Verhalen over Onstwedde 6-Oal Joechum-
-
Difficulty:
-
-
Terrain:
-
Size:
 (micro)
Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions
in our disclaimer.
Mijn liefde voor de streek Westerwolde probeer ik enigszins tot uiting te brengen in deze verhalenserie over het dorp Onstwedde. Kleine verhaaltjes over personen en over diverse gebeurtenissen. Altijd probeer ik een cache zo leuk mogelijk te verstoppen en dat de cache zoveel mogelijk opgaat in zijn directe omgeving. Eigenlijk wil ik je aanraden om deze gehele serie wandelend (!) of fietsend te gaan doen. Geniet van de verhalen maar geniet vooral van het schitterende Westerwolde…….
Jochem van der Sluis, een zeer markante persoonlijkheid in de omgeving van Onstwedde rondom 1900…….
Jochem van der Sluis was een, rondom Onstwedde, zwervende man die ik ken uit de verhalen van mijn vader. Jochem leefde in de jeugd van mijn opa Geert Lutjeboer, dan had hij zijn “tentwagen” daar eens staan, dan eens weer hier.
Vaak vertoefde hij aan de oostzijde van het huidige dorp Onstwedde, de cache is geplaatst in de buurt waar mijn opa, Jochem wat te eten bracht in een barre winter.
Een viertal verhaaltjes over Jochem van der Sluis…..
* Het zal een barre winter rondom 1915/1920 zijn geweest als mijn overgrootvader Engel Lutjeboer tegen zijn gezin zegt, als ze ’s avonds aan een broodmaaltijd zitten: “Ach, die oude Jochem, hij kan wel doodvriezen met deze kou. Geert, breng jij hem eens wat brood met een flink stuk spek.” Geert, mijn opa dus, op stap met brood en spek. Komt bij de “tentwagen/keet” van Jochem aan, schopt tegen de deur, en roept:
“Van der Sluis, ik heb wat brood met spek voor U!”
“Och, dat häst goud doan, mien jong, moar hast nait een beetje waar’m eet’n veur mie hat?”
(Dat heb je goed gedaan, jongen, maar had je niet een beetje warm eten?)
* Geert Wever had zijn boerderijtje waar de Dorpsstraat en Luringstraat elkaar kruisen (zie ook Verhalen over Onstwedde 5-Dodelijk toeval-) en die zal ook wel vreemd hebben opgekeken toen hij ’s avonds achter in de tuin nog wat hoorde rommelen. Toen hij wat dichterbij kwam herkende hij Jochem dus en zei: “Hé Joechum, bist du dat?”
“Ja, kiek, ja kiek, waist du, ‘k zat in de woag’n, ‘k zat in de woag’n en kreeg ’n ingeev’n van onze lieve Heer en die zee dat Ôl Geert Schiet (bijnaam van Geert Wever) nog wel wat eerappels in toene had.”
(Zenuwachtig; Ja, kijk, ja, kijk, weet je, ik zat in de wagen, ik zat in de wagen en ik kreeg een ingeving van onze lieve Heer en die zei dat oude Geert Schijt nog wel wat aardappels in de tuin had.)
* Jochem kreeg een bijdrage voor het levensonderhoud van de diaconie van de Nederlands Hervormde kerk in Onstwedde. Het zal in die tijd eens een keer Hfl 1,50/Hfl 2,00 en een brood in de week zijn geweest bijvoorbeeld. Jochem had daardoor zeer zeker het gevoel dat hij dan natuurlijk ook in de kerk moest komen.
Dus elke zondagochtend, vijf minuten nadat de dienst was begonnen, kraakte de enorme eikenhouten deur onderin de juffertoren zich weer open en verscheen Jochem in de kerk. Niet dat hij dan een plekje snel even achterin op zocht. Nee, het hele gangpad naar voren toe werd afgelegd, wellicht zodat een ieder goed kon zien dat hij er was.
Na verloop van tijd heeft Ds Weidner (Ochten/1895-Hilversum/1925) vanaf de kansel eens gezegd: “Jochem van der Sluis, kunt u niet wat eerder komen?”
“’k kin nait eerder, mien jong, ‘k kin nait eerder, mien jong!”
(Ik kan niet eerder, mijn jongen, ik kan niet eerder, mijn jongen! galmde door de kerk.)
* Ook zwierf Jochem wel eens in Tange-Alteveer rond. Zo kwam hij eens bij Sirtje Vissering en vroeg hem of hij zijn bijbeltje even mocht lenen, want “Ut mien’t is Genesen (Genesis) d’r ût.”
Terwijl hij nog wat quasi nonchalant tegen de deurpost hing en zonder de juiste tekst (Psalm 102 vs. 7) te hebben opgezocht begon Jochem al, uit zijn hoofd, voor te dragen:
“Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen. Ik waak en ben geworden gelijk een eenzame mus op het dak.”
“Da’s mien beeld, Sirtje mien jong, da’s mien beeld.”
(Dat is mijn beeld, Sirtje mijn jongen, dat is mijn beeld)
*Met dank aan mijn vader en moeder voor het onthouden en het vertellen van deze verhalen*
Deze cache is neergelegd met toestemming van de familie ten Kleij, eigenaar van het perceel waar de cache verstopt is.
P-plaats; N53.01.964/E007.02.062
Additional Hints
(No hints available.)