Het Zwarte Meer ontstond in 1956 toen men de polderdijken van de Noordoostpolder en het Oostelijk Flevoland aanlegde. Het meer is 1700 hectare groot en behoort tot de Randmeren Noord van het IJsselmeer (de andere twee zijn het Ketelmeer en het Vossemeer). Het Zwarte Meer wordt omgeven door een viertal gemeenten, met de klok mee: Noordoostpolder (provincie Flevoland), Steenwijkerland, Zwartewaterland en Kampen (deze drie liggen in de provincie Overijssel). In westelijke richting gaat het Zwarte Meer via de Ramsgeul ter hoogte van de balgstuw bij Ramspol over in het Ketelmeer, in noordoostelijke richting in het Kadoelermeer en in zuidoostelijke richting via het Zwolse diep in het Zwarte Water. Het Zwarte Meer is als vrij ondiep te typeren. Buiten de vaargeulen die door de scheepvaart worden gebruikt, is het meer niet dieper dan één tot twee meter. Het bestaat grotendeels uit open water. Langs de oever en rond het Vogeleiland zijn op sommige plekken brede rietkragen te vinden.
Een deel van het Zwarte Meer (283 ha) is in beheer van de Vereniging Natuurmonumenten, het betreft hier voornamelijk de oeverlanden. Ten einde de zeer weinig voorkomende kievitsbloem te behouden, laat Natuurmonumenten deze oeverlanden maaien en begrazen. In de rietlanden kan men de volgende broedende vogels aantreffen: roerdomp, bruine kiekendief, grote karekiet en purperreiger. Dit riet wordt ook door Natuurmonumenten gemaaid en wel eens per jaar. Hierdoor behoudt het riet zijn sterkte zodat het door vogels kan worden benut om er hun nesten te bouwen.
Met dank aan team Madelief24 voor de logrolhouder.