Skip to content

De Leemkuil op de Tafelbergheide EarthCache

Hidden : 9/4/2026
Difficulty:
2 out of 5
Terrain:
2.5 out of 5

Size: Size:   other (other)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:



De Leemkuil op de Tafelbergheide

⚠️ Benodigd voor het voltooien van deze EarthCache: een flesje water (logvereiste 4).

⚠️ Aandachtspunten voor dit natuurgebied

  • Toegang alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang.
  • Heide is kwetsbaar. Blijf te allen tijde op de bestaande wandelpaden.
  • Houd altijd 25 meter afstand van loslopend vee.
  • Honden zijn toegestaan mits aangelijnd.

Inleiding

De Tafelbergheide lijkt op het eerste gezicht vooral een glooiend heidelandschap. Wie echter goed naar het reliëf kijkt, ontdekt opvallende laagten en kuilen. Sommige daarvan zijn het resultaat van menselijke winning van grondstoffen. De grotere kuilen op de Tafelbergheide staan bekend als leemkuilen. Deze kuilen vertellen een bijzonder verhaal waarin geologie en menselijke geschiedenis samenkomen.

De Tafelbergheide maakt deel uit van de Gooise stuwwal. Deze stuwwal ontstond tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, ongeveer 150.000 jaar geleden. Het landijs bereikte toen Midden-Nederland en stuwde bestaande afzettingen in de ondergrond op. Daardoor ontstonden de karakteristieke heuvels en ruggen van het Gooi.

Tijdens de vorming van de stuwwal werden verschillende oudere zand-, grind- en leemhoudende afzettingen gestuwd, gekanteld en verplaatst. Daardoor kwamen sommige van deze afzettingen plaatselijk aan of dicht bij het oppervlak te liggen.

Op de Tafelbergheide werden sommige van deze leemhoudende lagen later door de bewoners van het Gooi afgegraven. De ontstane laagten zijn tegenwoordig nog duidelijk in het landschap te herkennen.

In deze EarthCache ontdek je hoe glaciale krachten de ondergrond van het Gooi hebben gestuwd en hoe daardoor leemhoudende afzettingen aan of dicht bij het oppervlak kwamen te liggen. Je ontdekt vervolgens hoe de mens deze geologische laag heeft benut en daarmee de leemkuilen heeft gevormd.

(Goed om te weten: Het huidige reliëf van de Tafelbergheide is het resultaat van zowel natuurlijke geologische processen als latere menselijke vergravingen. Het hoogste punt waaraan dit gebied haar naam ontleent, de Tafelberg zelf, is eveneens door mensenhanden gevormd en werd al eeuwen als oriëntatiepunt gebruikt. Vanaf dit punt heeft u een mooi uitzicht over het gebied.)


De Gooise stuwwal

Ongeveer 150.000 jaar geleden lag Midden-Nederland aan de rand van het landijs tijdens het Saalien.

De enorme ijsmassa's kwamen vanuit het noorden en duwden de ondergrond voor zich uit. Daarbij werden bestaande sedimentlagen geplooid, gekanteld en over elkaar heen geschoven. Zo ontstonden onder andere de stuwwallen van het Gooi, de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe.

De bodem van de Gooise stuwwal bestaat daardoor niet uit één horizontaal pakket. Verschillende oudere afzettingen liggen hier schuin gestapeld en gestuwd.

Op de Tafelbergheide zijn vooral zandige en grindrijke afzettingen aanwezig, maar plaatselijk komen ook leemhoudende lagen dicht aan het oppervlak voor.

De leemhoudende afzettingen die in de leemkuilen zijn aangesneden, maken daarmee deel uit van de gestuwde ondergrond.

Bij onderzoek aan een ontsluiting op de Tafelbergheide is zeer lemig, zeer fijn zand aangetroffen dat niet als keileemrestant wordt geïnterpreteerd. In combinatie met de langgerekte vorm van de groeve en de ligging van andere kuilen wordt dit gezien als aanwijzing voor een dagzomend pakket rivierleem dat deel uitmaakt van de gestuwde ondergrond.

