
Nederlands
Introductie
Midden in Delft staat de Maria van Jessekerk, een neogotische rooms-katholieke parochiekerk. De kerk werd gebouwd tussen 1875 en 1882 naar ontwerp van E. Margry. Wie naar de gevel en de entree kijkt, ziet vooral baksteen, natuursteen en rijk uitgewerkte neogotische details.
Voor deze EarthCache kijken we echter niet alleen naar de architectuur, maar vooral naar de natuursteen bij de entree. In de donkere, grijzige steen bij de trappen, dorpels en zijkanten zijn duidelijke fossielen zichtbaar. Deze fossielen vertellen een verhaal dat veel ouder is dan de kerk zelf: een verhaal van warme ondiepe zeeën, kalkafzetting en versteende resten van zeedieren.
De steensoort: Belgisch hardsteen
De donkere natuursteen die je hier ziet in de trap, is Belgisch hardsteen, ook wel blauwe hardsteen, arduin of petit granit genoemd. Een donkere grijsblauwe kalksteen uit België waarin vaak fossielen zichtbaar zijn.
Ondanks de naam petit granit is dit géén graniet. Graniet is een stollingsgesteente, ontstaan uit langzaam afgekoeld magma. Belgisch hardsteen is juist een kalksteen, dus een sedimentair gesteente. Dit is een gesteente dat is ontstaan uit laagjes zand, klei, kalk of resten van planten en dieren die zich ophopen en later hard worden. Het bestaat grotendeels uit de stof calciumcarbonaat (Veel schelpen en skeletten van zeedieren bestaan ook uit deze stof.), afkomstig van kalkmodder en skeletresten van zeedieren die als het hard wordt kalksteen kan worden.
Belgisch hardsteen heeft meestal een blauwgrijze tot donkergrijze kleur. In gepolijste of natte toestand kan de steen bijna zwart lijken. Op een verweerd, gezaagd of gesleten oppervlak worden juist vaak witte of lichtgrijze fossielresten zichtbaar.
Deze steen werd veel gebruikt voor:
- trappen;
- dorpels;
- plinten;
- vloeren;
- grafstenen;
- geveldetails;
- kerkingangen.
Dat zijn logische toepassingen: hardsteen is slijtvast, goed te bewerken en decoratief door de aanwezige fossielen.
Ontstaan van Belgisch hardsteen
Belgisch hardsteen ontstond in de geologische tijdsperiode Carboon, ongeveer 350 miljoen jaar geleden. In die periode lag het gebied dat we nu België noemen veel dichter bij de evenaar, de denkbeeldige lijn rond het midden van de aarde. Deze gebieden bij de evenaar zijn vaak warm en er was een ondiepe zee.
In die zee leefden veel organismen met kalkskeletjes of kalkschalen. Wanneer deze dieren stierven, zonken hun resten naar de zeebodem. Samen met kalkmodder vormden ze dikke pakketten sediment. Door begraving, druk en verharding veranderde dit sediment uiteindelijk in kalksteen.
De witte vlekken, ringetjes, streepjes en schelpvormen in de steen zijn dus geen beschadigingen, maar overblijfselen van zeeleven uit een ver verleden.
Fossielen in de steen
Bij de ingang van de Maria van Jessekerk zijn meerdere fossielen zichtbaar. Voor deze EarthCache zijn vooral twee typen belangrijk.
1. Zeelelie - crinoïde
Een opvallend fossiel dat je kunt zien, is een rond of ovaal schijfje met een straalsgewijs patroon. Het lijkt een beetje op een klein wiel, een zonnetje, een sterretje of de doorsnede van een bloem.
 |
 |
| |
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeelelies |
Dit is een deel van een zeelelie, ook wel met de officiele naam, crinoïde genoemd.
Een zeelelie is geen plant, maar een zeedier. Crinoïden behoren tot de groep soorten die stekelhuidigen wordt genoemd, , net als zee-egels en zeesterren. Ze leefden vaak vastgehecht aan de zeebodem met een steel. Die steel bestond uit vele losse kalkschijfjes. Wanneer het dier stierf, vielen deze schijfjes uit elkaar. In hardsteen zie je ze vaak terug als ronde of ovale doorsneden.
Kenmerken waaraan je een crinoïde kunt herkennen:
- ronde of ovale vorm;
- vaak een centraal punt of kanaaltje;
- radiale streepjes of segmenten;
- lijkt op een klein wieltje, sterretje of zonnetje;
- meestal lichter van kleur dan de omringende steen.
