Skip to content

Kwintelooijen: De Getuigeberg EarthCache

Hidden : 9/11/2026
Difficulty:
2 out of 5
Terrain:
2.5 out of 5

Size: Size:   other (other)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:



Kwintelooijen: De Getuigeberg; Een rivierlandschap ondersteboven

⚠️ Aandachtspunten voor dit natuurgebied

  • Toegang alleen tussen zonsopkomst en zonsondergang.
  • Blijf te allen tijde op de bestaande wandelpaden.
  • Houd altijd 25 meter afstand van loslopend vee.
  • Honden zijn toegestaan mits aangelijnd.

Inleiding:

Welkom bij Kwintelooijen. Je staat hier op een plek waar een veel ouder rivierlandschap later door het landijs werd vervormd. Lang voordat de Utrechtse Heuvelrug zijn huidige vorm kreeg, zetten rivieren hier zand, klei en grind af. Op sommige momenten bleef het landschap lang genoeg stabiel om bodemvorming mogelijk te maken.

Veel later bereikte het landijs tijdens het Saalien Midden-Nederland. Het bestaande landschap werd daarbij niet simpelweg bedekt: grote pakketten van de oude ondergrond werden door het ijs vervormd, verschoven en gekanteld. Wat je nu als een heuvel in een voormalige zandgroeve ziet, bevat daardoor een stukje van dat veel oudere landschap.

Wie goed kijkt, kan in de helling aanwijzingen vinden voor een opmerkelijke opeenvolging van gebeurtenissen:

rivier → bodemvorming → ijstijd → stuwing → zandwinning

De Getuigeberg is in feite een geologisch archief: resten van een oud rivierlandschap die door het landijs zijn gedeformeerd, terwijl het omliggende gebied later door de mens grotendeels werd afgegraven.


Een landschap vóór de stuwwal

De geschiedenis van de Getuigeberg begint niet met ijs, maar met water. Lang voordat hier de Utrechtse Heuvelrug lag, werden in dit gebied rivierafzettingen gevormd. Rivieren voerden zand, klei en grind aan en zetten dit materiaal op verschillende plaatsen af. Een deel van de kleilagen in de Getuigeberg behoort tot de Formatie van Waalre. De onderzochte klei is van vroeg-Pleistocene ouderdom en wordt geïnterpreteerd als fluviatiele komklei: fijn sediment dat in een relatief rustig deel van een riviersysteem kon bezinken.

Onderzoek aan monsters uit de Getuigeberg heeft de vroeg-Pleistocene ouderdom van deze afzettingen bevestigd. Daarmee staat één ding vast: deze klei was al aanwezig voordat het landijs het gebied bereikte.


Oude bodems tussen het riviersediment

Op verschillende niveaus zijn boven op de kleilagen oude bodemhorizonten, zogenaamde paleosolen, bewaard gebleven. Een paleosol is een oude bodem die in het geologische verleden aan het aardoppervlak heeft gelegen. De aanwezigheid van een paleosol vertelt ons daarom dat de sedimentatie hier niet voortdurend doorging.

Je kunt het landschap als volgt voorstellen: Een rivier zet sediment af → oppervlak blijft enige tijd stabiel → er ontstaat bodemvorming → later wordt opnieuw sediment afgezet.

Wanneer zo'n cyclus zich meerdere keren herhaalt, kunnen verschillende oude bodemhorizonten tussen de rivierafzettingen worden bewaard.

De paleosolen in de Getuigeberg zijn daardoor een belangrijk onderdeel van het geologische verhaal. Ze laten zien dat er tussen perioden van sedimentatie ook perioden waren waarin het landschap lang genoeg stabiel bleef voor bodemvorming.


Hoe ontstaat een bodem?

Een bodem is meer dan alleen zand, klei of grind. Zodra het aardoppervlak langere tijd relatief stabiel blijft, kunnen water, lucht, planten, dieren en micro-organismen het bovenste deel van het sediment veranderen. Dit proces noemen we bodemvorming. Tijdens de bodemvorming ontstaan vaak verschillende lagen, die we bodemhorizonten noemen. Elke horizont heeft eigen kenmerken, zoals kleur, structuur en de hoeveelheid organisch materiaal, ijzer of kleimineralen.

Humusvorming

Bladeren, takjes, wortels en andere plantenresten worden door schimmels, bacteriën en kleine bodemorganismen afgebroken. Daarbij ontstaat humus: donker organisch materiaal dat zich met de minerale bodem kan vermengen. Een humusrijke bovenlaag is vaak donkerbruin tot bijna zwart.

Uitspoeling en inspoeling

Regenwater zakt door de bodem en kan daarbij opgeloste stoffen en zeer kleine bodemdeeltjes meenemen. Dit noemen we uitspoeling. Stoffen die op deze manier uit een bovenliggende laag verdwijnen, kunnen dieper in de bodem weer worden afgezet. Dat noemen we inspoeling. Bij sommige zandgronden leidt dit tot podzolering. Organische zuren uit de strooisellaag kunnen hierbij helpen om verbindingen van ijzer en aluminium los te maken en te verplaatsen. Hierdoor kan onder de donkere humuslaag een opvallend lichtgrijze tot witgrijze uitspoelingslaag ontstaan. Dieper in de bodem kunnen humus, ijzer en aluminium zich ophopen en een donkerbruine, roodbruine of soms bijna zwarte inspoelingslaag vormen. Een podzolbodem kan daardoor een herkenbaar patroon vertonen van een donkere bovengrond, een lichte uitspoelingshorizont en een donkerdere inspoelingshorizont.

IJzerverplaatsing en oxidatie

IJzer speelt een belangrijke rol bij de kleur van veel bodems. Wanneer ijzerverbindingen in contact komen met zuurstof, kunnen geel-, oranje- en roodbruine kleuren ontstaan. Onder natte, zuurstofarme omstandigheden kan ijzer juist oplossen en met water worden verplaatst. Wanneer later weer zuurstof beschikbaar komt, kan het ijzer opnieuw neerslaan. Roodbruine en oranje verkleuringen kunnen daarom aanwijzingen zijn voor ijzerverplaatsing en oxidatie.