De ijstijd heeft dus vooral een belangrijke rol gespeeld bij het verplaatsen en omhoogstuwen van bestaande afzettingen.


Van geologische laag naar leemkuil

Toen de leemhoudende afzettingen plaatselijk dicht aan het oppervlak kwamen te liggen, ontdekten de bewoners van het Gooi dat dit materiaal bruikbaar was. De leem werd onder meer gebruikt voor het verharden van vloeren en wegen.

De leem werd gewonnen en afgevoerd. Waar gedurende langere tijd materiaal werd weggegraven, ontstonden laagten in het landschap.

De grotere kuilen op de Tafelbergheide zijn daardoor geen natuurlijke dalen die uitsluitend door stromend water zijn uitgesleten. Het zijn menselijke afgravingen die gebruikmaakten van een van nature aanwezige leemhoudende laag in de gestuwde ondergrond.

Ook de vorm van sommige kuilen geeft een aanwijzing over hun ontstaansgeschiedenis. Geologisch onderzoek beschrijft bij een langwerpige groeve op de Tafelbergheide dat de vorm en de ligging van meerdere kuilen aanwijzingen geven dat de afgravers de aanwezige gestuwde lagen volgden.

Je kijkt hier dus letterlijk naar een landschap waarin de mens een geologische laag heeft aangesneden.


De leemkuil verschilt van de omliggende heide

De omliggende heide bestaat grotendeels uit zandige, relatief voedselarme bodem. Regenwater kan in een dergelijke zandige bodem relatief gemakkelijk infiltreren. Infiltratie betekent dat water vanaf het oppervlak de bodem binnendringt.

De fijnere en leemhoudende bodem kan andere eigenschappen hebben dan de omliggende zandgrond, onder meer wat betreft waterhuishouding en beschikbaarheid van voedingsstoffen. In combinatie met verschillen in reliëf, ligging en microklimaat kan dit bijdragen aan verschillen in vegetatie. Dat betekent overigens niet dat iedere leemkuil permanent nat is of dat er altijd water moet staan.

Op het lemige zand in de kuilen en op hopen lemig zand ontwikkelde zich soortenrijk droog grasland, terwijl de omliggende heide veel soortenarmer was.


Een bijzondere flora

De verschillen tussen de leemhoudende bodem van de kuilen en de omliggende droge zandgrond zijn ook terug te zien in de vegetatie.

Botanisch onderzoek uit het gebied laat zien dat in de leemkuilen en de zandafgraving sinds ongeveer 1950 veel meer plantentaxa zijn waargenomen dan in de omliggende droge heide. De kuilen zijn onder meer bekend vanwege soorten als duizendguldenkruid, tijm en rozenkransje.

Het gaat daarbij niet alleen om de aanwezigheid van leem. Ook verschillen in vochtigheid, bodemgesteldheid, hellingsrichting, hellingshoek en hoeveelheid zonlicht spelen een rol.

Een leemkuil vormt daardoor een soort klein landschap binnen het grotere heidelandschap: op korte afstand kunnen de omstandigheden voor planten aanzienlijk verschillen.

Geologie en cultuurhistorie in één landschap

De leemkuil is daarmee meer dan alleen een opvallende kuil in de heide. De vorming van het landschap begon tijdens de ijstijd.

Saalien → landijs → stuwing van de ondergrond → leemhoudende lagen aan of nabij het oppervlak

Veel later kwam de mens:

leemhoudende laag → winning → afgraving → leemkuil

En vervolgens ontwikkelde zich de huidige natuur:

verschillende bodemomstandigheden → verschillen in bodem- en groeicondities → bijzondere flora

De leemkuil is daardoor een bijzonder geologisch én cultuurhistorisch relict: Wanneer je hier rondkijkt, zie je dus niet alleen een kuil in de heide, maar een zichtbaar spoor van de wisselwerking tussen ijstijd, bodem, mens en natuur.




****************Logvoorwaarden****************

Beantwoord onderstaande vragen en stuur je antwoorden via het berichtencentrum naar mij toe. Vermeld geen antwoorden in je log!

