|
Les ruines
de Crèvecoeur témoignent de la rivalité qui existait dans le temps
entre Dinant (et son rocher bien connu, sur l'autre rive de la
Meuse), et la rive gauche, où se trouve Crèvecoeur. Crèvecoeur
avait juré allégeance aux Princes-Evêques de Liège.
Au XIème siècle, Godfroid, comte de Namur, fit construire un
château à Bouvignes. En 1176, Henri l'Aveugle du Luxembourg termina
les murailles protégeant le château.
L'ensemble connu ses heures de gloire aux XIVème et XVème
siècles.
En 1554, Bouvignes et son château furent assiègés par Henri II, Roi
de France. Alors que deux villes brûlent déjà, Crèvecoeur, défendu
par 300 hommes en armes sous le commandement de Pierre Harold,
continue à résister. Au cours du siège, trois épouses de chevaliers
participent à la défense, et voient périr leurs époux. A court de
munitions et inférieurs en nombre, les défenseurs sont obligés de
baisser les armes. Alors qu'ils se rendent, les trois épouses se
donnent la main, et sans échanger un mot, se précipitent du haut de
la tour, préférant la mort à l'emprisonnement...
|
|
De ruïnes
van Crèvecoeur zijn een getuige van de rivaliteit die vroeger
heerste tussen Dinant (met de rots aan de andere kant van de Maas)
en de linkeroever (waar Crèvecoeur zich bevindt). Crèvecoeur was
trouw aan de Prins-bisschoppen van Luik.
Gedurende de 11e eeuw liet Godfried (graaf van Namen) te Bouvignes
een burcht bouwen, die in 1176 door Hendrik de Blinde van Luxemburg
verder ommuurd werd. Het geheel bereikte haar hoogtepunt
tijdens de 14e en 15e eeuw.
In 1554 belegerden de legers van Hendrik II (koning van Frankrijk)
Bouvignes en haar kasteel. Terwijl reeds twee vijandige steden
branden, houdt Crèvecoeur met 300 dappere krijgers onder bevel van
Pierre Harold nog stand. Tijdens de belegering vragen 3 echtgenotes
van ridders om mee te mogen helpen bij de verdediging. Tijdens de
strijd zien ze hun echtgenoten sneuvelen. Wegens gebrek aan munitie
en numeriek in de minderheid wordt het een hopeloze strijd. Terwijl
het verzet zich overgeeft ziet men de drie dames elkaar een hand
geven en zonder een woord te wisselen werpen ze zich van de toren,
de dood verkiezend boven gevangenschap...
|