Van kazerne naar verzetsheldenwijk
Waar vroeger de Simon Stevinkazerne stond, ligt tegenwoordig een woonwijk. Nadat de militaire functie van het terrein verdween, werd het voormalige kazerneterrein ontwikkeld tot een nieuwe woonomgeving. Daarbij is niet alleen aandacht besteed aan de groene en historische kenmerken van het gebied, maar ook aan de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Een groot aantal straten in de wijk is daarom vernoemd naar Edese verzetsstrijders.
In 2017 werden de nieuwe straatnamen officieel onthuld tijdens het Vrijheidsfestival in Ede. Er werd bewust gekozen voor mensen die een belangrijke rol hadden gespeeld in het Edese verzet en die door hun verzetswerk zwaar hadden geleden. Een groot deel van hen werd tijdens de oorlog door de Duitsers opgepakt en gemarteld. De keuze voor deze vijftien namen is bovendien bedoeld als eerbetoon aan alle mensen die tijdens de oorlog in het verzet actief waren.
Een van de straten is de Cornelis Verduijnstraat. Cornelis Verduijn was een van de eerste Edenaren die na de Duitse inval in 1940 in verzet kwam. Hij hield zich vooral bezig met het helpen van onderduikers en vanaf 1942 ook met het onderbrengen van Joodse mensen. Hij werkte onder de schuilnaam ‘Meneer de Kuif’ samen met de Johannes Post Groep. In 1943 werd hij verraden en bracht hij zes maanden door in Kamp Vught.
Na zijn vrijlating sloot Verduijn zich aan bij de Edese verzetsgroep De Vries. In de nacht van 8 op 9 maart 1945 werd een wapendropping gehouden waarbij hij aanwezig was. De Duitsers ontdekten de groep en Verduijn werd gearresteerd. Via De Wormshoef in Lunteren kwam hij terecht in Kamp Amersfoort, waar hij als zogenaamde Todeskandidaat gevangen werd gehouden. Op 20 maart 1945 werd hij in Loosdrecht gefusilleerd. Hij was 37 jaar oud.
Ook Piet Smit kreeg een eigen straat: het Piet Smithof. Smit gebruikte tijdens zijn verzetswerk de schuilnaam ‘Piet Mol’. Voor de oorlog was hij actief bij padvindersgroep De Langenberg in Ede. Tijdens de oorlog werkte hij onder andere voor de Landelijke Knokploegen en was hij enige tijd districtsleider van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in Enkhuizen. Later sloot hij zich aan bij de Raad van Verzet en werd hij onderdeel van de Packardgroep van het Netherlands Intelligence Department.
Zijn werk bestond onder andere uit het verzenden van radioberichten aan de geallieerden. Op 26 november 1944 werd hij in Hengelo op heterdaad betrapt terwijl hij dergelijke berichten verzond. Enkele maanden later, op 8 maart 1945, werd Piet Smit bij de Woeste Hoeve geëxecuteerd. Hij was toen 23 jaar oud. Zijn dood maakte deel uit van de Duitse represaille voor de aanslag op Hanns Albin Rauter, de hoogste vertegenwoordiger van de SS en politie in Nederland.
De Piet Romboutlaan is vernoemd naar Piet Rombout, die onder de schuilnaam ‘Piet Tekens’ actief was in het Edese verzet. Rombout werkte bij de gemeente Ede en was verantwoordelijk voor veel vervalsingen van belangrijke documenten. Daarnaast bracht hij gegevens over Duitse activiteiten in kaart. In september 1944 werd hij opgenomen in de staf van de Edese afdeling van de Binnenlandse Strijdkrachten en was hij betrokken bij drie wapendroppingen.
Tijdens de wapendropping in de nacht van 8 op 9 maart 1945 werd zijn zoon Ferdie gearresteerd. Piet werd vervolgens zelf opgepakt en naar De Wormshoef gebracht. Tijdens een vluchtpoging raakte hij zwaargewond en werd hij opnieuw gevangengenomen. Daarna werd hij naar Kamp Amersfoort gebracht, waar hij in een dodencel als Todeskandidaat terechtkwam. Op 18 maart 1945 overleed hij daar. Zijn zoon Ferdie werd enkele dagen later, op 20 maart, eveneens geëxecuteerd.
De Cornelis Garritsenstraat herinnert aan Cornelis Garritsen. Hij begon zijn verzetswerk bij de Raad van Verzet en sloot zich na de vorming van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten in september 1944 aan bij verzetsgroep Ede Dorp. Garritsen was zeer actief als koerier en hielp het verzet op verschillende manieren.
Zijn wens om ook bij een wapendropping betrokken te zijn, werd hem uiteindelijk fataal. Tijdens de wapendropping in de nacht van 8 op 9 maart 1945 werd hij door Duitse militairen opgepakt. Hij werd naar De Wormshoef gebracht, waar hij werd ondervraagd en mishandeld. Daarna werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort en daar opgesloten als Todeskandidaat. Op 20 maart 1945 werd hij in Loosdrecht gefusilleerd. Hij was slechts 23 jaar oud.
Ten slotte is er de Pieter van Varklaan, genoemd naar Pieter van Vark. Voor de oorlog was Van Vark adjudant-onderofficier in het Nederlandse leger. Na de Nederlandse capitulatie in mei 1940 sloot hij zich aan bij de militaire tak van de Orde Dienst. Hij werd contactpersoon voor gewest 6 en kreeg na augustus 1944 een belangrijke functie binnen de staf van de Edese Binnenlandse Strijdkrachten.
Op 1 december 1944 werd Pieter van Vark door verraad gearresteerd. Hij werd naar De Wormshoef in Lunteren gebracht, waar de Duitsers hem verhoorden en martelden. Ondanks deze mishandelingen gaf hij geen informatie over het verzet prijs. Op 21 december 1944 werd hij door de Sicherheitsdienst bij Heelsum vermoord. Hij was 58 jaar oud.
De straten op het voormalige kazerneterrein vormen zo samen een soort monument in de openbare ruimte. Wie door de wijk loopt, ziet niet alleen straatnamen, maar ook de namen van mensen die tijdens de oorlog daadwerkelijk in en rond Ede actief waren. Hun verhalen laten zien hoe verschillend verzetswerk kon zijn: van het helpen van onderduikers en het vervalsen van documenten tot koerierswerk, het verzamelen van inlichtingen en het organiseren van wapendroppingen.
De woonwijk heeft daarmee een bijzondere verbinding met de geschiedenis van de plek. Waar vroeger militairen verbleven en geoefend werden, wonen nu mensen in een wijk die de herinnering aan het Edese verzet letterlijk in het straatbeeld heeft opgenomen. De straatnamen zorgen ervoor dat de verhalen van Cornelis Verduijn, Piet Smit, Piet Rombout, Cornelis Garritsen en Pieter van Vark en alle andere verzetshelden waar straten naar zijn vernoemd in deze wijk, niet alleen in geschiedenisboeken terug te vinden zijn, maar ook deel blijven uitmaken van het dagelijks leven in Ede.