Voor het beantwoorden van de vragen is het niet noodzakelijk om buiten de bestaande paden te komen. Doe dit dan ook niet!

1: Bekijk de leemkuil vanaf het wandelpad. Beschrijf de vorm van de kuil ten opzichte van het omliggende heidelandschap. Noem minimaal twee kenmerken van de vorm van de kuil of de directe omgeving die volgens jou passen bij menselijke afgraving en niet bij een natuurlijk door stromend water gevormd dal.

2: Tijdens welke ijstijd ontstond de Gooise stuwwal en hoe kon een oorspronkelijk oudere afzetting door de werking van het landijs op deze plaats aan of dicht bij het oppervlak komen te liggen?

3: De bodem in en rond de leemkuil bestaat plaatselijk uit fijner en lemiger materiaal dan de omliggende zandige heide. Leg uit hoe zo'n verschil in bodemsamenstelling invloed kan hebben op de eigenschappen van de bodem, bijvoorbeeld de waterhuishouding en de beschikbaarheid van voedingsstoffen.

4: Voer een vingertest uit van twee bodemmonsters: Neem een beetje bodemmateriaal van de rand van de leemkuil (u hoeft hiervoor niet van het pad af, bij het hek kunt u bij de donkere bodemgrond), maak het licht vochtig wrijf dat tussen uw vingers. Beschrijf uw waarnemingen. Doe dit zelfde ook met het lichte bodemmateriaal van het wandelpad/heide kant. Wat voel en zie je, welke verschillen heb je waar genomen?

5: Vergelijk de begroeiing in of direct rond de leemkuil met de droge heide op de hogere, zandige delen. Noem één zichtbaar verschil en geef een mogelijke verklaring waarbij je de verschillen in bodemtextuur en leemgehalte betrekt.

6: Maak een foto van jezelf of je GPS of ander persoonlijk item op locatie. Plaats deze foto bij je log.



Als u de cache succesvol heeft gelogd mag u onderstaande banner op uw profiel plaatsen.

<a href="https://www.geocaching.com/geocache/GCBXGW1_De_Leemkuil_op_de_Tafelbergheide"><img src="https://img.geocaching.com/cache/large/884b5da8-db32-4404-84bb-99365bd95cd1.jpg"></a>




Die Lehmgrube auf der Tafelbergheide

⚠️ Zum Abschließen dieses EarthCaches wird eine Flasche Wasser benötigt (Log-Bedingung 4).

⚠️ Hinweise für dieses Naturschutzgebiet

  • Zugang nur zwischen Sonnenaufgang und Sonnenuntergang.
  • Die Heide ist empfindlich. Bleiben Sie jederzeit auf den bestehenden Wanderwegen.
  • Halte stets 25 Meter Abstand zu frei laufendem Vieh.
  • Hunde sind an der Leine erlaubt.

Einleitung

Auf den ersten Blick erscheint die Tafelbergheide vor allem als eine sanft hügelige Heidelandschaft. Wer jedoch genauer auf das Relief achtet, entdeckt auffällige Senken und Gruben. Einige davon sind das Ergebnis der menschlichen Gewinnung von Rohstoffen. Die größeren Gruben auf der Tafelbergheide werden als Lehmgruben bezeichnet. Diese Gruben erzählen eine besondere Geschichte, in der Geologie und menschliche Geschichte zusammenkommen.

Die Tafelbergheide ist Teil des Stauchmoränengebiets des Gooi. Dieser Höhenzug entstand während der vorletzten Eiszeit, des Saale-Glazials, vor etwa 150.000 Jahren. Das Inlandeis erreichte damals die Mitte der Niederlande und schob vorhandene Ablagerungen im Untergrund nach oben. Dadurch entstanden die charakteristischen Hügel und Höhenzüge des Gooi.

Während der Entstehung des Stauchmoränengebiets wurden verschiedene ältere Sand-, Kies- und lehmhaltige Ablagerungen gestaucht, geneigt und verlagert. Dadurch kamen einige dieser Ablagerungen örtlich an die Oberfläche oder in deren unmittelbare Nähe.