Kleiverplaatsing

In sommige bodems worden ook zeer kleine kleideeltjes door infiltrerend water naar diepere lagen verplaatst. Dit proces heet lessivage. De bovenliggende laag raakt hierdoor relatief verarmd aan klei, terwijl de klei zich dieper opnieuw ophoopt. De inspoeling kan daar soms herkenbaar zijn aan een dichtere laag of aan kleihuidjes op bodemaggregaten. Lessivage en podzolering zijn verschillende bodemvormende processen. Welke processen optreden, hangt onder andere af van het moedermateriaal, de waterhuishouding, de begroeiing en de duur van de bodemvorming.

Bodemvorming in de Getuigeberg

De in de Getuigeberg aangetroffen paleosolen laten zien dat hier in het verleden daadwerkelijk bodemvorming heeft plaatsgevonden. De oude bodems ontstonden toen de rivierafzettingen nog aan het toenmalige aardoppervlak lagen. Later werden ze door nieuwe sedimenten bedekt. Tijdens het Saalien werden deze oude afzettingen vervolgens door het oprukkende landijs vervormd en gekanteld. De paleosolen werden daardoor onderdeel van de gestuwde sedimentpakketten. Hierdoor bewaart de Getuigeberg niet alleen resten van een oud rivierlandschap, maar ook aanwijzingen voor de omstandigheden waaronder dat landschap tijdelijk stabiel was.


Dan komt het landijs

En dan verandert alles. Tijdens het Saalien, de voorlaatste ijstijd, bereikte het landijs Midden-Nederland. Het landijs bedekte het bestaande landschap, maar de vorming van de Utrechtse Heuvelrug was niet simpelweg het gevolg van het afzetten van een dikke laag materiaal door het ijs. Aan de rand van de oprukkende ijslob werden bestaande sedimenten gedeformeerd, verschoven en opgestuwd. De oude rivierafzettingen werden daarbij glaciotectonisch gedeformeerd. Delen van het sedimentpakket werden langs overschuivingsvlakken verplaatst en vormden dakpansgewijs gestapelde schubben. Dit proces noemen geologen glaciale stuwing. De vervorming van de sedimentpakketten wordt ook wel glaciale tektoniek genoemd.

In de voormalige zandgroeve Kwintelooijen zijn meerdere zogenaamde schubben herkend. Deze liggen als overlappende, dakpansgewijze pakketten over elkaar. De meest volledige schubben zijn tot ongeveer 25 meter dik en hellen gemiddeld ongeveer 35–40° naar het noordoosten tot noord-noordoosten. De schuine ligging van de sedimentlagen is dus niet simpelweg door erosie van de huidige helling ontstaan. De bestaande sedimentlagen zijn door de beweging van het oprukkende landijs gedeformeerd, waarbij delen van het pakket zijn verschoven en gekanteld.


Rivierafzettingen worden onderdeel van de stuwwal

Hier zit de geologische bijzonderheid van Kwintelooijen. De klei werd gevormd in een rivierlandschap. De paleosolen ontstonden aan het toenmalige landoppervlak. Later werden deze afzettingen door het landijs vervormd, verschoven en gekanteld. Zo werden oude rivierafzettingen en daarin aanwezige paleosolen onderdeel van het gestuwde pakket van de Utrechtse Heuvelrug. De Getuigeberg bewaart daarmee een stukje van een veel ouder landschap dat later door het landijs werd vervormd.


Waarom staat de Getuigeberg er nog?

Vanaf ongeveer het midden van de twintigste eeuw werd in Kwintelooijen zand gewonnen. De voormalige groeve werd steeds verder afgegraven. De groevewanden maakten het mogelijk om de interne opbouw van de stuwwal te bestuderen.

Veel van de oorspronkelijke ontsluitingen zijn inmiddels verdwenen of slecht waarneembaar geworden.

Tijdens de laatste fase van de zandwinning werd een deel van het terrein gespaard. Door een uitruil kon in een zandiger deel van de groeve verder worden gewonnen, terwijl een heuvel met relatief veel klei behouden bleef. Deze gespaarde heuvel, de Getuigeberg, was bedoeld als geologisch monument.

Hier zijn oudere delen van een aantal incomplete gestuwde schubben bewaard gebleven. Vooral kleilagen van de Formatie van Kedichem, tegenwoordig ingedeeld bij de Formatie van Waalre, zijn hier bewaard gebleven. In deze kleilagen zijn bovendien paleosolen aangetroffen.

Daarmee is de Getuigeberg geen toevallig overgebleven stukje terrein, maar een bewust gespaard deel van de voormalige groeve waarin een fragment van de geologische geschiedenis van Kwintelooijen bewaard is gebleven.


De geologische tijdlijn

  • 1. Rivier: Oude rivieren zetten zand, klei en grind af.

  • 2. Bodemvorming/Paleosol: Op sommige momenten werd het landschap stabiel genoeg voor bodemvorming. Er ontstonden paleosolen.

  • 3. Nieuwe sedimentatie: Nieuwe lagen werden bovenop de oudere afzettingen gevormd.

  • 4. Landijs: Tijdens het Saalien bereikte het landijs Midden-Nederland.

  • 5. Stuwing: De bestaande sedimenten werden vervormd, gekanteld en in schubben over elkaar heen geschoven.

  • 6. Stuwwal: Het gestuwde pakket werd onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug.

  • 7. Zandwinning: De mens groef grote hoeveelheden materiaal af.

  • 8. Getuigeberg: Een deel bleef behouden en bewaart een fragment van het oorspronkelijke geologische archief.





****************Logvoorwaarden****************

Beantwoord onderstaande vragen en stuur je antwoorden via het berichtencentrum naar mij toe. Vermeld geen antwoorden in je log!

Voor het beantwoorden van de vragen is het niet noodzakelijk om buiten de bestaande paden te komen. Doe dit dan ook niet!

