De 'oude' parochiekerk van de H. Clemens ligt op een hoogte in
de buurt van de Merkelbeeksebeek aan de rand van de parochie
Merkelbeek en van het gehucht Onderste Merkelbeek. De naam
Merkelbeek betekent grensbeek; de Merkelbeeksebeek vormde de grens
tussen Merkelbeek en Brunssum. Het oude kerkje met de omliggende
woningen vormt de oudste woonkern van het dorp. In 1875 gaf het
kerkbestuur van Merkelbeek aan architect J. Kayser opdracht voor de
bouw van een nieuwe kerk, die werd geconsacreerd op 19 juni 1879.
Deze kerk kreeg een centrale plaats in de toenmalige gemeente en
parochie Merkelbeek, met aan de ene kant de buurtschap Bovenste
Merkelbeek (bestaande uit de gehuchten Haag, Douve en Hout of
Douvergenhout) en aan de andere kant de buurtschap Onderste
Merkelbeek.
In de leeggekomen pastorie van de oude Clemenskerk vestigden
zich in 1879 de Liefdezusters van het Kostbaar Bloed uit Sittard.
Zij stichtten er het klooster-bejaardenhuis St. Elisabeth. De oude
parochiekerk zelf werd kloosterkerk en bleef genoemd naar St.
Clemens.
In 1886 nam de rustende pastoor P.H. Kamps als rector zijn
intrek bij de zusters in Merkelbeek. Kort tevoren had hij bij een
stervende op bijzondere wijze de hulp van O.L. Vrouw Onbevlekt
Ontvangen ondervonden en nu wilde hij deze Mariaverering te
Merkelbeek verbreiden door het oprichten van een Lourdesgrot.
In de tuin van dit klooster werd in 1887 deze Lourdesgrot
gebouwd, gesitueerd op het vroegere kerkhof van het oude
parochiekerkje. De grot - circa 5 meter hoog en 6,5 meter breed -
werd datzelfde jaar ingezegend. De toenmalige burgemeester Palmen
van Merkelbeek zorgde persoonlijk voor stenen voor de realisatie
van ook een kleine H. Hartgrot, die 3,30 meter hoog is met in het
midden een nis (1,50 m hoog en 1 m breed) voor het H. Hartbeeld. De
bouw van de Lourdesgrot in Merkelbeek lijkt inspiratie te hebben
ondergaan van de grot in Sint Pieter bij Maastricht, aangezien aan
beide Lourdesgrotten opmerkelijk genoeg een verering van het H.
Hart is verbonden.
Op 10 mei 1887 werd met goedkeuring van mgr. Boermans in de
kloosterkerk van de H. Clemens de Broederschap van O.L. Vrouw van
Lourdes opgericht, die reeds op 17 mei werd verenigd met de
gelijknamige aartsbroederschap te Lourdes.
De inzegening van de grot had plaats op 26 juli 1887 door mgr.
Van Meyel, secretaris van het Roermondse bisdom. Men telde zo'n
3.000 gelovigen(vgl. ? Cadier en Keer, O.L.V. van Lourdes).
Predikant was de Maastrichtse kapelaan F. Sarton, een uitgesproken
vereerder van O.L. Vrouw van Lourdes. De verering rond de
Lourdesgrot nam onmiddellijk een zodanige vorm aan dat Merkelbeek
het aanzien van een bedevaartoord kreeg, waarheen jaarlijks
duizenden pelgrims uit oostelijk Zuid-Limburg en de aangrenzende
Duitse streek trokken. Uiteraard namen de liturgische diensten in
de oude kerk daardoor toe. Volgens een krantenbericht was er in
1887 op het feest van O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen (8 december)
om 7.00 uur een vroegmis, daarna nog een stille mis, om 10.00 uur
de hoogmis en om 3.00 uur het lof. Een processie uit Rimburg zette
luister bij aan de viering.
Op 7 maart 1891 vond een nadere regeling van de liturgische
vieringen in de kloosterkerk tussen de parochie en het klooster
plaats. Enkel op de feestdagen (en de octaafdagen) van O.L. Vrouw
en op die van de congregatie van de zusters mocht er voortaan in de
kloosterkerk een openbare hoogmis plaats vinden. Het lof mocht pas
een half uur na afloop daarvan in de parochiekerk beginnen. Een
dergelijke regeling was nodig vanwege de aantrekkingskracht van de
verering bij de Lourdesgrot, waardoor de diensten in de
parochiekerk op de achtergrond raakten. De meimaandviering bij de
grot beperkte zich voortaan op zon- en feestdagen tot een
Marialof.