Später wurden einige dieser lehmhaltigen Schichten von den Bewohnern des Gooi abgebaut. Die dabei entstandenen Senken sind heute noch deutlich in der Landschaft zu erkennen.

In diesem EarthCache erfahren Sie, wie die Kräfte des Inlandeises den Untergrund des Gooi gestaucht haben und wie dadurch lehmhaltige Ablagerungen an die Oberfläche oder in deren Nähe gelangten. Anschließend erfahren Sie, wie der Mensch diese geologische Schicht nutzte und dadurch die Lehmgruben schuf.

(Gut zu wissen: Das heutige Relief der Tafelbergheide ist das Ergebnis sowohl natürlicher geologischer Prozesse als auch späterer menschlicher Abgrabungen. Der höchste Punkt, nach dem das Gebiet benannt ist, der Tafelberg selbst, wurde ebenfalls von Menschen aufgeschüttet und diente bereits seit Jahrhunderten als Orientierungspunkt. Von diesem Punkt aus hat man einen schönen Blick über das Gebiet.)


Das Stauchmoränengebiet des Gooi

Vor etwa 150.000 Jahren lag die Mitte der Niederlande während des Saale-Glazials am Rand des Inlandeises.

Die gewaltigen Eismassen kamen aus dem Norden und schoben den Untergrund vor sich her. Dabei wurden vorhandene Sedimentschichten gefaltet, geneigt und übereinandergeschoben. So entstanden unter anderem die Stauchmoränengebiete des Gooi, des Utrechtse Heuvelrug und der Veluwe.

Der Untergrund des Stauchmoränengebiets des Gooi besteht daher nicht aus einem einzigen horizontalen Schichtenpaket. Verschiedene ältere Ablagerungen liegen hier schräg gestapelt und gestaucht.

Auf der Tafelbergheide kommen vor allem sandige und kiesreiche Ablagerungen vor, örtlich befinden sich jedoch auch lehmhaltige Schichten nahe der Oberfläche.

Die in den Lehmgruben angeschnittenen lehmhaltigen Ablagerungen gehören somit zum gestauchten Untergrund.

Bei Untersuchungen an einem Aufschluss auf der Tafelbergheide wurde sehr lehmiger, sehr feinkörniger Sand gefunden, der nicht als Rest einer Grundmoräne interpretiert wird. Zusammen mit der langgestreckten Form der Abgrabung und der Lage weiterer Gruben wird dies als Hinweis auf ein an der Oberfläche anstehendes Paket von Flusslehm angesehen, das Teil des gestauchten Untergrunds ist.

Die Eiszeit spielte somit vor allem eine wichtige Rolle bei der Verlagerung und dem Aufstau bereits vorhandener Ablagerungen.


Von der geologischen Schicht zur Lehmgrube

Als lehmhaltige Ablagerungen örtlich nahe an die Oberfläche gelangten, entdeckten die Bewohner des Gooi, dass dieses Material nützlich war. Der Lehm wurde unter anderem zur Befestigung von Böden und Wegen verwendet.

Der Lehm wurde abgebaut und abtransportiert. Wo über längere Zeit Material abgegraben wurde, entstanden Senken in der Landschaft.

Die größeren Gruben auf der Tafelbergheide sind daher keine natürlichen Täler, die ausschließlich durch fließendes Wasser entstanden sind. Es handelt sich um menschliche Abgrabungen, bei denen eine natürlich vorhandene lehmhaltige Schicht des gestauchten Untergrunds genutzt wurde.

Auch die Form einiger Gruben gibt Hinweise auf ihre Entstehungsgeschichte. Geologische Untersuchungen beschreiben auf der Tafelbergheide eine langgestreckte Abgrabung, bei der die Form und Lage mehrerer Gruben darauf hindeuten, dass die Abbauer den vorhandenen gestauchten Schichten folgten.

Sie sehen hier also buchstäblich eine Landschaft, in der der Mensch eine geologische Schicht angeschnitten hat.