2. Schelpfossielen - brachiopoden of tweekleppigen
Naast crinoïden zijn er ook schelpachtige fossielen zichtbaar. Deze hebben een waaiervormige, gebogen of langwerpige vorm en tonen soms ribbels of groeilijnen.
 |
 |
| |
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Neospirifer |
Dit zijn fossielen van schelporganismen, waarschijnlijk brachiopoden of andere tweekleppige schelpdieren.
Brachiopoden lijken op mosselen, maar behoren biologisch tot een andere diergroep. Ze kwamen in het Paleozoïcum,: een zeer oude periode in de geschiedenis van de aarde, van ongeveer 541 tot 252 miljoen jaar geleden, zeer veel voor in ondiepe zeeën. Hun kalkschelpen fossiliseerden gemakkelijk en kunnen daardoor vaak worder teruggevonden in kalksteen.
Kenmerken waaraan je schelpfossielen kunt herkennen:
- halve maan-, waaier- of schelpvorm;
- gebogen of langwerpige rand;
- ribbels, lijntjes of groeilijnen;
- soms een duidelijke schaalvorm;
- vaak lichter van kleur dan de omringende steen.
Waarom zijn de fossielen wit?
De fossielen steken vaak licht af tegen de donkere steen. Dat komt doordat de fossielen en breuken meestal bestaan uit, of zijn opgevuld met, calciet. Calciet is een vorm van calciumcarbonaat en heeft vaak een witte of lichtgrijze kleur.
De donkere kleur van de hardsteen komt onder andere door organisch materiaal en fijne mineralen in de kalksteen. Daardoor ontstaat het duidelijke contrast tussen de donkere steen en de lichte kleur van de fossielen.
Wat kun je ter plaatse onderzoeken?
Bekijk de natuursteen bij de entree zorgvuldig. Let vooral op de grijze tot donkere hardsteen bij de trap, dorpels en zijkanten. Je hoeft niets los te maken, te krassen of te beschadigen. De fossielen zijn met het blote oog zichtbaar.
Let op:
- ronde fossielen met een straalsgewijs patroon;
- waaiervormige of schelpachtige fossielen;
- witte calcietaders of lichte fossielresten;
- verschil tussen baksteen, gevelsteen en hardsteen.
Logopdracht
Ga links bij de entree van de Maria van Jessekerk staan en bekijk de donkere natuursteen van de trap, dorpels en zijkanten zorgvuldig.
Gebruik voor je antwoorden alleen wat je ter plekke zelf waarneemt. De antwoorden zijn niet van een informatiebord af te lezen en horen niet op internet opgezocht te worden. Het gaat erom dat je de steen en fossielen zelf observeert, beschrijft en interpreteert.
Stuur je antwoorden via het berichtencentrum naar de cache-owner. Je mag direct loggen; als er iets niet klopt, neem ik contact met je op.

Vragen
1. Beschrijf de donkere natuursteen bij de entree.
Let op kleur, structuur, glans, zichtbare witte insluitingen en fossielresten.
Leg uit waarom deze steen past bij Belgisch hardsteen / arduin en waarom het dus geen graniet of baksteen is.
2a. Zoek in het blauw gekleurde vlak een fossiel met een straalsgewijs patroon.
Beschrijf wat je ziet. Let daarbij op:
- de vorm van het fossiel;
- het patroon;
- het kleurverschil met de omringende steen;
- de manier waarop het fossiel in de steen ligt.
Leg uit welk type fossiel dit is en waarom je tot die conclusie komt.
2b: Waarom is dit fossiel niet als volledig dier bewaard gebleven?
Leg uit waarom vooral deze ronde vorm met stralen zichtbaar is en wat er met de rest van het organisme kan zijn gebeurd.
3. Zoek in het oranje gemarkeerde vlak andere fossielen in dezelfde of vergelijkbare hardsteen.
Beschrijf wat je ziet. Let daarbij op:
- vorm;
- patroon;
- kleurverschil met de steen;
- eventuele ribbels, lijnen of schaalvormen.
Beschrijf wat je ziet: vorm, patroon, kleurverschil met de omringende steen en de manier waarop het fossiel in de steen ligt. Leg uit welk fossiel dit is?
4. Verklaar wat de aanwezigheid van deze fossielen zegt over het ontstaan van de steen.
Beschrijf in wat voor omgeving het oorspronkelijke kalksediment moet zijn afgezet.