1: Stel dat een laag klei oorspronkelijk als fluviatiele komklei door een rivier is afgezet. Waarom zou je verwachten dat zo'n laag bij de afzetting ongeveer vlak lag? Welk geologisch proces kan verklaren dat deze laag tegenwoordig schuin in de Getuigeberg ligt? Leg beide antwoorden in je eigen woorden uit.

2: Ga naar het waypoint "Observatiepunt Geologie", naar de onbegroeide steilwand. (Dit is de wand direct naast het pad waar je tussendoor loopt). De Getuigeberg is een restant van een door landijs gestuwd landschap.

a. Wat zou je in een goed zichtbare geologische ontsluiting verwachten aan te treffen als rivierafzettingen en oude bodemlagen door het oprukkende landijs zijn samengedrukt en vervormd?

b. Kun je de geologische structuren die je bij vraag a hebt beschreven tegenwoordig daadwerkelijk herkennen? Beschrijf wat je waarneemt.

c. Hoe verklaar je jouw waarneming bij vraag b?

3: Wat is een paleosol? Wat vertelt de aanwezigheid van een paleosol ons over de omstandigheden aan het oppervlak toen deze bodem ontstond? Kies vervolgens het antwoord dat het beste past en leg je keuze kort uit:

A. Het sediment werd voortdurend door een zeer snel stromende rivier afgezet.

B. Het oppervlak bleef gedurende enige tijd relatief stabiel, waardoor bodemvorming kon plaatsvinden.

C. De bodem werd rechtstreeks door het landijs afgezet.

4: Ga naar het waypoint "Observatiepunt Geologie", naar de onbegroeide steilwand. (Dit is de wand direct naast het pad waar je tussendoor loopt).

a. Welke verschillende kleuren of kleurzones zie je? Beschrijf minimaal twee duidelijk verschillende zones.

b. Waar zie je de duidelijkste roodbruine/oranje verkleuring? Wat kan deze kleur vertellen over de aanwezigheid en het gedrag van ijzer in de bodem?

c. Kun je een zone ontdekken die duidelijk lichter is dan het omliggende materiaal? Zo ja, beschrijf waar deze zich bevindt ten opzichte van de andere kleurzones en waaraan je deze herkent. Zo nee, beschrijf welke kleurverschillen je wel kunt waarnemen.

d. Welke bodemvormende processen kunnen de kleurverschillen die je hebt waargenomen verklaren? Gebruik hierbij de uitleg over bodemvorming uit de listing.

5: Kijk nogmaals naar de kleurverschillen die je bij vraag 4 hebt beschreven. Zie je kenmerken die bij podzolering zouden kunnen passen? Leg uit welke waarnemingen daarvoor pleiten. Kun je op basis van alleen je waarnemingen met zekerheid vaststellen dat je hier een podzolbodem ziet? Leg uit waarom wel of waarom niet.

6: Maak een foto van jezelf of je GPS of ander persoonlijk item voor de Getuigeberg. Plaats deze foto bij je log.



Als u de cache succesvol heeft gelogd mag u onderstaande banner op uw profiel plaatsen.

<a href="https://www.geocaching.com/geocache/GCBXVPG_Kwintelooijen:_De_Getuigeberg"><img src="https://img.geocaching.com/cache/large/831813a6-e33f-425a-8a51-798f99d9d1ab.jpg"></a>




Kwintelooijen: Der Getuigeberg; Eine umgedrehte Flusslandschaft.

⚠️ Hinweise für dieses Naturschutzgebiet

  • Zugang nur zwischen Sonnenaufgang und Sonnenuntergang.
  • Bleiben Sie jederzeit auf den bestehenden Wanderwegen.
  • Halten Sie stets 25 Meter Abstand zu frei laufendem Vieh.
  • Hunde sind an der Leine erlaubt.

Einleitung

Willkommen in Kwintelooijen. Sie befinden sich hier an einem Ort, an dem eine wesentlich ältere Flusslandschaft später durch das Inlandeis verformt wurde. Lange bevor der Utrechtse Heuvelrug seine heutige Form erhielt, lagerten Flüsse hier Sand, Ton und Kies ab. Zeitweise blieb die Landschaft lange genug stabil, sodass sich Böden bilden konnten.

Viel später, während der Saale-Kaltzeit, erreichte das Inlandeis die mittleren Niederlande. Die bestehende Landschaft wurde dabei nicht einfach nur von Eis bedeckt: Große Teile des älteren Untergrunds wurden durch das Eis verformt, verschoben und gekippt. Der Hügel, den Sie heute in einer ehemaligen Sandgrube sehen, enthält deshalb einen Ausschnitt dieser wesentlich älteren Landschaft. Wer genau hinsieht, kann am Hang Hinweise auf eine bemerkenswerte Abfolge geologischer Ereignisse entdecken:

Fluss → Bodenbildung → Eiszeit → Stauchung → Sandabbau

Der Getuigeberg ist gewissermaßen ein geologisches Archiv: Reste einer alten Flusslandschaft, die durch das Inlandeis deformiert wurden, während die umliegenden Bereiche später vom Menschen größtenteils abgetragen wurden.


Eine Landschaft vor der Entstehung des eiszeitlich gestauchten Höhenzugs

Die Geschichte des Getuigebergs beginnt nicht mit Eis, sondern mit Wasser. Lange bevor sich hier der Utrechtse Heuvelrug befand, entstanden in diesem Gebiet Flussablagerungen. Flüsse transportierten Sand, Ton und Kies und lagerten diese Materialien an unterschiedlichen Stellen ab. Ein Teil der Tonschichten am Getuigeberg gehört zur Waalre-Formation. Der untersuchte Ton stammt aus dem frühen Pleistozän und wird als fluviatiler Auenbecken- beziehungsweise Überschwemmungsbeckenton interpretiert: feines Sediment, das sich in einem relativ ruhigen Bereich eines Flusssystems absetzen konnte. Untersuchungen von Proben aus dem Getuigeberg haben das frühpleistozäne Alter dieser Ablagerungen bestätigt. Damit steht eines fest: Dieser Ton war bereits vorhanden, bevor das Inlandeis das Gebiet erreichte.