Die Lehmgrube unterscheidet sich von der umgebenden Heide

Die umliegende Heide besteht größtenteils aus sandigem, relativ nährstoffarmem Boden. Regenwasser kann in einem solchen sandigen Boden relativ leicht versickern. Unter Infiltration versteht man das Eindringen von Wasser von der Oberfläche in den Boden.

Der feinere und lehmhaltige Boden kann andere Eigenschaften als der umgebende Sandboden haben, unter anderem hinsichtlich des Wasserhaushalts und der Verfügbarkeit von Nährstoffen. Zusammen mit Unterschieden im Relief, in der Lage und im Mikroklima kann dies zu Unterschieden in der Vegetation beitragen. Das bedeutet allerdings nicht, dass jede Lehmgrube dauerhaft nass ist oder dass dort immer Wasser stehen muss.

Auf dem lehmigen Sand in den Gruben und auf Haufen aus lehmigem Sand entwickelte sich artenreiches Trockenrasenland, während die umliegende Heide deutlich artenärmer war.


Eine besondere Flora

Die Unterschiede zwischen dem lehmhaltigen Boden der Gruben und dem umliegenden trockenen Sandboden sind auch in der Vegetation zu erkennen.

Botanische Untersuchungen aus dem Gebiet zeigen, dass seit etwa 1950 in den Lehmgruben und der Sandabgrabung deutlich mehr Pflanzenarten bzw. Pflanzentaxa festgestellt wurden als in der umliegenden trockenen Heide. Die Gruben sind unter anderem für Arten wie Tausendgüldenkraut, Thymian und Katzenpfötchen bekannt.

Dabei spielt nicht nur das Vorhandensein von Lehm eine Rolle. Auch Unterschiede hinsichtlich Feuchtigkeit, Bodenbeschaffenheit, Hangrichtung, Hangneigung und Sonneneinstrahlung wirken sich aus.

Eine Lehmgrube bildet dadurch eine Art kleine Landschaft innerhalb der größeren Heidelandschaft: Auf kurzer Entfernung können sich die Bedingungen für Pflanzen deutlich unterscheiden.

Geologie und Kulturgeschichte in einer Landschaft

Die Lehmgrube ist somit mehr als nur eine auffällige Senke in der Heide. Die Entstehung dieser Landschaft begann während der Eiszeit.

Saale-Glazial → Inlandeis → Stauchung des Untergrunds → lehmhaltige Schichten an oder nahe der Oberfläche

Viel später kam der Mensch:

lehmhaltige Schicht → Abbau → Abgrabung → Lehmgrube

Danach entwickelte sich die heutige Natur:

unterschiedliche Bodenbedingungen → unterschiedliche Boden- und Wachstumsbedingungen → besondere Flora

Die Lehmgrube ist somit ein bemerkenswertes geologisches und kulturhistorisches Relikt. Wenn Sie sich hier umsehen, sehen Sie also nicht nur eine Grube in der Heide, sondern eine sichtbare Spur des Zusammenspiels von Eiszeit, Boden, Mensch und Natur.




****************Logbedingungen****************

Beantworten Sie die folgenden Fragen und senden Sie Ihre Antworten über das Nachrichtenzentrum an mich. Bitte veröffentlichen Sie die Antworten nicht in Ihrem Log!

Um die Fragen zu beantworten, müssen Sie die vorhandenen Wege nicht verlassen. Bitte tun Sie dies auch nicht!

1: Betrachten Sie die Lehmgrube vom Wanderweg aus. Beschreiben Sie die Form der Grube im Verhältnis zur umliegenden Heidelandschaft. Nennen Sie mindestens zwei Merkmale der Form der Grube oder ihrer unmittelbaren Umgebung, die Ihrer Meinung nach eher für eine menschliche Abgrabung als für ein durch fließendes Wasser entstandenes natürliches Tal sprechen.

2: Während welcher Eiszeit entstand das Stauchmoränengebiet des Gooi, und wie konnte eine ursprünglich ältere Ablagerung durch die Wirkung des Inlandeises hier an die Oberfläche oder in deren Nähe gelangen?

