Dolfijnen en walvissen behoren, net als honden, katten, paarden, giraffen en mensen tot de klasse van de zoogdieren. Dolfijnen en walvissen zijn de enige zoogdieren die hun hele leven in de zee doorbrengen. De wetenschappelijke naam voor deze groep zoogdieren is Cetacea. Deze naam is afgeleid van het Latijnse woord cetus wat grote vis of zeemonster betekend.
Dolfijnen en walvissen behoren tot de orde van de Cetacae. Deze orde is onderverdeeld in 2 subgroepen.
De eerste groep is de groep van de baardwalvissen, de Mysticeti. Deze walvissen hebben geen tanden maar baleinen. Baleinen zijn gemaakt van een soort hoornachtig, organisch materiaal wat je kunt vergelijken met het materiaal waar je haar of vingernagels van gemaakt zijn. Een soort touwachtige draden die dicht op elkaar in de bek van de walvis zitten. Hiermee filtert hij zijn voedsel uit zeewater. Er zijn in totaal zo’n 11 verschillende baleinwalvissen in onze wereldzeeën te vinden. Een goed voorbeeld van zo’n soort walvis is de blauwe vinvis, het grootste dier ter wereld.

De tweede groep is de groep van de tandwalvissen oftewel de Odontoceti. De naam zegt het al, walvissen met tanden in hun bek. In deze groep vallen zo’n 70 verschillende soorten dolfijnen en walvissen. Alle dolfijnen vallen in deze groep, net als de orka en de potvis.

Voedselgewoonten van tandwalvissen
Het voedsel van tandwalvissen bestaat in de meeste gevallen uit vis, schaaldieren, inktvissen, pijlinktvissen, garnalen en krill (hele kleine garnaaltjes etc.). Om deze prooi te vinden in de grote diepe oceanen maken ze gebruik van echolocatie.
Levensgewoonten
Walvissen en dolfijnen brengen hun gehele levenscyclus in de zee door. Ze worden in zee geboren, groeien erin op, zoeken hun voedsel in de zee, krijgen jongen, spelen in zee en gaan er in dood. Sommige dolfijnen leven in het zoete water van rivieren, maar de meeste soorten leven in het zoute zeewater
Mensen zijn ook zoogdieren, net als de walvissen en dolfijnen. Maar als wij lange tijd in de zee doorbrengen krijgen we een gerimpelde huid, doen onze ogen pijn van het zoute water en worden, als we teveel duiken, rood en opgezwollen. Als je naar de huid van een dolfijn zou kijken of het zou aanraken, dan zie en voel je dat deze heel glad en zacht is. De huid is aangepast aan het leven in de zee zodat het niet gaat rimpelen.
Daar komt bij dat er onder de huid een dikke vetlaag zit die het dier isoleert tegen het koude water van de zee. Vooral walvissen die in de poolzeeën zwemmen hebben een enorme vetlaag onder de huid zitten. Deze vetlaag wordt ook wel blubber genoemd. In het verleden werd er heel veel gejaagd op walvissen voor deze blubber.
Vooral de tandwalvissen hebben een gestroomlijnd lichaam zodat ze soepele beweging in het water kunnen maken en snel zijn. Het zijn dan ook één van de beste zwemmers in de zee. Hun snelheid en zwemvermogen zorgen ervoor dat ze hun prooi makkelijk te pakken krijgen.
Ook de zintuigen van dolfijnen en walvissen zijn aangepast aan een leven in het water. Ruiken kunnen ze niet goed of helemaal niet. Dat komt doordat geuren zich nauwelijks verplaatsen in water. De ogen van deze dieren zijn beschermd met een dikke slijmlaag en daarnaast zijn er talloze kleine spiertjes die de ogen naar buiten trekken of naar binnen duwen, zodat het oog is aangepast aan de druk en temperatuur van het water. Ze zijn zo aangepast aan het zicht in het water, dat het dier bijziend is als hij met zijn kop boven water uitsteekt. Dolfijnen en walvissen hebben geen uitwendig zittende oren maar wel een hoor orgaan in de kop die geluiden kan opvangen. De tong van deze dieren kan hoogstwaarschijnlijk ook smaak opvangen.
Echolocatie
Walvissen en dolfijnen communiceren met elkaar door middel van knarsende , piepende geluiden en fluitsignalen. Deze ultrasone geluiden kunnen een hele hoge frequentie hebben. Mensen kunnen deze ultrasone geluiden niet horen.
Dit wordt ook wel echolocatie genoemd doordat het geluid dat wordt gemaakt wordt teruggekaatst. Op deze manier kunnen walvissen en dolfijnen inschatten waar hun voedsel is, maar ook elkaar.
Echolocatie en sonar gaan uit van hetzelfde principe. Echolocatie is een systeem wat dieren gebruiken en sonar is hetzelfde maar dan uitgevoerd door een apparaat wat door mensen is gebouwd. Vooral onderzeeërs maken hier gebruik van.
Een dier zendt een geluid uit (meestal hele hoge geluiden) wat tegen een voorwerp aanstoot en terug kaatst. Het dier vangt deze teruggekaatste geluiden weer op en kan aan de hand daarvan de afstand tot, positie en grootte van het voorwerp bepalen. Dolfijnen en tandwalvissen maken hier gebruik van.

Anatomie
Aangezien walvissen en dolfijnen zoogdieren zijn, lijkt de lichaamsbouw erg op die van ons.
Ze hebben een inwendig skelet met een wervelkolom. Op het eerste gezicht lijkt het skelet niet op dat van ons, maar als je goed kijkt hebben de skeletten meer overeenkomsten dan je denkt.
Ook de inwendige organen, die je in het plaatje hieronder ziet, hebben andere zoogdieren ook (en dus ook mensen).

Bron: Carmabi