Skip to Content

This cache has been archived.

Oddball.: Het is zover, met spijt wordt dit project teruggehaald uit het 'publiek bewustzijn'. Lof en dank voor s-pete die met de paar meetinstrumenten die nog in het veld waren te vinden de Anomalie heeft weten op te sporen! Een waardige LTF...
Dank voor de fantastische logs, ze waren allen aansporing een volgende keer nog mooiere dingen te maken. En wie weet duikt een meetinstrument nog wel eens op hier of daar [;)].

More
<

De Anomalie

A cache by Oddball. Send Message to Owner Message this owner
Hidden : 06/13/2010
Difficulty:
3 out of 5
Terrain:
2 out of 5

Size: Size: small (small)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:


De Anomalie

Afstand: 50 - 60km CITO! free counters

Al sinds zijn ontdekking is de Anomalie onderwerp van verhitte discussies. Een fysische verklaring voor dit unieke fenomeen is tot op heden niet gevonden ondanks de waargenomen effecten, de vondst van materialen met bijzondere eigenschappen en de vele opvallende incidenten in historische documentatie. Met name de publicatie van 1719 waarin de Anomalie en zijn zwerftocht door de stad Utrecht en omliggende velden werd beschreven gaf aanleiding tot onrust onder de burgerij en ingrijpen door het stadsbestuur. Het onderzoek werd heimelijk op beperkte schaal voortgezet.

Afgebrokkeld voegwerk aan de Laurens Reaalstraat, april 2006De Anomalie is een bolvormig gebied met een doorsnede van 30-40cm, dat zich verplaatst volgens een onregelmatig en onvoorspelbaar patroon waarbij snelheid en richting sterk variëren. Objecten die zich binnen of in de directe omgeving van de Anomalie bevinden worden door deze in zeer geringe mate beïnvloed. Doorgaans beperken deze effecten zich tot onopvallende kleine incidenten zoals het omvallen van een vaas of het losraken van behang. Maar het komt ook voor dat de Anomalie langere tijd op dezelfde plek verblijft waardoor grotere schade kan ontstaan. Voorvallen zonder aanwijsbare oorzaak zoals vensterglas dat plots uitzakt, muren die uitzetten of scheuren, en meubels en bomen die onder hun eigen gewicht bezwijken worden al in 16e-eeuwse documenten teruggevonden. De onderlinge samenhang werd echter pas ontdekt na de vondst van supergevoelige materialen.

HET FENOMEEN

BasculeHendrik Raasz, eerste assistent in het chemisch laboratorium van Johann Conrad Barchusen in bolwerk Sonnenborgh, bemerkte in 1716 dat de grote bronzen bascule soms binnen enkele dagen geheel zelfstandig andere standen aannam. Temperatuurwisselingen, vocht en ook manipulatie werden uitgesloten, de oorzaak bleek te liggen bij één van de twee schalen waarvan het gewicht klaarblijkelijk varieerde. Vanaf dat moment werd het gewichtsverloop nauwgezet bijgehouden. In 1718 kreeg Raasz een steenachtige klomp in handen, afkomstig van een veld net buiten de Wittevrouwenpoort. Dit koperkleurig stuk materiaal leek uit te zetten en te krimpen met soms een duim per dag, waarbij het grillige patroon opvallend gelijk was aan het veranderende gewicht van de weegschaal. Geschutkelder onder bastion SonnenborghEen jaar lang observeren gaf niet meer duidelijkheid over patroon of oorzaak, waarop Raasz besloot het bijzondere fenomeen publiek te maken. Dit viel echter niet in goede aarde bij de Utrechtse vroedschap, die een aanvaring met het kerkelijk gezag zal hebben willen voorkomen. Waarschijnlijk is Barchusen onder druk gezet om het onderzoek niet te laten vervolgen, in elk geval werden de waarnemingen officieel direct gestaakt. Uit de uit een nalatenschap verkregen weegschaal, de met 'WV 1718' gemarkeerde koperkleurige klomp en het labjournaal blijkt echter dat Raasz de metingen wel degelijk heeft voortgezet. Na de ontmanteling van het chemisch laboratorium in 1725 zette hij zijn werk heimelijk voort in één van de geschutkelders onder het bastion.