Leg ook uit waarom de fossielen erop wijzen dat deze steen is ontstaan in de zee.
5. Voeg bij je log een foto toe.
Voeg bij je log een foto toe van jezelf, je GPS, je teamnaam of een persoonlijk object bij de entree van de kerk. Je gezicht hoeft niet zichtbaar te zijn.
Plaats geen close-up van de fossielen of antwoorden in je openbare log.
English
Introduction
In the centre of Delft stands the Maria van Jessekerk, a neo-Gothic Roman Catholic parish church. The church was built between 1875 and 1882, based on a design by E. Margry. When looking at the façade and the entrance, you mainly see brick, natural stone and richly detailed neo-Gothic decoration.
For this EarthCache, however, we will not only look at the architecture, but especially at the natural stone near the entrance. In the dark greyish stone of the steps, thresholds and side sections, clear fossils are visible. These fossils tell a story much older than the church itself: a story of warm shallow seas, lime deposition and the fossilized remains of marine animals.
The rock type: Belgian bluestone
The dark natural stone you can see here in the steps is Belgian bluestone, also known as blue limestone, arduin, or petit granit. It is a dark grey-blue limestone from Belgium in which fossils are often visible.
Despite the name petit granit, this stone is not granite. Granite is an igneous rock, formed from magma that cooled slowly. Belgian bluestone, on the other hand, is a limestone, which means it is a sedimentary rock. This is a rock formed from layers of sand, clay, lime, or remains of plants and animals that accumulate and later harden.
Belgian bluestone consists mainly of calcium carbonate. Many shells and skeletons of marine animals are also made of this substance. The calcium carbonate comes from lime mud and skeletal remains of sea creatures, which can turn into limestone when they harden.
Belgian bluestone usually has a blue-grey to dark grey colour. When polished or wet, the stone can appear almost black. On a weathered, sawn, or worn surface, white or light-grey fossil remains often become clearly visible.
This stone was widely used for:
- steps;
- thresholds;
- plinths;
- floors;
- gravestones;
- façade details;
- church entrances.
These are logical applications: bluestone is wear-resistant, easy to work, and decorative because of the fossils it contains.
Formation of Belgian bluestone
Belgian bluestone was formed during the geological period known as the Carboniferous, about 350 million years ago. At that time, the area we now call Belgium was located much closer to the equator, the imaginary line around the middle of the Earth. Areas near the equator are often warm, and there was a shallow sea there.
Many organisms with calcareous skeletons or shells lived in this sea. When these animals died, their remains sank to the seabed. Together with lime mud, they formed thick layers of sediment. Through burial, pressure and hardening, this sediment eventually turned into limestone.
The white spots, rings, lines and shell-like shapes in the stone are therefore not damage, but remains of marine life from the distant past.
Fossils in the stone
At the entrance of the Maria van Jessekerk, several fossils can be seen. For this EarthCache, two types are especially important.
1. Sea lily - crinoid
One striking fossil you may see is a round or oval disc with a radial pattern. It looks a little like a small wheel, a sun, a star or the cross-section of a flower.
This is part of a sea lily, also called a crinoid.
 |
 |
| |
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeelelies |
A sea lily is not a plant, but a marine animal. Crinoids belong to the group of animals called echinoderms, just like sea urchins and starfish. They often lived attached to the seabed by a stem. This stem consisted of many separate calcareous discs. When the animal died, these discs fell apart. In Belgian hardstone, they can often be seen as round or oval cross-sections.
Features by which you can recognize a crinoid:
- round or oval shape;
- often a central point or small channel;
- radial lines or segments;
- resembles a small wheel, star or sun;
- usually lighter in colour than the surrounding stone.
2. Shell fossils - brachiopods or bivalves
In addition to crinoids, shell-like fossils are also visible. These have a fan-shaped, curved or elongated shape and sometimes show ribs or growth lines.
 |
 |
| |
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Neospirifer |
These are fossils of shell organisms, probably brachiopods or other bivalve-like shellfish.
Brachiopods look like mussels, but biologically they belong to a different group of animals. They were very common in shallow seas during the Paleozoic: a very old period in Earth’s history, from about 541 to 252 million years ago. Their calcareous shells fossilized easily and can therefore often be found in limestone.
Features by which you can recognize shell fossils:
- crescent-shaped, fan-shaped or shell-like form;
- curved or elongated edge;
- ribs, lines or growth lines;
- sometimes a clear shell shape;
- often lighter in colour than the surrounding stone.
