the more accurately it can help date rock. When the same index fossil is found in rock layers at different places, geologists can compare those layers and better estimate their age.
Not every fossil is equally suitable as an index fossil. Some fossil groups occur over a very long time span, or are visible in a stone only as fragments. In such cases, geologists do not look at just one fossil, but at the combination of several fossils.
For marine rocks, brachiopods, gastropods and ammonites are well-known index fossils. Crinoids and corals can also provide much information, but are often especially useful in combination with other fossils.
In the graph below you can see examples of index fossils. The full length of each bar shows the periods in which a fossil type occurred. The gray part within the bar indicates the period in which that fossil is especially useful as an index fossil.
Examples of index fossils and the periods in which they are useful for dating
Logging tasks
Instructions:
- Send your answers to the questions below through the message center to the cache owner.
- Clearly mention your team name(s) and the name of this cache.
- Each logger must provide their own individual photo task as described above. A group photo is therefore not allowed.
- Logs without the correct answers and/or the correct photo will be deleted without prior warning.
Carefully examine the rock on site and use the information in this listing to formulate your answers.
Question 1:
a. Which type of fossil do you find behind the yellow area in Photo 1?
b. Describe the characteristics by which you recognized it.
Question 2:
a. Which type of fossil do you find behind the yellow area in Photo 2?
b. Describe the characteristics by which you recognized it.
Question 3:
a. Which type of fossil do you find behind the yellow area in Photo 3?
b. Describe the characteristics by which you recognized it.
Question 4: Based on the fossils found in questions 1 through 3, make a general estimate of the geological age of the rock. Name the part of Earth history that you think fits best and explain why.
Question 5: Add a photo to your log showing yourself or a personal item with your name clearly visible at het Puthuis. This photo must be taken separately by each logger. Group photos are therefore not allowed.
Click the photos above to enlarge them.