Alte Böden zwischen den Flusssedimenten

Auf verschiedenen Höhenlagen sind oberhalb der Tonschichten alte Bodenhorizonte erhalten geblieben, sogenannte Paläoböden. Ein Paläoboden ist ein alter Boden, der in der geologischen Vergangenheit an der Erdoberfläche existierte. Sein Vorkommen zeigt uns daher, dass die Sedimentation hier nicht ununterbrochen stattfand.

Stellen Sie sich die Landschaft vor: Ein Fluss lagert Sediment ab → die Landschaft bleibt eine Zeit lang relativ stabil → es kommt zur Bodenbildung → später wird erneut Sediment abgelagert.

Wenn sich dieser Zyklus mehrmals wiederholt, können zwischen den Flussablagerungen mehrere alte Bodenhorizonte erhalten bleiben. Die Paläoböden am Getuigeberg sind deshalb ein wichtiger Bestandteil der geologischen Geschichte. Sie zeigen, dass es zwischen den Ablagerungsphasen auch Zeiträume gab, in denen die Landschaft lange genug stabil blieb, damit sich Böden entwickeln konnten.

Wie entsteht ein Boden?

Ein Boden besteht aus mehr als nur Sand, Ton oder Kies. Wenn die Erdoberfläche über längere Zeit relativ stabil bleibt, können Wasser, Luft, Pflanzen, Tiere und Mikroorganismen den oberen Teil des Sediments verändern. Diesen Prozess nennt man Bodenbildung. Während der Bodenbildung entstehen häufig verschiedene Schichten, die als Bodenhorizonte bezeichnet werden. Jeder Horizont besitzt eigene Merkmale, beispielsweise hinsichtlich Farbe, Struktur und Gehalt an organischem Material, Eisen oder Tonmineralen.

Humusbildung

Blätter, Zweige, Wurzeln und andere Pflanzenreste werden von Pilzen, Bakterien und kleinen Bodenorganismen zersetzt. Dabei entsteht Humus: dunkles organisches Material, das sich mit dem mineralischen Boden vermischen kann. Eine humusreiche obere Bodenschicht ist häufig dunkelbraun bis nahezu schwarz.

Auswaschung und Anreicherung

Regenwasser sickert durch den Boden und kann dabei gelöste Stoffe sowie sehr feine Bodenpartikel mitführen. Diesen Vorgang nennt man Auswaschung. Stoffe, die auf diese Weise aus einer oberen Bodenschicht entfernt werden, können sich in tieferen Schichten erneut ablagern. Dies wird als Anreicherung beziehungsweise Illuviation bezeichnet. Bei manchen Sandböden führen diese Prozesse zur Podsolierung. Organische Säuren aus der Streuschicht können dabei helfen, Eisen- und Aluminiumverbindungen zu lösen und zu verlagern. Dadurch kann sich unterhalb der dunklen Humusschicht ein auffällig hellgrauer bis weißgrauer Auswaschungshorizont bilden. In tieferen Bodenschichten können sich Humus, Eisen und Aluminium anreichern und einen dunkelbraunen, rotbraunen oder manchmal nahezu schwarzen Anreicherungshorizont bilden. Ein Podsolboden kann dadurch ein charakteristisches Muster aufweisen: einen dunklen Oberboden, einen hellen Auswaschungshorizont und einen dunkleren Anreicherungshorizont.

Eisenverlagerung und Oxidation

Eisen spielt eine wichtige Rolle bei der Färbung vieler Böden. Wenn Eisenverbindungen mit Sauerstoff in Kontakt kommen, können gelbe, orangefarbene und rotbraune Farbtöne entstehen. Unter nassen, sauerstoffarmen Bedingungen kann sich Eisen dagegen lösen und mit dem Wasser verlagert werden. Wenn später wieder Sauerstoff verfügbar ist, kann das Eisen erneut ausgefällt werden. Rotbraune und orangefarbene Verfärbungen können deshalb Hinweise auf die Verlagerung von Eisen und dessen Oxidation geben.

Tonverlagerung

In manchen Böden werden auch sehr feine Tonpartikel durch versickerndes Wasser in tiefere Bodenschichten transportiert. Dieser Vorgang wird Lessivierung genannt. Dadurch verarmt die obere Schicht relativ an Ton, während sich der Ton in tieferen Schichten erneut anreichert. Diese Anreicherung ist manchmal an einer dichteren Schicht oder an Tonhäutchen auf Bodenaggregaten zu erkennen. Lessivierung und Podsolierung sind unterschiedliche bodenbildende Prozesse. Welche Prozesse auftreten, hängt unter anderem vom Ausgangsmaterial, vom Wasserhaushalt, von der Vegetation und von der Dauer der Bodenbildung ab.

Bodenbildung am Getuigeberg

Die am Getuigeberg gefundenen Paläoböden zeigen, dass hier in der Vergangenheit tatsächlich Bodenbildung stattgefunden hat. Die alten Böden entstanden, als die Flussablagerungen noch an der damaligen Erdoberfläche lagen. Später wurden sie von neuen Sedimenten überdeckt. Während der Saale-Kaltzeit wurden diese alten Ablagerungen anschließend durch das vorrückende Inlandeis verformt und gekippt. Dadurch wurden die Paläoböden zu einem Bestandteil der gestauchten Sedimentpakete. Der Getuigeberg bewahrt somit nicht nur Reste einer alten Flusslandschaft, sondern auch Hinweise auf die Bedingungen, unter denen diese Landschaft zeitweise stabil war.