Why are the fossils white?
The fossils often stand out lightly against the dark stone. This is because the fossils and cracks usually consist of, or are filled with, calcite. Calcite is a form of calcium carbonate and often has a white or light grey colour.
The dark colour of the hardstone is caused, among other things, by organic material and fine minerals in the limestone. This creates the clear contrast between the dark stone and the light colour of the fossils.
What can you investigate on site?
Carefully examine the natural stone at the entrance. Pay particular attention to the grey to dark bluestone in the steps, thresholds and side sections. You do not need to remove, scratch or damage anything. The fossils are visible to the naked eye.
Look for:
- round fossils with a radial pattern;
- fan-shaped or shell-like fossils;
- white calcite veins or light fossil remains;
- the difference between brick, façade stone and bluestone.
Logging task
Stand on the left side of the entrance of the Maria van Jessekerk and carefully examine the dark natural stone of the steps, thresholds and side sections.
Use only what you observe on site for your answers. The answers cannot be read from an information board and should not be looked up on the internet. The purpose is to observe, describe and interpret the stone and fossils yourself.
Send your answers via the message centre to the cache owner. You may log immediately; if something is incorrect, I will contact you.

Questions
1. Describe the dark natural stone at the entrance.
Pay attention to its colour, texture, shine, visible white inclusions and fossil remains.
Explain why this stone fits Belgian bluestone / arduin, and why it is therefore not granite or brick.
2a. Find a fossil with a radial pattern in the blue-coloured area.
Describe what you see. Pay attention to:
- the shape of the fossil;
- the pattern;
- the colour difference compared with the surrounding stone;
- the way the fossil lies within the stone.
Explain what type of fossil this is and why you reached that conclusion.
2b: Why was this fossil not preserved as a complete animal?
Explain why mainly this round shape with rays is visible and what may have happened to the rest of the organism.
3. Find other fossils in the orange-marked area in the same or similar bluestone.
Describe what you see. Pay attention to:
- shape;
- pattern;
- colour difference compared with the stone;
- any ribs, lines or shell shapes.
Describe what you see: the shape, pattern, colour difference compared with the surrounding stone, and the way the fossil lies within the stone. Explain what fossil this is.
4. Explain what the presence of these fossils tells you about the formation of the stone.
Describe the kind of environment in which the original lime sediment must have been deposited.
Also explain why the fossils show that this stone was formed in the sea.
5. Add a photo to your log.
Add a photo to your log showing yourself, your GPS, your team name or a personal object at the entrance of the church. Your face does not need to be visible.
Do not include close-up photos of the fossils or answers in your public log.
Deutsch
Einleitung
Mitten in Delft steht die Maria van Jessekerk, eine neugotische römisch-katholische Pfarrkirche. Die Kirche wurde zwischen 1875 und 1882 nach einem Entwurf von E. Margry erbaut. Wer sich die Fassade und den Eingang anschaut, sieht vor allem Backstein, Naturstein und reich ausgearbeitete neugotische Details.
Für diesen EarthCache betrachten wir jedoch nicht nur die Architektur, sondern vor allem den Naturstein am Eingang. In dem dunklen, gräulichen Stein bei den Treppen, Schwellen und Seitenbereichen sind deutlich Fossilien sichtbar. Diese Fossilien erzählen eine Geschichte, die viel älter ist als die Kirche selbst: eine Geschichte von warmen Flachmeeren, Kalkablagerungen und versteinerten Resten von Meerestieren.
Die Gesteinsart: Belgischer Blaustein
Der dunkle Naturstein, den man hier in der Treppe sieht, ist Belgischer Blaustein, auch blauer Kalkstein, Arduin oder Petit Granit genannt. Es handelt sich um einen dunkel grau-blauen Kalkstein aus Belgien, in dem oft Fossilien sichtbar sind.
Trotz des Namens Petit Granit ist dieser Stein kein Granit. Granit ist ein magmatisches Gestein, das durch langsam abkühlendes Magma entstanden ist. Belgischer Blaustein ist dagegen ein Kalkstein und damit ein Sedimentgestein. Das ist ein Gestein, das aus Schichten von Sand, Ton, Kalk oder Resten von Pflanzen und Tieren entstanden ist, die sich abgelagert haben und später verfestigt wurden.