DE ONTDEKKING

FulgurietIn 1854 werden in het chemisch laboratorium in de huidige Leeuwenberghkerk experimenten gedaan met fulgurieten. Deze kwetsbare 'bliksembuizen' ontstaan soms bij blikseminslag in zanderige grond. Doel van de experimenten was het bepalen van de elektrische geleidbaarheid van de buis in vergelijking met die van het omringende zand en gesteente. Christiaan Meyer, nazaat van Raasz en als onderzoeker betrokken bij de experimenten, raakte lichtgewond op een late avond in december 1854 toen hij een uit een oever van de Kromme Rijn afkomstige fulguriet op een elektrische cel wilde aansluiten. Op het moment dat hij de fulguriet met de elektrode aanraakte stortte deze als door een externe kracht gegrepen door de tafel, waarbij de opstelling werd vernield. Aan de brokstukken van de fulguriet was op zich niets vreemds waar te nemen, behalve dat als er een elektrische spanning op werd aangebracht het gewicht van een brokstuk enorm toenam. De volgende dag was het effect echter veel kleiner, terwijl het twee dagen later weer even groot leek. Dit moet Meyer hebben doen denken aan de waarnemingen van Raasz. In zijn aantekeningen beschrijft hij hoe hij in een ruimte in de kelder van Leeuwenbergh de opstelling nabouwt en de gewichtsverandering van enkele brokstukken vergelijkt met de verandering van gewicht en volume van de weegschaal en de bronskleurige klomp die zich in zijn woonhuis aan de Lange Lauwerstraat bevonden. Accretionietstaaf in vacuümbuis, 1905De patronen waren vergelijkbaar, een gewichtstoename van de fulguriet bleek echter zelden samen te vallen met een gewichts- of volumetoename van de weegschaal en de klomp. Om vanaf drie locaties te kunnen meten verplaatste hij de klomp naar het huis van een goede vriend aan de Oudegracht. De patronen bleken nu een vrij consistent verloop te hebben: een toename op één locatie gaf altijd een afname op een of beide andere locaties. Hij bedacht dat dit te wijten moest zijn aan 'iets' dat zich tussen de drie locaties bewoog, en samen met zijn zoon Gerard heeft hij geprobeerd de plek van de door hem genoemde 'Anomalie' te bepalen. Het lukte echter niet deze ook daadwerkelijk te localiseren, het was duidelijk dat de Anomalie de drie objecten niet in dezelfde mate beïnvloedde. Om de coëfficiënten vast te kunnen stellen zou er minimaal een vierde object nodig zijn, of zou de Anomalie bij toeval gevonden moeten worden. Dit heeft Christiaan Meyer niet meer meegemaakt, pas in 1905 bemachtigde Gerard een stuk koper afkomstig uit de toren van de Buurkerk dat net als de klomp van omvang veranderde. Verzakte walmuur aan de Drift, juni 1907Om de meetopstelling draagbaar te maken verwerkte hij het koper tot een dun staafje dat hij in een glazen vacuümbuisje plaatste, de volumeverandering was daarmee direct afleesbaar als een lengteverandering tussen twee op het staafje aangebrachte markeringen. Met behulp van de vier instrumenten kon hij nu met vrij grote nauwkeurigheid de locatie van de Anomalie bepalen en merkte hij dat diens invloed groter was dan vermoed. Hij ontdekte dat ook gewone materialen beïnvloedbaar waren, zij het in veel geringere mate en alleen bij voldoende langdurige blootstelling. Zo wist hij in juni 1907 de Anomalie te localiseren aan de Drift ter hoogte van nr. 11. Het fenomeen leek maandenlang stationair op dezelfde plek te blijven hangen zonder dat er iets gebeurde, tot in augustus 1908 scheuren in de walmuur zichtbaar werden en deze enkele dagen later bezweek. Rond Gerard verzamelde zich een kleine groep vertrouwelingen die zich tot taak stelde de Anomalie verder te onderzoeken zonder daar verdere ruchtbaarheid aan te geven.

FYSISCHE ACHTERGROND

Materialen zijn op verschillende wijze en in wisselende mate gevoelig voor de effecten van de Anomalie. Ze worden daartoe ingedeeld in Accretionieten en Gravitaten. Hoewel de Anomalie zelf niet waarneembaar is en het feitelijke mechanisme nog onbekend, is de heersende theorie dat de Anomalie een soort lenseffect binnen de moleculaire structuur van bepaalde materialen veroorzaakt waardoor deze zogenaamde accretionieten in omvang toenemen. Ze behouden daarbij hun oorspronkelijke gewicht, in tegenstelling tot gravitaten die juist in gewicht toenemen bij gelijkblijvende omvang. Beide materialen keren weer terug naar hun oude toestand zodra ze buiten de invloedssfeer van de Anomalie terecht komen. De veranderingen zijn zeer gering, iemand die door de Anomalie wandelt zal daar bijvoorbeeld niets van merken. Uiterst zeldzaam is de vondst van een object dat een zekere 'overgevoeligheid' toont voor de effecten van de Anomalie, van deze superaccretionieten en -gravitaten zijn tot op heden slechts enkele objecten bekend, waaronder de weegschaal en klomp van Raasz en het staafje van Meyer. De toename van volume of massa kan ruim het honderdvoudige zijn van gebruikelijk, zodat het gevaarlijk is als een dergelijk object in directe aanraking komt met de Anomalie. Ze blijken echter uitstekend bruikbaar om van veilige afstand de sterkte van het veld te meten, en zijn daarmee een goede indicator voor de afstand tot de Anomalie.