De liefdezusters verlieten eind 1892 Merkelbeek. Een van de
redenen voor de liefdezusters om in 1892 uit Merkelbeek te
vertrekken was het feit dat de zusters teveel met de buitenwereld
in contact kwamen door de verkoop van rozenkransen, scapulieren,
medailles e.d. aan de pelgrims en door het uitdelen van
Lourdeswater. In de boekhouding van de benedictijnen worden de
inkomsten van de Lourdeswinkel apart vermeld, waaruit blijkt dat
die niet onaanzienlijk waren.
Priester-religieuzen zouden beter dan zusters in staat zijn om
pelgrims te begeleiden. Vlaamse abdijen, met name Affligem, wilden
voor hun Duitse monniken een stichting realiseren en aangezien dat
in Duitsland toen niet mogelijk bleek, maakten zij gebruik van de
te Merkelbeek geboden mogelijkheid vlakbij de Duitse grens. Deze
Duitse monniken waren verdreven uit hun eigen land vanwege onder
andere de areligieuze politiek van Bismarck. Tengevolge van
Bismarcks Kulturkampf (19e eeuw) mochten de Duitse abdijen geen
nieuwe kandidaten meer aannemen. In 1893 stichtten deze monniken
hun eigen klooster in Nederland: de Abdij van Sint Clemens - later
Sint Clemens en Sint Benedictus genoemd. Dit was de eerste
benedictijnse stichting op Nederlands grondgebied sinds de
Reformatie.
Over de processies zijn enige gegevens uit kranten bekend. In
mei 1893 is er sprake van een processiebedevaart uit Bleyerheide
bestaande uit 250 pelgrims. De volgende dag werd er een uit
Geilenkirchen (D) verwacht. Door de komst van de benedictijnen in
1893 vermeerderde de toeloop uit het Duitse grensgebied, waar de
kloosterlingen hun actieve zielzorg voornamelijk uitoefenden.
Op 5 augustus 1894 verrichtte prior Renzel namens de Roermondse
bisschop de wijding van het altaar in de Lourdesgrot, waarbij
volgens een krantenbericht 'duizenden' pelgrims aanwezig waren. Een
geschoeide carmeliet uit Geleen hield de feestpredikatie ter ere
van O.L. Vrouw, 'Moeder der Barmhartigheid'.
Op 29 mei 1900 consacreerde mgr. Drehmanns de nieuwe neogotische
abdijkerk in Merkelbeek, gebouwd naar het ontwerp van dom Petrus
Lambrecht (Affligem, B), toegewijd aan St. Benedictus; sindsdien
heette de abdij St. Benedictus en St. Clemens. Het huidige klooster
werd rond 1900 gebouwd (onder meer de Lambrechtvleugel). In
1913/1914 werd de Rincklakevleugel toegevoegd, naar een ontwerp van
de architect Ludgerus Rincklake.
De Eerste Wereldoorlog bracht de eerste grote beproeving en
maakte een einde aan de komst van de Duitsers. Vele Duitse monniken
moesten in militaire dienst en er kwamen geen novicen meer. Vader
Abt, Dom Hermann Renzel, deed afstand in 1918 en trok zich in zijn
stichting Siegburg terug. Zijn opvolger Dom Romuald Wolters
verplaatste de abdij van Merkelbeek naar Mamelis aan de Duitse
grens, in welke streek de Benedictijnen van Burtscheid vroeger
enkele hoeven en grond in eigendom hebben gehad. Sinds die tijd
trok enkel nog uit Bleyerheide, Eygelshoven en Merkelbeek zelf een
jaarlijkse processie naar de Lourdesgrot. De individuele devotie
van de mensen uit de omgeving handhaafde zich. Rondom kerk en grot
waren voor de bedevaartgangers herbergen, café's en
devotionaliawinkeltjes gekomen. De benedictijnse communiteit
verkeerde in die jaren in een moeilijke periode. Het verbreken van
de banden met het Duitse achterland door de politieke situatie had
ook zijn weerslag op de hoofdzakelijk Duitse kloosterlingen. Van
hen viel niet veel élan voor de verering rond de Lourdesgrot meer
te verwachten tijdens de laatste jaren van hun verblijf te
Merkelbeek.
Er wordt in 1913 een grafmonument opgericht voor burgemeester de
negri.