Dann kommt das Inlandeis

Und dann verändert sich alles. Während des Saale-Glazials, der vorletzten Eiszeit, erreichte das Inlandeis die zentralen Niederlande. Das Inlandeis bedeckte die bestehende Landschaft, doch die Entstehung des Utrechtse Heuvelrug war nicht einfach das Ergebnis der Ablagerung einer dicken Materialschicht durch das Eis. Am Rand des vorrückenden Eislobus wurden die vorhandenen Sedimente durch den Druck des Inlandeises zusammengestaucht, verschoben und verkippt. Die alten Flussablagerungen wurden dabei glaziotektonisch deformiert. Teile des Sedimentpakets wurden entlang von Überschiebungsflächen verlagert und bildeten dachziegelartig übereinandergeschobene Schuppen. Geologen bezeichnen diesen Prozess als glaziale Stauchung. Die Verformung der Sedimentpakete wird auch als Glazialtektonik bezeichnet.

Im ehemaligen Sandabbaugebiet Kwintelooijen wurden mehrere sogenannte Schuppen erkannt. Sie liegen als überlappende, dachziegelartig übereinandergeschobene Pakete aufeinander. Die vollständigsten Schuppen sind bis etwa 25 Meter mächtig und fallen im Durchschnitt mit etwa 35–40° nach Nordosten bis Nord-Nordosten ein. Die geneigten Sedimentschichten sind daher nicht einfach das Ergebnis der Erosion des heutigen Hanges. Die vorhandenen Sedimentschichten wurden durch die Bewegung des vorrückenden Inlandeises deformiert, wobei Teile des Pakets verschoben und gekippt wurden.


Flussablagerungen werden Teil des eiszeitlich gestauchten Höhenzugs

Hier liegt die geologische Besonderheit von Kwintelooijen. Der Ton entstand in einer Flusslandschaft. Die Paläoböden entwickelten sich an der damaligen Erdoberfläche. Später wurden diese Ablagerungen durch das Inlandeis verformt, verschoben und gekippt. Auf diese Weise wurden alte Flussablagerungen und die darin enthaltenen Paläoböden zu einem Bestandteil der gestauchten Sedimentpakete des Utrechtse Heuvelrugs. Der Getuigeberg bewahrt damit einen Ausschnitt einer wesentlich älteren Landschaft, die später durch das Inlandeis deformiert wurde.


Warum ist der Getuigeberg noch erhalten?

Ab etwa der Mitte des 20. Jahrhunderts wurde in Kwintelooijen Sand abgebaut. Der Sandabbau wurde im Laufe der Zeit immer weiter vorangetrieben. Die Abbauwände ermöglichten es, den inneren Aufbau des durch das Inlandeis gestauchten Höhenzugs zu untersuchen.

Viele der ursprünglichen Aufschlüsse sind inzwischen verschwunden oder nur noch schlecht erkennbar.

Während der letzten Phase des Sandabbaus wurde ein Teil des Geländes verschont. Durch einen Flächentausch konnte der Abbau in einem sandreicheren Teil des Abbaugebiets weitergeführt werden, während ein Hügel mit relativ hohem Tonanteil erhalten blieb. Dieser erhaltene Hügel, der Getuigeberg, war als geologisches Denkmal vorgesehen.

Hier sind ältere Teile einiger unvollständiger, glazialtektonisch gestauchter Sedimentschuppen erhalten geblieben. Vor allem Tonschichten der Kedichem-Formation, die heute der Formatie van Waalre zugeordnet werden, sind hier erhalten geblieben. In diesen Tonschichten wurden außerdem Paläoböden gefunden.

Damit ist der Getuigeberg kein zufällig übrig gebliebenes Stück Gelände, sondern ein bewusst erhalten gebliebener Teil des ehemaligen Abbaugebiets, in dem ein Fragment der geologischen Geschichte von Kwintelooijen bewahrt wurde.


Die geologische Zeitleiste

  • 1. Fluss: Alte Flüsse lagerten Sand, Ton und Kies ab.

  • 2. Bodenbildung / Paläoboden: Zu bestimmten Zeiten war die Landschaft lange genug stabil, damit sich Böden bilden konnten.

  • 3. Neue Sedimentation: Neue Schichten wurden über den älteren Ablagerungen gebildet.

  • 4. Inlandeis: Während des Saale-Glazials erreichte das Inlandeis die zentralen Niederlande.

  • 5. Glaziale Stauchung: Die vorhandenen Sedimente wurden deformiert, gekippt und in Schuppen übereinandergeschoben.

  • 6. Eiszeitlich gestauchter Höhenzug: Die durch das Inlandeis gestauchten und übereinandergeschobenen Sedimentpakete bildeten einen Teil des Utrechtse Heuvelrug.

  • 7. Sandabbau: Der Mensch trug große Mengen Material ab.

  • 8. Getuigeberg: Ein Teil blieb erhalten und bewahrt ein Fragment des ursprünglichen geologischen Archivs.





****************Logbedingungen****************

Beantworten Sie die folgenden Fragen und senden Sie mir Ihre Antworten über das Nachrichtencenter. Bitte veröffentlichen Sie keine Antworten in Ihrem Log!

Für die Beantwortung der Fragen ist es nicht notwendig, die vorhandenen Wege zu verlassen. Tun Sie dies bitte auch nicht!

1: Angenommen, eine Tonschicht wurde ursprünglich von einem Fluss als Überschwemmungsbeckenton abgelagert. Warum würden Sie erwarten, dass diese Schicht zum Zeitpunkt ihrer Ablagerung ungefähr horizontal lag? Welcher geologische Prozess kann erklären, dass diese Schicht heute am Getuigeberg schräg liegt? Erklären Sie beide Antworten mit eigenen Worten.

2: Gehen Sie zum Wegpunkt „Geologischer Beobachtungspunkt“ und betrachten Sie die unbewachsene, steile Aufschlusswand. Es handelt sich um die Wand direkt neben dem Weg, durch den Sie gehen. Der Getuigeberg ist ein Überrest einer durch das Inlandeis gestauchten Landschaft.

a. Was würden Sie in einem gut sichtbaren geologischen Aufschluss erwarten, wenn Flussablagerungen und alte Bodenhorizonte durch das vorrückende Inlandeis zusammengedrückt und deformiert wurden?

b. Können Sie die geologischen Strukturen, die Sie in Frage a beschrieben haben, heute tatsächlich erkennen? Beschreiben Sie Ihre Beobachtungen.

c. Wie erklären Sie Ihre Beobachtung aus Frage b?