3: Der Boden in und um die Lehmgrube ist örtlich feiner und lehmiger als der Boden der umliegenden sandigen Heide. Erklären Sie, wie ein solcher Unterschied in der Bodenzusammensetzung die Eigenschaften des Bodens beeinflussen kann, zum Beispiel den Wasserhaushalt und die Verfügbarkeit von Nährstoffen.

4: Führen Sie eine Fingerprobe von zwei Bodenproben durch: Nehmen Sie ein wenig Bodenmaterial vom Rand der Lehmgrube (Sie müssen dafür nicht vom Weg abweichen, am Zaun gelangen Sie an den dunklen Boden). Befeuchten Sie es leicht und reiben Sie es zwischen Ihren Fingern. Beschreiben Sie Ihre Beobachtungen. Machen Sie dasselbe mit dem hellen Bodenmaterial vom Wanderweg bzw. von der Heideseite. Was fühlen und sehen Sie, und welche Unterschiede haben Sie wahrgenommen?

5: Vergleichen Sie die Vegetation in oder unmittelbar um die Lehmgrube mit der trockenen Heide auf den höher gelegenen, sandigen Flächen. Nennen Sie einen sichtbaren Unterschied und geben Sie eine mögliche Erklärung, bei der Sie die Unterschiede in Bodentextur und Lehmgehalt berücksichtigen.

6: Machen Sie vor Ort ein Foto von sich selbst, Ihrem GPS oder einem anderen persönlichen Gegenstand. Fügen Sie dieses Foto Ihrem Log hinzu.



Wenn Sie den Cache erfolgreich geloggt haben, dürfen Sie das untenstehende Banner in Ihrem Profil verwenden.

<a href="https://www.geocaching.com/geocache/GCBXGW1_De_Leemkuil_op_de_Tafelbergheide"><img src="https://img.geocaching.com/cache/large/884b5da8-db32-4404-84bb-99365bd95cd1.jpg"></a>




The Clay Pit on Tafelbergheide

⚠️ Required to complete this EarthCache: a bottle of water (logging requirement 4).

⚠️ Points of attention for this nature reserve

  • Access only between sunrise and sunset.
  • Heathland is vulnerable. Stay on the existing hiking trails at all times.
  • Always maintain a distance of 25 meters from free-roaming cattle.
  • Dogs are allowed provided they are kept on a leash.

Introduction

At first glance, Tafelbergheide appears to be mainly a gently undulating heathland landscape. However, if you look carefully at the relief, you will notice striking depressions and pits. Some of these are the result of human extraction of natural resources. The larger pits on Tafelbergheide are known as clay pits. These pits tell a fascinating story in which geology and human history come together.

Tafelbergheide is part of the Gooi glacial push ridge. This ridge formed during the penultimate ice age, the Saalian, about 150,000 years ago. At that time, the ice sheet reached central Netherlands and pushed up existing deposits in the subsurface. This created the characteristic hills and ridges of the Gooi region.

During the formation of the glacial push ridge, various older sand, gravel and clay-bearing deposits were pushed, tilted and displaced. As a result, some of these deposits came to lie locally at or close to the surface.

Later, some of these clay-bearing layers were excavated by the inhabitants of the Gooi. The resulting depressions can still be clearly recognised in the landscape today.

In this EarthCache, you will discover how glacial forces pushed up the subsurface of the Gooi and how this brought clay-bearing deposits to or close to the surface. You will then discover how people made use of this geological layer and thereby created the clay pits.

(Good to know: The current topography of the Tafelbergheide is the result of both natural geological processes and later human excavation. The highest point from which the area takes its name—the Tafelberg itself—was also shaped by human hands and has served as a landmark for centuries. From this point, you have a beautiful view of the area.)


The Gooi glacial push ridge

About 150,000 years ago, central Netherlands lay at the edge of the ice sheet during the Saalian.

The enormous masses of ice advanced from the north and pushed the subsurface ahead of them. Existing sediment layers were folded, tilted and pushed over one another. This created, among others, the glacial push ridges of the Gooi, the Utrechtse Heuvelrug and the Veluwe.

The subsurface of the Gooi glacial push ridge therefore does not consist of one horizontal layer. Various older deposits are stacked and pushed here at an angle.