In 1922/23 betrokken de benedictijnen de nieuwe abdij St.
Benedictusberg te Mamelis (Vaals) en geschoeide carmelieten namen
hun plaats in het Merkelbeekse klooster in, voortaan 'Klooster van
Onze Lieve Vrouw van het Heilig Sacrament' geheten. Zij vestigden
er een groot-seminarie en apostolische school in het gebouw. In de
jaren twintig werd tevens de Rincklakevleugel verhuurd aan de
staatsmijnen, die er ongehuwde mijnwerkers in huisvestten.
Volgens het inschrijvingsregister van de broederschap zijn er in
totaal 14.088 leden geweest. Het laatste lid werd in februari 1906
ingeschreven. Dat de inschrijving toen ophield moet verband houden
met de kloosterstichting Kornelimünster bij Aken door de abdij
Merkelbeek, daar deze juist in februari 1906 plaats vond en men
aanstonds te Kornelimünster ook een Lourdesgrot bouwde. Overigens
heeft deze laatste nooit een grote verering gekend. In het
Merkelbeekse register staat prior Renzel o.s.b. in juni 1892
ingeschreven als het 10.300e lid, hetgeen betekent dat in ruim vijf
jaar (tussen 1887 en 1892) ruim 10.000 leden werden ingeschreven.
Bijna allen waren afkomstig uit de streek tussen Kerkrade en
Sittard en uit het aangrenzend Duits gebied tussen Gangelt en
Geilenkirchen. Te Merkelbeek werd ook het blauwe scapulier van
Maria Onbevlekt Ontvangen gegeven zoals te Tienray.
De carmelieten, de opvolgers van de benedictijnen aldaar,
bevorderden na hun komst in 1923 de devotie tot O.L. Vrouw van
Lourdes en verspreidden reclamefolders, waardoor de pelgrims als
vanouds weer naar Merkelbeek kwamen. Sinds die tijd trok op iedere
zon- en feestdag in de meimaand een processie vanuit een der
buurtparochies (Brunssum, Bingelrade, Jabeek, Schinveld, Amstenrade
en Oirsbeek) naar Merkelbeek onder leiding van de plaatselijke
geestelijkheid en muziekvereniging. In de kerk werden de pelgrims
door de kloostercommuniteit ontvangen en na de uitstelling van het
H. Sacrament in de kerk trok men gezamenlijk naar de grot, waar het
Allerheiligste op het altaar werd uitgesteld. Na een preek en enige
liederen keerde men naar de kerk terug, waar de zegen werd gegeven.
Buiten deze parochiële processies waren er bedevaarten op
particulier initiatief, bijvoorbeeld wanneer zich een concrete nood
voordeed. Een pater bad dan tezamen met de betreffende pelgrims aan
de grot.
In 1929 werd de Lourdeswinkel door de carmelieten gesloten; de
voorradige artikelen deed men over aan de gezusters Sijstermans
tegenover de oude kerk. Toch verkochten de carmelieten later nog
steeds prentjes, medailles, rozenkransen e.d., maar meer met
betrekking tot hun eigen specifieke Mariaverering: O.L. Vrouw van
de Berg Carmel. Op haar feestdag, 16 juli, was O.L. Vrouw voor het
laatst aan Bernadette verschenen. Aldus sluiten beide mariale
devoties op elkaar aan en bovendien staat de verering van de
Onbevlekte Ontvangenis van Maria in een lange carmelitaanse
traditie.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven er achtereenvolgens
Duitse en Geallieerde militairen. Ook zijn er tijdelijk
krijgsgevangenen opgesloten.
Het eeuwfeest van de verschijning te Lourdes in 1958 werd met
speciale luister te Merkelbeek gevierd, waarbij de montfortaan
Polman de leiding had. Op 1 mei werd 's avonds om 20.00 uur de
meimaandviering ingezet met een avondmis in de openlucht voor de
grot. De omgeving was feestelijk verlicht. Gedurende de gehele
meimaand trok iedere avond om 20.00 uur vanaf de kloosterkerk een
processie naar de grot, alwaar meimaandoefeningen plaatsvonden. Op
zon- en feestdagen was er een plechtige hoogmis aan de grot.
In 1962 werd het 75-jarig jubileum van de grot gevierd. Bij deze
gelegenheid werden nog de volgende processiebedevaarten vermeld:
van Merkelbeek op 6 mei, van Amstenrade en Oirsbeek op 13 mei, van
Brunssum, Bingelrade en Jabeek op 27 mei, van Schinveld op 31 mei.