3: Was ist ein Paläoboden? Was sagt uns das Vorhandensein eines Paläobodens über die Bedingungen an der Erdoberfläche aus, als dieser Boden entstand? Wählen Sie anschließend die am besten passende Antwort und begründen Sie Ihre Wahl kurz:

A. Das Sediment wurde kontinuierlich von einem sehr schnell fließenden Fluss abgelagert.

B. Die Oberfläche blieb eine gewisse Zeit relativ stabil, sodass Bodenbildung stattfinden konnte.

C. Der Boden wurde direkt vom Inlandeis abgelagert.

4: Gehen Sie zum Wegpunkt „Geologischer Beobachtungspunkt“ und betrachten Sie die unbewachsene, steile Aufschlusswand. Es handelt sich um die Wand direkt neben dem Weg, durch den Sie gehen.

a. Welche unterschiedlichen Farben oder Farbzonen können Sie erkennen? Beschreiben Sie mindestens zwei deutlich voneinander unterscheidbare Zonen.

b. Wo sehen Sie die deutlichste rotbraune beziehungsweise orangefarbene Verfärbung? Was kann diese Farbe über das Vorhandensein und das Verhalten von Eisen im Boden aussagen?

c. Können Sie eine Zone entdecken, die deutlich heller ist als das umgebende Material? Wenn ja, beschreiben Sie ihre Lage im Verhältnis zu den anderen Farbzonen und erklären Sie, woran Sie sie erkennen. Wenn nein, beschreiben Sie die Farbunterschiede, die Sie beobachten können.

d. Welche bodenbildenden Prozesse könnten die von Ihnen beobachteten Farbunterschiede erklären? Nutzen Sie dazu die Erläuterungen zur Bodenbildung in diesem Listing.

5: Betrachten Sie noch einmal die Farbunterschiede, die Sie in Frage 4 beschrieben haben. Erkennen Sie Merkmale, die zu einer Podsolierung passen könnten? Erläutern Sie, welche Beobachtungen für diese Deutung sprechen. Können Sie allein anhand Ihrer Beobachtungen mit Sicherheit feststellen, dass es sich hier um einen Podsolboden handelt? Erklären Sie, warum dies möglich ist oder warum nicht.

6: Machen Sie ein Foto von sich selbst oder von Ihrem GPS-Gerät bzw. einem anderen persönlichen Gegenstand vor dem Getuigeberg. Fügen Sie dieses Foto Ihrem Log hinzu.



Wenn Sie den Cache erfolgreich geloggt haben, dürfen Sie das untenstehende Banner in Ihrem Profil verwenden.

<a href="https://www.geocaching.com/geocache/GCBXVPG_Kwintelooijen:_De_Getuigeberg"><img src="https://img.geocaching.com/cache/large/831813a6-e33f-425a-8a51-798f99d9d1ab.jpg"></a>




Kwintelooijen: The Getuigeberg (Witness Hill); A River Landscape Turned Upside Down

⚠️ Points of attention for this nature reserve

  • Access only between sunrise and sunset.
  • Stay on the existing hiking trails at all times.
  • Always maintain a distance of 25 meters from free-roaming livestock.
  • Dogs are allowed provided they are kept on a leash.

Introduction

Welcome to Kwintelooijen. You are standing at a location where a much older river landscape was later deformed by continental ice. Long before the Utrechtse Heuvelrug acquired its present-day shape, rivers deposited sand, clay and gravel here. At certain times, the landscape remained stable long enough for soils to develop.

Much later, during the Saalian glaciation, continental ice reached the central Netherlands. The existing landscape was not simply covered by ice: large masses of the underlying sediments were deformed, displaced and tilted by the advancing ice. As a result, the hill you see today in a former sand quarry contains a fragment of this much older landscape.

If you look carefully, you may find evidence in the slope of a remarkable sequence of events:

river → soil formation → ice age → thrusting → sand extraction

The Getuigeberg is, in effect, a geological archive: remnants of an ancient river landscape that were deformed by continental ice, while much of the surrounding area was later excavated by humans.


A Landscape Before the Formation of the Ice-Pushed Ridge

The history of the Getuigeberg did not begin with ice, but with water. Long before the Utrechtse Heuvelrug existed here, river deposits were formed in this area. Rivers transported sand, clay and gravel and deposited these materials in different locations.

Some of the clay layers in the Getuigeberg belong to the Waalre Formation. The clay studied is of Early Pleistocene age and is interpreted as flood-basin clay of fluvial origin: fine sediment that could settle in a relatively quiet part of a river system. Research on samples from the Getuigeberg has confirmed the Early Pleistocene age of these deposits. This establishes one important fact: the clay was already present before continental ice reached the area.


Ancient Soils Between River Sediments

At several levels, ancient soil horizons, known as palaeosols, have been preserved above the clay layers. A palaeosol is an ancient soil that existed at the Earth's surface in the geological past. Its presence therefore tells us that sediment deposition did not continue uninterrupted.

Imagine the landscape: A river deposits sediment → the landscape remains relatively stable for a time → soil formation occurs → later, sediment is deposited once again.

When this cycle is repeated several times, different ancient soil horizons can be preserved between the river deposits.

The palaeosols in the Getuigeberg are therefore an important part of its geological story. They show that, between periods of sediment deposition, there were also periods when the landscape remained stable long enough for soils to develop.


How does a soil form?

Soil is more than just sand, clay or gravel. When the Earth's surface remains relatively stable for an extended period, water, air, plants, animals and microorganisms can alter the upper part of the sediment. This process is called soil formation.

During soil formation, different layers often develop. These are known as soil horizons. Each horizon has its own characteristics, such as colour, structure and the amount of organic matter, iron or clay minerals it contains.

