

Het Everzwijn
Het everzwijn (Sus scrofa), ook wel wild zwijn genoemd, is zonder twijfel één van de meest indrukwekkende bewoners van de Nederlandse bossen. Met zijn krachtige bouw, borstelige vacht en opvallende slagtanden straalt dit dier zowel kracht als intelligentie uit. Ooit kwam het everzwijn in grote delen van Europa veel voor, maar door intensieve jacht en ontbossing verdween het uit veel gebieden. Tegenwoordig leeft het weer op meerdere plekken in Nederland, vooral op de Veluwe en in Limburg.
Everzwijnen zijn echte alleseters. Ze eten vooral plantaardig voedsel zoals eikels, beukennootjes, kastanjes, wortels en landbouwgewassen zoals maïs en bieten. Met hun sterke snuit wroeten ze de bodem om op zoek naar voedsel. Afhankelijk van het seizoen vullen ze hun dieet aan met dierlijk voedsel, waaronder larven, regenwormen, kleine knaagdieren, naaktslakken en soms amfibieën. Ook paddenstoelen en truffels staan op het menu. Door hun gedrag spelen ze een belangrijke rol in het ecosysteem: door de bodem om te woelen helpen ze zaden verspreiden en creëren ze ruimte voor nieuwe planten om te groeien.
Meestal leven everzwijnen in groepen, zogenaamde rotten, die bestaan uit vrouwtjes (zeugen) met hun jongen. De volwassen mannetjes (beren of keilers) leven vaak alleen en sluiten zich vooral tijdens de paartijd bij een groep aan. Ondanks hun forse uiterlijk zijn everzwijnen doorgaans schuwe dieren die mensen liever vermijden. Wie ze in het wild wil zien, moet vaak vroeg in de ochtend of juist in de schemering goed opletten.

Puzzel: Om hun huid en vacht in goede conditie te houden nemen everzwijnen regelmatig een modderbad. Hoe wordt zo’n ondiepe modderpoel ook wel genoemd? (4 letters)