Bijzondere vermelding kreeg de processie van Bleyerheide die al
meer dan 60 jaar deze bedevaart maakte. Op 7 mei werden de
Zuid-Limburgse priesterstudenten verwacht, op 10 mei de bevolking
van de naaste omgeving, op 16 mei de vrouwelijke religieuzen uit de
buurt, op 17 mei de Boerinnenbond Sittard, op 20 mei Duitsers uit
de grensregio ter herstel van een oude traditie.
In 1968 werd het kloostercomplex verkocht aan particulieren, die
in het gebouwencomplex onder de naam Huize Tieder een bejaardenhuis
vestigden. De neogotische kerk werd afgebroken.
Het vertrek van de carmelieten maakte een einde aan de komst van
processies naar Merkelbeek. Daarom dichtte in 1979 een inwoner: 'De
Lourdesgrot ligt er nu zo verlaten bij, geen gezangen klinken meer
in mei'.
Bij de gemeentelijke herindeling van Zuid-Limburg in 1982 werd
Onderste Merkelbeek namelijk gedeeltelijk - met name Huize Tieder -
gevoegd bij de gemeente Brunssum, terwijl de gemeente Merkelbeek
zelf vrijwel geheel opging in de nieuwe gemeente Onderbanken.
Ofschoon de Lourdesgrot nu op het grondgebied van Brunssum staat en
eigendom is geworden van die gemeente, blijft ze in de volksmond de
grot van Merkelbeek heten. Kerkelijk gezien behoort ze tot de
parochie Merkelbeek.
Het eeuwfeest van de grot werd op 10 oktober 1987 gevierd. Tegen
18.15 uur vertrok een lichtprocessie vanuit de parochiekerk naar de
Lourdesgrot, waar een plechtige eucharistieviering plaatsvond.
Zowel de plaatselijke fanfare als de schutterij luisterden de
processie op. Een jubileumkaars werd uitgegeven met een afbeelding
van O.L. Vrouw van Lourdes en de tekst: '100 Jaar Lourdesgrot
Merkelbeek 1987'.
In de jaren negentig van de 20e eeuw trok de plaatselijke
sacramentsprocessie om het jaar naar de Lourdesgrot of naar het
kapelletje van O.L. Vrouw van Banneux te Haag, welke beide aan een
ander uiteinde van de parochie liggen. In de kersttijd werd er een
kerstgroep bij de grot geplaatst. De verering had toen verder
vooral een individueel karakter.
In 1992 kwamen twee vervangende bejaardenhuizen gereed.
Inmiddels was Huize Tieder aan de gemeente Brunssum verkocht, die
het lege huis beschikbaar stelde voor politieke vluchtelingen.
Aldus ontstond 'Asielzoekerscentrum Brunssum'.
Op 15 december 2000 verlieten de laatste asielzoekers het
klooster. Sinds die tijd staat het complex leeg.
Enige bijzonderheden:
Het beeld van O.L. Vrouw van Lourdes is vervaardigd in het
atelier Raffl (Parijs). Een van de pensiondames van het
bejaardenhuis van de zusters, Barones de Negri, schonk in die jaren
het beeld. Pater Reuser s.j., destijds leider van de nationale
Lourdesbedevaart, zorgde voor twee stenen uit de grot zelf van
Lourdes, die toentertijd niet mochten ontbreken aan een
Lourdesgrot.
Het Karmel kerkhof, het kerkhofje van de Karmelieten, ligt
vanuit het klooster gezien in de Kloosterstraat, al na enkele
meters aan uw linkerhand.
Tegen het kerkje staan twee kruizen. Op maandag 21 mei 2007 zijn
voorbereidingen getroffen voor plaatsen 2 kruisen tegen kerkje
Huize Tieder. Deze kruisen zijn vervolgens op 22 juni 2007
geplaatst. De kruisen tegen het kerkje Huize Tieder, zijn geplaatst
ter vervanging van de geruimde grafkruisen van Ferdinand Buijsers
en Dina Senden, die op 22 november 1936 in “het Veugelke”in
Merkelbeek vermoord werden.
Voor de cache kan je het beste parkeren op: n50 57.365 e 005
57.611.
De cache ligt langs de weg naar Schinveld, welk vaak door de
bedevaartgangers genomen werd. Het parklandschap is recentelijk
aangelegd door de gemeente Brunssum.