Tafelbergheide mainly consists of sandy and gravel-rich deposits, but locally clay-bearing layers occur close to the surface.

The clay-bearing deposits exposed in the clay pits are therefore part of the glacially pushed subsurface.

Research at an exposure on Tafelbergheide found very loamy, very fine sand that is not interpreted as a remnant of glacial till. In combination with the elongated shape of the excavation and the location of other pits, this is considered an indication of an exposed package of river clay that forms part of the glacially pushed subsurface.

The ice age therefore mainly played an important role in displacing and pushing up existing deposits.


From geological layer to clay pit

When clay-bearing deposits locally came close to the surface, the inhabitants of the Gooi discovered that this material was useful. Among other things, the clay was used to harden floors and roads.

The clay was extracted and transported away. Where material was excavated over a longer period, depressions developed in the landscape.

The larger pits on Tafelbergheide are therefore not natural valleys formed solely by flowing water. They are human excavations that made use of a naturally occurring clay-bearing layer in the glacially pushed subsurface.

The shape of some of the pits also provides clues about their origin. Geological research describes an elongated excavation on Tafelbergheide where the shape and position of several pits indicate that the excavators followed the existing glacially pushed layers.

You are therefore literally looking at a landscape in which people cut into a geological layer.


The clay pit differs from the surrounding heathland

The surrounding heathland consists largely of sandy, relatively nutrient-poor soil. Rainwater can infiltrate relatively easily into such sandy soil. Infiltration means that water enters the soil from the surface.

The finer, clay-bearing soil can have different properties from the surrounding sandy soil, including differences in water availability and the availability of nutrients. Together with differences in relief, position and microclimate, this can contribute to differences in vegetation. This does not mean that every clay pit is permanently wet or that there must always be standing water.

Species-rich dry grassland developed on the loamy sand in the pits and on piles of loamy sand, whereas the surrounding heathland was much poorer in species.


A special flora

The differences between the clay-bearing soil of the pits and the surrounding dry sandy soil can also be seen in the vegetation.

Botanical research in the area shows that since about 1950, many more plant taxa have been recorded in the clay pits and the sand excavation than in the surrounding dry heathland. The pits are known, among other things, for species such as common centaury, thyme and common cat's-foot.

This is not solely due to the presence of clay. Differences in moisture, soil conditions, slope orientation, slope angle and the amount of sunlight also play a role.

A clay pit therefore forms a kind of small landscape within the larger heathland: over short distances, conditions for plants can differ considerably.

Geology and cultural history in one landscape

The clay pit is therefore more than just a striking depression in the heathland. The formation of this landscape began during the ice age.

Saalian → ice sheet → pushing of the subsurface → clay-bearing layers at or near the surface

Much later, people arrived:

clay-bearing layer → extraction → excavation → clay pit

And subsequently the present-day nature developed:

different soil conditions → differences in soil and growing conditions → special flora

The clay pit is therefore a remarkable geological and cultural-historical relic. When you look around here, you are not merely seeing a pit in the heathland, but a visible trace of the interaction between the ice age, soil, people and nature.




****************Logging requirements****************

Answer the following questions and send your answers to me via the message centre. Please do not include the answers in your log!

You do not need to leave the existing paths to answer the questions. Please do not do so!

1: Look at the clay pit from the walking path. Describe the shape of the pit in relation to the surrounding heathland. Name at least two features of the shape of the pit or its immediate surroundings that, in your opinion, are consistent with human excavation rather than a natural valley formed by flowing water.

2: During which ice age did the Gooi glacial push ridge form, and how could an originally older deposit have been brought to or close to the surface here by the action of the ice sheet?

3: The soil in and around the clay pit is locally finer and more loamy than the surrounding sandy heathland. Explain how such a difference in soil composition can affect soil properties, for example water retention/regime and the availability of nutrients.

4: Perform a finger test on two soil samples: Take a small amount of soil material from the edge of the loam pit (you do not need to leave the path for this; near the fence, you can reach the dark soil). Moisten it slightly and rub it between your fingers. Describe your observations. Do the same with the light soil material from the walking path/heathland side. What do you feel and see, and what differences did you observe?