Belgischer Blaustein besteht größtenteils aus Calciumcarbonat. Auch viele Schalen und Skelette von Meerestieren bestehen aus diesem Stoff. Das Calciumcarbonat stammt aus Kalkschlamm und Skelettresten von Meerestieren, die sich beim Verfestigen zu Kalkstein entwickeln können.
Belgischer Blaustein hat meistens eine blau-graue bis dunkelgraue Farbe. In poliertem oder nassem Zustand kann der Stein fast schwarz wirken. Auf einer verwitterten, gesägten oder abgenutzten Oberfläche werden dagegen oft weiße oder hellgraue Fossilreste deutlich sichtbar.
Dieser Stein wurde häufig verwendet für:
- Treppen;
- Schwellen;
- Sockel;
- Böden;
- Grabsteine;
- Fassadendetails;
- Kircheneingänge.
Das sind naheliegende Anwendungen: Blaustein ist verschleißfest, gut zu bearbeiten und durch die enthaltenen Fossilien dekorativ.
Entstehung des Belgischen Blausteins
Belgischer Blaustein entstand im Karbon, vor etwa 350 Millionen Jahren. In dieser Zeit lag das Gebiet, das wir heute Belgien nennen, viel näher am Äquator. Es war von einem warmen, flachen Meer bedeckt.
In diesem Meer lebten viele Organismen mit kalkhaltigen Skeletten oder Schalen. Wenn diese Tiere starben, sanken ihre Reste auf den Meeresboden. Zusammen mit Kalkschlamm bildeten sie mächtige Sedimentpakete. Durch Überdeckung, Druck und Verfestigung verwandelte sich dieses Sediment schließlich in Kalkstein.
Die weißen Flecken, Ringe, Streifen und Schalenformen im Stein sind also keine Beschädigungen, sondern Überreste von Meeresleben aus einer sehr fernen Vergangenheit.
Fossilien im Stein
Am Eingang der Maria van Jessekerk sind mehrere Fossilien sichtbar. Für diesen EarthCache sind vor allem zwei Typen wichtig.
1. Seelilie - Crinoid
Ein auffälliges Fossil, das du sehen kannst, ist eine runde oder ovale Scheibe mit einem strahlenförmigen Muster. Es sieht ein wenig aus wie ein kleines Rad, eine Sonne, ein Sternchen oder der Querschnitt einer Blüte.
 |
 |
| |
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeelelies |
Dies ist ein Teil einer Seelilie, auch unter ihrem offiziellen Namen Crinoid bekannt.
Eine Seelilie ist keine Pflanze, sondern ein Meerestier. Crinoiden gehören zur Tiergruppe der Stachelhäuter, genau wie Seeigel und Seesterne. Sie lebten oft mit einem Stiel am Meeresboden festgeheftet. Dieser Stiel bestand aus vielen einzelnen Kalkscheibchen. Wenn das Tier starb, fielen diese Scheibchen auseinander. Im Belgischen Blaustein sieht man sie oft als runde oder ovale Querschnitte.
Merkmale, an denen du ein Crinoid erkennen kannst:
- runde oder ovale Form;
- oft ein zentraler Punkt oder kleiner Kanal;
- radiale Streifen oder Segmente;
- ähnelt einem kleinen Rad, Sternchen oder einer Sonne;
- meist heller als der umgebende Stein.
2. Schalenfossilien - Brachiopoden oder Muscheln
Neben Crinoiden sind auch schalenartige Fossilien sichtbar. Diese haben eine fächerförmige, gebogene oder längliche Form und zeigen manchmal Rippen oder Wachstumslinien.
Dies sind Fossilien von Schalenorganismen, wahrscheinlich Brachiopoden oder anderen zweischaligen Meerestieren.
 |
 |
| |
Source: https://nl.wikipedia.org/wiki/Neospirifer |
Brachiopoden sehen Muscheln ähnlich, gehören biologisch aber zu einer anderen Tiergruppe. Im Paläozoikum – einer sehr alten Periode der Erdgeschichte von etwa 541 bis 252 Millionen Jahren vor heute – kamen sie in flachen Meeren sehr häufig vor. Ihre Kalkschalen fossilisierten leicht und können deshalb oft in Kalkstein gefunden werden.
Merkmale, an denen du Schalenfossilien erkennen kannst:
- halbmondförmige, fächerförmige oder schalenartige Form;
- gebogener oder länglicher Rand;
- Rippen, Linien oder Wachstumslinien;
- manchmal eine deutliche Schalenform;
- oft heller als der umgebende Stein.
Warum sind die Fossilien weiß?
