Julius en Caes, er zijn geen grotere vrienden. Ze vinden het allebei leuk om raadsels en puzzels op te lossen en elkaar uit te dagen met weer een raadsel. Maar de twee vrienden zijn deugnieten, daarom maken ze het elkaar graag moeilijk. En als de ander er niet uit komt, zijn ze de keizer te rijk.
Julius en Caes ruimen vanmorgen de schuur op. Wat staat daar toch allemaal in... Wel zes fietsen en in een hoek vier achterwielen en een voorwiel, alles schots en scheef door elkaar. Jammer dat alle banden leeg zijn. En op een plank vinden ze wel 31 posters. Ze pompen de banden op en hangen de wielen netjes aan haken aan de muur, naast een mattenklopper, een bezem, een hark en ander gereedschap.
Terwijl ze bezig zijn, komt er een man voorbij. He jongens, hebben jullie daar een pegel aan het dak hangen? Ze trappen er in en kijken omhoog. Gefopt, leuk hoor. Wat een maffie. Ze gaan verder met opruimen en vinden nog drie spieën voor de fietsen. Die gaan netjes in een bakje.
Wat komt daar nu weer voorbij lopen? Vier schapen! De man met de stok zal wel de herder zijn en dat joekeltje zijn hondje. Hij ziet de posters en neemt er graag zeven mee. Hij blij en zij blij.
Verder met opruimen. Op een plank staan acht blikken met verf. De verf is helemaal hard geworden, daar kun je niets meer mee. Ook staat er een blik met wel 85 spijkers, maar allemaal erg roestig. Weg er mee.
En zo gaat de ochtend voorbij. De schuur is nog niet helemaal opgeruimd, maar het wordt tijd voor de lunch en ontspanning: geocachen. Dat geldt voor de deugnieten toch als de favoriete bezigheid.