5: Compare the vegetation in or immediately around the clay pit with the dry heathland on the higher, sandy areas. Name one visible difference and give a possible explanation that takes differences in soil texture and clay content into account.

6: Take a photo of yourself, your GPS, or another personal item at the location. Add this photo to your log.



If you have successfully logged the cache, you may place the banner below on your profile.

<a href="https://www.geocaching.com/geocache/GCBXGW1_De_Leemkuil_op_de_Tafelbergheide"><img src="https://img.geocaching.com/cache/large/884b5da8-db32-4404-84bb-99365bd95cd1.jpg"></a>




Bronvermelding / Quellen / Source

• Goois Natuurreservaat – Tafelbergheide Informatie over de geologische oorsprong van het landschap, de gestuwde bodem, het aan de oppervlakte komen van leem, de historische leemwinning en de bijzondere flora. https://gnr.nl/gebieden/tafelbergheide/
• IVN – Een dwarsdoorsnede van het Gooi Specifieke beschrijving van de Tafelbergheide en de leemkuilen, waaronder de gestuwde afzettingen, de historische leemwinning en het ontstaan van de langwerpige kuilen. https://www.ivn.nl/app/uploads/sites/94/2025/09/27-dwarsdoorsnede-van-het-Gooi-V-2.pdf
• Geopark Heuvelrug – Onderbouwing Tafelberg, Crailo en leemkuil Geologische achtergrondinformatie over de Tafelberg en de leemkuilen en de aardkundige ontwikkeling van het gebied. https://www.geopark-heuvelrug.nl/onderbouwing-tafelberg-crailo-leemkuil/
• Farjon, A. – De botanische betekenis van enkele oude leemkuilen op de Blaricumer Heide en de Tafelbergheide in het Gooi Botanische en ecologische informatie over de leemkuilen, de bodem en de bijzondere vegetatie. Naturalis Biodiversity Center. https://repository.naturalis.nl/document/567241
• Natuurtijdschriften – historische informatie over de leemkuilen en het beheer ervan Achtergrondinformatie over de cultuurhistorische betekenis van de Gooise leemkuilen en de ontwikkeling en bescherming van de bijzondere flora. https://natuurtijdschriften.nl/pub/494602/DLN0882442476.pdf
• Geologie van Nederland – Landschapsvormende krachten Algemene achtergrondinformatie over de geologische processen die het Nederlandse landschap hebben gevormd. https://www.geologievannederland.nl/publicaties/75.html
• Rijksdienst voor het Cultureel ErfgoedInformatie over Stuwwallengebied 't Gooi. https://kennis.cultureelerfgoed.nl/index.php/Aardkundig_erfgoed/Stuwwallengebied_%27t_Gooi
• Provincie Noord-Holland – Aardkundige monumenten Algemene en regionale informatie over aardkundige waarden en landschapsvormen in Noord-Holland. https://www.noord-holland.nl/bestanden/pdf/Brochure%20Aardkundige_Monumenten.pdf
• Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Gebruikt voor het bekijken en interpreteren van het huidige reliëf van het gebied. https://www.ahn.nl/ahn-viewer
• Geo - Fingerprobe Uitleg voor het uitvoeren van een eenvoudige vingerproef om de bodem te identificeren (logvereiste vraag 4) https://www.geo.de/natur/fingerprobe--so-bestimmen-sie-die-bodenqualitaet-38155822.htmlhttps://www.ahn.nl/ahn-viewer

AI-vermelding

Bij het opstellen van deze EarthCache is gebruik gemaakt van AI-ondersteuning (Google Gemini AI en ChatGPT) voor:
• grammaticale controle en tekstredactie;
• het structureren van de tekst;
• vertalingen;
• het controleren en bespreken van de geologische uitleg.

Additional Hints ()

Qvg vf rra RneguPnpur, re vf qhf trra slfvrxr pbagnvare. Guvf vf na RneguPnpur, fb gurer vf ab culfvpny pbagnvare.

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)

Advertising with Us