Humus formation

Leaves, twigs, roots and other plant remains are broken down by fungi, bacteria and small soil organisms. This produces humus: dark organic material that can mix with the mineral soil. A humus-rich top layer is often dark brown to almost black.

Leaching and accumulation

Rainwater percolates through the soil and can carry dissolved substances and very fine soil particles with it. This process is called leaching. Substances removed from an upper layer in this way may be deposited again deeper in the soil. This is known as accumulation or illuviation. In some sandy soils, these processes lead to podzolisation. Organic acids from the surface litter can help dissolve and mobilise compounds of iron and aluminium. As a result, a striking light-grey to whitish-grey leached layer may develop beneath the dark humus layer. Deeper in the soil, humus, iron and aluminium can accumulate, forming a dark brown, reddish-brown or sometimes almost black accumulation layer. A podzol soil can therefore display a recognisable pattern consisting of a dark upper layer, a pale leached horizon and a darker accumulation horizon.

Iron movement and oxidation

Iron plays an important role in the colour of many soils. When iron compounds come into contact with oxygen, yellow, orange and reddish-brown colours may develop. Under wet, oxygen-poor conditions, iron can instead dissolve and be transported by water. When oxygen becomes available again later, the iron may precipitate once more. Reddish-brown and orange discolourations can therefore provide clues to the movement of iron and its oxidation.

Clay movement

In some soils, very fine clay particles are also transported into deeper layers by infiltrating water. This process is called lessivage. As a result, the upper layer becomes relatively depleted in clay, while the clay accumulates deeper in the soil. This accumulation may sometimes be recognised by a denser layer or by clay coatings on soil aggregates. Lessivage and podzolisation are different soil-forming processes. Which processes occur depends, among other things, on the parent material, water regime, vegetation and duration of soil formation.

Soil formation at the Getuigeberg

The palaeosols found in the Getuigeberg show that soil formation did indeed take place here in the past. The ancient soils developed when the river deposits still lay at the Earth's surface at that time. They were later covered by new sediments. During the Saalian glaciation, these old deposits were subsequently deformed and tilted by the advancing continental ice. The palaeosols thus became part of the glacially deformed and thrust sediment layers. The Getuigeberg therefore preserves not only remnants of an ancient river landscape, but also evidence of the conditions under which that landscape remained temporarily stable.

Then the continental ice arrives

And everything changes. During the Saalian, the penultimate glacial period, continental ice reached the central Netherlands. The ice covered the existing landscape, but the formation of the Utrechtse Heuvelrug was not simply the result of the ice depositing a thick layer of material. At the margin of the advancing ice lobe, existing sediments were deformed, displaced and pushed upwards. The ancient river deposits were subjected to glaciotectonic deformation. Parts of the sediment sequence were displaced along thrust planes, forming overlapping, imbricate slices of sediment. Geologists call this process glacial thrusting. The deformation of sediment masses is also known as glacial tectonics.

Several so-called thrust slices have been identified in the former Kwintelooijen sand quarry. These lie on top of one another in overlapping, shingle-like arrangements. The most complete slices are approximately 25 metres thick and dip, on average, at about 35–40° towards the northeast to north-northeast. The inclined sediment layers are therefore not simply the result of erosion of the present-day slope. The original sediment layers were deformed by the movement of the advancing ice sheet, causing parts of the sequence to be displaced and tilted.


River Deposits Become Part of the ice-pushed ridge

This is what makes Kwintelooijen geologically special. The clay formed in a river landscape. The palaeosols developed at the Earth's surface at that time. Later, the continental ice deformed, displaced and tilted these deposits. In this way, ancient river deposits and the palaeosols they contained became part of the glacially thrust sediment masses of the Utrechtse Heuvelrug. The Getuigeberg thus preserves a fragment of a much older landscape that was later deformed by continental ice.


Why Is the Getuigeberg (Witness Hill) Still Standing?

Starting around the middle of the twentieth century, sand was extracted at Kwintelooijen. The quarry was progressively excavated. The quarry walls made it possible to study the internal structure of the ice-pushed ridge.

Many of the original exposures have since disappeared or become difficult to observe.

During the final phase of sand extraction, a section of the site was spared. Through a land swap, extraction continued in a sandier part of the quarry while a hill containing a relatively high amount of clay was preserved. This spared hill, the Getuigeberg (Witness Hill), was intended as a geological monument.

Here, older parts of several incomplete thrust slices have been preserved. In particular, clay layers from the Kedichem Formation (now classified under the Waalre Formation) have survived here. Furthermore, paleosols have been found within these clay layers.

Thus, the Getuigeberg (Witness Hill) is not an accidentally left-over patch of land, but a consciously preserved part of the former quarry in which a fragment of Kwintelooijen's geological history is preserved.


Geological Timeline

  • 1. River: Ancient rivers deposit sand, clay, and gravel.

  • 2. Soil Formation / Paleosol: At times, the landscape became stable enough for soil formation.

  • 3. New Sedimentation: New layers were formed on top of the older deposits.

  • 4. Ice Sheet: During the Saalian, the land ice reached the Central Netherlands.

  • 5. Thrusting: The existing sediments were deformed, tilted, and pushed over each other in thrust sheets.

  • 6. Ice-pushed ridge: The glacially thrust sediment sequence became part of the Utrechtse Heuvelrug.

  • 7. Sand Extraction: Humans excavated large amounts of material.

  • 8. The Getuigeberg (Witness Hill): A portion was preserved, keeping a fragment of the original geological archive intact.





****************Logging Requirements****************

Answer the questions below and send your answers to me via the message center. Do not include answers in your online log!

It is not necessary to leave the existing paths to answer these questions. Please do not do so!

1: Imagine that a layer of clay was originally deposited by a river as flood-basin clay. Why would you expect such a layer to have been approximately horizontal when it was deposited? Which geological process could explain why this layer now lies at an angle in the Getuigeberg? Explain both answers in your own words.