HET MEETPROJECT

In de loop der jaren zijn deze objecten verwerkt in een vijftal meetinstrumenten, waarmee de locatie van de Anomalie bij toepassing van de gecorrigeerde methode van Meyer met aanzienlijke nauwkeurigheid kan worden bepaald. Daarbij is van elk instrument het volume of gewicht zonder invloed van de Anomalie vastgesteld, dit is de referentiewaarde. De instrumentfactor corrigeert voor de gebruikte eenheid en de gevoeligheid ten opzichte van de andere instrumenten. De instrumentfactor, vermenigvuldigd met de gemeten afwijking ten opzichte van de referentiewaarde is de instrumentwaarde. De instrumentwaarden worden gerangschikt naar grootte en gecorrigeerd met de zogenaamde pseudo-lineariteitsfactor, waarbij de instrumentwaarden van klein naar groot worden vermenigvuldigd met de afnemende factoren 1, 0.9, 0.8 en 0.7. De resultaten zijn de afstanden tussen de instrumenten en de Anomalie, zie als voorbeeld deze door Meyer in 1907 gebruikte tabel. De gecorrigeerde methode van Meyer gebruikt nauwkeuriger bepaalde instrumentfactoren en moderne eenheden.

Benodigde hulpmiddelenVoor zover bekend zwerft de Anomalie door het blauwe gebied in onderstaande afbeelding. Van een vijftal gebeurtenissen is met redelijke zekerheid vastgesteld dat ze kunnen worden toegeschreven aan de aanwezigheid van de Anomalie. Deze locaties zijn in de afbeelding aangegeven als rode punten, meer informatie kan worden gevonden bij de additional waypoints. De vijf meetstations zijn rondom dit gebied aangebracht op voldoende afstand om eventueel contact met de Anomalie te voorkomen. Om de snelle verplaatsingen goed in kaart te kunnen brengen is besloten het project beperkt openbaar te maken via Geocaching. Voor het verrichten van de metingen zijn enkele eenvoudige hulpmiddelen benodigd:

Let op: Meetpunt 5 is door herhaaldelijke vernieling voorlopig buiten gebruik. Bovenstaande tabel is hiervoor aangepast!

Kaart 2015Aangezien snelheid en richting van de verplaatsing van de Anomalie onvoorspelbaar zijn en sterk variëren dienen de metingen zoveel mogelijk gelijktijdig plaats te vinden. Het verdient aanbeveling de metingen in elk geval binnen één dag te voltooien. Deze 50 km fietsroute verbindt de vijf meetpunten via groene en autoluwe paden, en kan vanaf elk gewenst punt worden gestart in willekeurige rijrichting. Grote delen van de route en ook enkele meetpunten liggen in gebieden die na zonsondergang niet toegankelijk zijn, ga dus niet in het donker op pad! Op enkele zeer korte delen van de route mag of kan niet worden gefietst, loop hier. De meetpunten liggen nooit meer dan een paar honderd meter van de route verwijderd. Om toevallige ontdekking met alle mogelijke consequenties te voorkomen zijn de meetpunten niet als zodanig herkenbaar. Natuurlijk dienen de metingen met de nodige discretie te worden verricht, en de kwetsbare en waardevolle instrumenten voorzichtig te worden gehanteerd en weer goed en droog opgeborgen. Het voortbestaan van het project hangt hier vanaf!

Additional Hints (Decrypt)

Zrrgchag 1: barira
Zrrgchag 3: trry
Zrrgchag 4: va ireyratqr, nna qr ibrg
Nabznyvr-fbaqr: ghffra faryyr ra gentr orjrtvat, obiratebaqf, pvyvaqevfpu

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)



Return to the Top of the Page

Reviewer notes

Use this space to describe your geocache location, container, and how it's hidden to your reviewer. If you've made changes, tell the reviewer what changes you made. The more they know, the easier it is for them to publish your geocache. This note will not be visible to the public when your geocache is published.