Melderslo!!!!
Deze cache is met toestemming en medewerking van de Locht geplaatst
Melderslo
(Limburgs: De Melderse) is een kerkdorp van de gemeente Horst aan de Maas. Het dorp telt 2.227 inwoners (per 1 januari 2026) en ligt op 23 meter NAP Het dorp is rond 1400 ontstaan uit drie ontginningsvelden in een bos: Meldersveld, Lochtsveld en Eikelenbosserveld. Het gebied dat nu het huidige dorp Melderslo en het gehucht Eikelenbosch vormt is al eeuwenlang bewoond. Toen bestond de bebouwing uit tientallen verspreid liggende boerderijen rond de ontginningsvelden. Pas in de 20ste eeuw groeide Melderslo uit tot een dorp. Horst aan de Maas (waar Melderslo onder valt) en de regio Noord-Limburg samen de absolute koploper zijn in de Nederlandse blauwebessenteelt. Melderslo zelf profileert zich hierbinnen nadrukkelijk als hét 'blauwebessendorp' en huisvest enkele van de grootste teelt- en verwerkingsbedrijven van het land. Tijdens de carnavalsperiode wordt het dorp omgedoopt tot het Vlaskoppenrijk.
Archeologisch onderzoek wijst uit dat er al duizenden jaren voor Christus, in de prehistorie, mensen gewoond en geleefd hebben in Melderslo. Ze woonden op de hoger geleden zandgronden. Uit de Romeinse tijd (12 voor Christus tot 450 na Christus) en de vroege middeleeuwen (450 tot 1000 na Christus) zijn geen bewijzen van menselijke bewoning gevonden.
De oudst bekende schriftelijke vermelding van menselijke bewoning dateert uit 1394. Er wordt gesproken over het Meldersloervelde.
Archeologisch onderzoek wijst uit dat de feitelijke bewoning een paar eeuwen ouder is: aan het ontginningsveld Eikelenbos zijn vondsten aangetroffen daterend uit circa 1200 Waarschijnlijk was de bewoning in Melderslo in de middeleeuwen gekoppeld aan de vestiging van mensen in het gehucht Berkel (het latere dorp Horst, gelegen op circa 3 kilometer afstand) en het kasteel Ter Horst (op circa 1 kilometer afstand).
Landbouw
De geschiedenis van Melderslo is vooral bepaald door de landbouw. De natuurlijke omstandigheden voor landbouw waren ongunstig. Arme zandgronden overheersten. Grote heidevelden bepaalden het aanzien. De eerste bewoners vestigden zich aan de rand van de hoger gelegen zandgronden. Door verrijking met heideplaggen en mest van dieren gemengd met stro werden de hoger gelegen zandgronden geschikt gemaakt voor akkerbouw. In de loop der eeuwen werden deze hoge gronden door menselijke inbreng circa 50 centimeter opgehoogd. Zo ontstonden geleidelijk de gehuchten Melderslo en Eikelenbos. Eeuwenlang bestonden deze gehuchten uit enkele tientallen boerderijen. Tot aan het begin van de twintigste eeuw woonden er niet meer dan een paar honderd mensen. Ze leefden bijna allemaal van de landbouw. De meeste boeren beschikten over enkele stuks vee en een beetje akkerbouw- en weidegrond. De opbrengsten waren normaal gesproken net voldoende om te overleven. Maar als er ziektes of droogte heersten, kregen de mensen het al snel moeilijk.
Herkomst naam ‘Melderslo’
De herkomst van de naam 'Melderslo' is onzeker. Mogelijk is de betekenis milde plaats in bos. Hierbij wordt melder afgeleid van het Germaanse mildreda en lo van open plaats in een bos. Andere mogelijke betekenissen zijn zandheuvel in bos (hierbij wordt melder afgeleid van zandheuvel) of onkruid in bos (hierbij wordt melde afgeleid van het onkruid melde). Onwaarschijnlijk is dat melder verband zou houden met de vogelnaam merel.
School en kerk
Belangrijk voor de ontwikkeling van Melderslo was dat de boeren rond 1900 over kunstmest konden beschikken. Vanaf dat moment kon men de heidevelden ontginnen. Ze werden omgezet in akkerland. Het aantal inwoners van Melderslo begon toen te groeien. Daarom besloot de gemeenteraad van Horst in 1916 om een school te bouwen in Melderslo. De architect hiervan was Caspar Franssen (1860-1932) uit Roermond. De school was in 1917 klaar. Het dorp had nu zijn eerste gemeenschappelijke gebouw. In 1921 werd de Sint Odakerk gebouwd, naar ontwerp van de uit Venray afkomstige architect A. Martens. In 1932 bleek de kerk te klein te zijn om alle kerkgangers te kunnen herbergen. 's Zomers moesten velen de mis in de open lucht volgen. Vergroting van het gebouw was daarom een absolute noodzaak. De kerk werd met acht meter verlengd en bovendien voorzien van een toren. Architect was Joseph Franssen (1893-1968) uit Roermond. De verbouwde kerk bleef uiteindelijk niet meer dan 10 jaar staan. In de nacht van 23 op 24 november 1944 werden de toren en kerk opgeblazen door de terugtrekkende Duitsers. Direct na de oorlog werd de Maastrichtse architect Alphons Boosten (1893-1951) aangezocht voor de bouw van een nieuwe kerk. In 1946 werd het eerste ontwerp voor de kerk ingeleverd maar dit werd afgekeurd omdat het te groots was en het een gebrek aan dorpskarakter had. Het ontwerp van 1948 werd wel goedgekeurd. Opvallend in dit ontwerp is de pijlvormige plattegrond, met twee schuin naar het koor geplaatste transeptarmen. Diverse vertragingen zorgden ervoor dat pas in 1951 kon worden begonnen met de bouw. Uiteindelijk was de kerk in april 1953 zover klaar dat ze in gebruik kon worden genomen. In 1954 werden in de nieuwe kerk glas-in-loodramen geplaatst, ontworpen door de beroemde glazenier Joep Nicolas (1897-1972).
Ter herinnering aan de in 1944 verwoeste kerk werd in 1979 een monument voor de nieuwe kerk geplaatst. Het monument is een zonnewijzer die is geplaatst op een blok steen dat afkomstig is van de vooroorlogse kerk.
Landschapskenmerken
• Rijksmonument Spoorweghuisje 1883. Wachtpost van de spoorwachter langs het treinspoor tussen Nijmegen en Venlo.
• Dorpsmonumenten: schuur 17e/ 28e eeuw bij museum De Locht; boerderij de Boomshof 1893; voormalige Schoolwoning 1916; voormalige Pastorie 1924
• Oostenrijks huisje 1948
• Melderse droogmolen
• Vijf veldkruisen en twee kapellen
• Natuurgebied Lochsmeer in de Lummericksbroek