2: Go to the waypoint "Geological Observation Point" and examine the unvegetated, steep exposure. This is the exposed face directly beside the path you walk through. The Getuigeberg is a remnant of a landscape deformed by glacial ice.

a. What would you expect to see in a clearly exposed geological outcrop if river deposits and ancient soil horizons had been compressed and deformed by the advancing ice sheet?

b. Can you actually identify the geological structures you described in question a today? Describe your observations.

c. How do you explain your observation from question b?

3: What is a palaeosol? What does the presence of a palaeosol tell us about the conditions at the surface when the soil formed? Then choose the answer that best fits and briefly explain your choice:

A. Sediment was deposited continuously by a very fast-flowing river.

B. The surface remained relatively stable for some time, allowing soil formation to take place.

C. The soil was deposited directly by the continental ice.

4: Go to the waypoint "Geological Observation Point" and examine the unvegetated, steep exposure. This is the exposed face directly beside the path you walk through.

a. What different colours or colour zones can you see? Describe at least two clearly distinguishable zones.

b. Where do you see the most pronounced reddish-brown or orange discolouration? What can this colour tell you about the presence and behaviour of iron in the soil?

c. Can you identify a zone that is noticeably lighter than the surrounding material? If so, describe where it is located in relation to the other colour zones and how you recognise it. If not, describe the colour differences you can observe.

d. Which soil-forming processes could explain the colour differences you observed? Use the explanation of soil formation provided in this listing.

5: Look again at the colour differences you described in Question 4. Can you see features that might be consistent with podzolisation? Explain which observations support this interpretation. Can you determine with certainty, based on your observations alone, that you are looking at a podzol soil? Explain why or why not.

6: Take a photo of yourself, your GPS, or another personal item in front of the Getuigeberg (Witness Hill). Attach this photo to your log.



If you have successfully logged the cache, you may place the banner below on your profile.

<a href="https://www.geocaching.com/geocache/GCBXVPG_Kwintelooijen:_De_Getuigeberg"><img src="https://img.geocaching.com/cache/large/831813a6-e33f-425a-8a51-798f99d9d1ab.jpg"></a>




Bronvermelding / Quellen / Source

• Ruegg, G.H.J. (1981). Ice-pushed Lower and Middle Pleistocene deposits near Rhenen (Kwintelooijen): sedimentary-structural and lithological/granulometrical investigations. In: Ruegg, G.H.J. & Zandstra, J.G. (eds.), Geology and archaeology of Pleistocene deposits in the ice-pushed ridge near Rhenen and Veenendaal, Mededelingen Rijks Geologische Dienst 35-2/7, 165–177. https://www.cambridge.org/core/journals/netherlands-journal-of-geosciences/article/gravel-size-matters-early-middle-palaeolithic-artefacts-made-from-local-rhine-and-meuse-deposits-in-the-central-netherlands/8E197966A2ED36AE3E905F775132C196
• Ruegg, G.H.J. (2008). De voormalige groeve Kwintelooijen in de Utrechtse Heuvelrug. Grondboor & Hamer 62(6), 130–138. https://natuurtijdschriften.nl/pub/568290/GenH2008062006003.pdf
• Van den Brink, H. (2022). Palynologisch onderzoek van kleimonsters behorend tot de Vroeg Pleistocene Formatie van Waalre uit de Getuigeberg in voormalige groeve Kwintelooijen bij Veenendaal. Preprint/presentatie. https://www.researchgate.net/publication/366009535_Palynologisch_onderzoek_van_kleimonsters_behorend_tot_de_Vroeg_Pleistocene_Formatie_van_Waalre_uit_de_Getuigeberg_in_voormalige_groeve_Kwintelooijen_bij_Veenendaal
• Van den Brink, H. (2026). Observaties betreffende de interne structuur van de Utrechtse Heuvelrug en directe omgeving. Inventarisatie/preprint, laatste revisie augustus 2026. https://www.researchgate.net/publication/356420731_Observaties_betreffende_de_interne_structuur_van_de_Utrechtse_Heuvelrug_en_directe_omgeving_compilatie
• TNO – Geologische Dienst Nederland, DINOloket. Formatie van Waalre. Deze bron is nuttig voor de actuele stratigrafische naamgeving en de ouderdom/afzettingsmilieus van de Formatie van Waalre. https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator/formatie-van-waalre
• Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht. Wetenschappelijke documenten / compilatie Utrechtse Heuvelrug. Gebruikt als secundaire synthese. https://www.geopark-heuvelrug.nl/wp-content/uploads/compilatie-rapport-Utrechtse-Heuvelrug.pdf
• Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht. Onderbouweing-Kwintelooijen https://www.geopark-heuvelrug.nl/onderbouwing-kwintelooijen/
• ISRIC – World Soil Information (z.d.).Podzols. Algemene bodemkundige achtergrondinformatie over podzolering, uitspoeling en inspoeling van humus en ijzer, en de herkenbare kenmerken van podzolbodems. https://isric.org/all-about-soil/podzols/
• Geologie van Nederland (z.d.). Bodemvorming uitgediept. Algemene uitleg over bodemvorming, bodemhorizonten, humusvorming, uit- en inspoeling van stoffen en kleideeltjes, en oxidatie en reductie in de bodem. https://geologievannederland.nl/ondergrond/bodems/bodemvorming-uitgediept

AI-vermelding

Bij het opstellen van deze EarthCache is gebruik gemaakt van AI-ondersteuning (Google Gemini AI en ChatGPT) voor:
• grammaticale controle en tekstredactie;
• het structureren van de tekst;
• vertalingen;
• het controleren en bespreken van de geologische uitleg.



Additional Hints ()

Qvg vf rra RneguPnpur, re vf qhf trra slfvrxr pbagnvare. / Qvrf vfg rva RneguPnpur, rf tvog nyfb xrvara culfvfpura Oruäygre. / Guvf vf na RneguPnpur, fb gurer vf ab culfvpny pbagnvare.

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)

Advertising with Us