Die Fossilien heben sich oft hell vom dunklen Stein ab. Das liegt daran, dass die Fossilien und Risse meist aus Calcit bestehen oder mit Calcit ausgefüllt sind. Calcit ist eine Form von Calciumcarbonat und hat oft eine weiße oder hellgraue Farbe.
Die dunkle Farbe des Blausteins entsteht unter anderem durch organisches Material und feine Mineralien im Kalkstein. Dadurch entsteht der deutliche Kontrast zwischen dem dunklen Stein und der hellen Farbe der Fossilien.
Was kannst du vor Ort untersuchen?
Betrachte den Naturstein am Eingang sorgfältig. Achte besonders auf den grauen bis dunklen Blaustein bei der Treppe, den Schwellen und den Seitenbereichen. Du musst nichts lösen, zerkratzen oder beschädigen. Die Fossilien sind mit bloßem Auge sichtbar.
Achte auf:
- runde Fossilien mit einem strahlenförmigen Muster;
- fächerförmige oder schalenartige Fossilien;
- weiße Calcitadern oder helle Fossilreste;
- den Unterschied zwischen Backstein, Fassadenstein und Blaustein.
Logaufgabe
Stelle dich links am Eingang der Maria van Jessekerk auf und betrachte den dunklen Naturstein der Treppe, Schwellen und Seitenbereiche sorgfältig.
Verwende für deine Antworten nur das, was du vor Ort selbst beobachtest. Die Antworten können nicht von einer Informationstafel abgelesen werden und sollen nicht im Internet nachgeschlagen werden. Es geht darum, dass du den Stein und die Fossilien selbst beobachtest, beschreibst und interpretierst.
Sende deine Antworten über das Nachrichtenzentrum an den Cache-Owner. Du darfst sofort loggen; falls etwas nicht stimmt, nehme ich Kontakt mit dir auf.

Fragen
1. Beschreibe den dunklen Naturstein am Eingang.
Achte auf Farbe, Struktur, Glanz, sichtbare weiße Einschlüsse und Fossilreste.
Erkläre, warum dieser Stein zu Belgischem Blaustein / Arduin passt und warum es sich daher nicht um Granit oder Backstein handelt.
2a. Suche in der blau markierten Fläche ein Fossil mit einem strahlenförmigen Muster.
Beschreibe, was du siehst. Achte dabei auf:
- die Form des Fossils;
- das Muster;
- den Farbunterschied zum umgebenden Stein;
- die Art und Weise, wie das Fossil im Stein liegt.
Erkläre, um welchen Fossiltyp es sich handelt und warum du zu dieser Schlussfolgerung kommst.
2b: Warum ist dieses Fossil nicht als vollständiges Tier erhalten geblieben?
Erkläre, warum vor allem diese runde Form mit Strahlen sichtbar ist und was mit dem Rest des Organismus passiert sein könnte.
3. Suche in der orange markierten Fläche nach weiteren Fossilien im gleichen oder ähnlichen Blaustein.
Beschreibe, was du siehst. Achte dabei auf:
- Form;
- Muster;
- Farbunterschied zum Stein;
- mögliche Rippen, Linien oder Schalenformen.
Beschreibe, was du siehst: Form, Muster, Farbunterschied zum umgebenden Stein und die Art und Weise, wie das Fossil im Stein liegt. Erkläre, um welches Fossil es sich handelt.
4. Erkläre, was das Vorhandensein dieser Fossilien über die Entstehung des Steins aussagt.
Beschreibe, in welcher Umgebung das ursprüngliche Kalksediment abgelagert worden sein muss.
Erkläre auch, warum die Fossilien darauf hinweisen, dass dieser Stein im Meer entstanden ist.
5. Füge deinem Log ein Foto hinzu.
Füge deinem Log ein Foto von dir selbst, deinem GPS-Gerät, deinem Teamnamen oder einem persönlichen Gegenstand am Eingang der Kirche hinzu. Dein Gesicht muss nicht sichtbar sein.
Veröffentliche keine Nahaufnahmen der Fossilien oder Antworten in deinem öffentlichen Log.
Disclaimer
Some images used on this page were created or enhanced with the assistance of AI tools, including ChatGPT 5.5-Thinking. These images are based on original photographic material provided by the cache owner and are intended for illustrative and educational purposes only. Where AI-generated or AI-edited images are used, they should not be considered exact photographic representations of the location or objects shown. On-site observations remain leading for answering the EarthCache questions.