Skip to content

<

Twentse Sagen

A cache by MrAtari Send Message to Owner Message this owner
Hidden : 01/11/2009
Difficulty:
1 out of 5
Terrain:
1.5 out of 5

Size: Size:   regular (regular)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:



Deze multicache is bedoeld om met de auto, motor of -voor de diehards- fiets te doen. De meeste waypoints zijn dan ook per auto bereikbaar.

Om enkele WP's te bereiken dient er af en toe een paar 100m gelopen te worden. Zie hiervoor de beschrijving.


Deze multicache leidt je langs een aantal mooie plekken in Twente, allen met een verhaal. Deze worden als Sagen verteld. Het is niet specifiek nodig de exacte volgorde aan te houden, de volgorde is slechts een voorstel.
 

Houd rekening met een rit van meer dan 100 Km!

 
Het is in 1 dag te doen, maar als je van de prachtige landerijen en bezienswaardigheden wil genieten raden we aan de rit in meerdere etappes te doen. In de omgeving liggen nog meer caches, deze cache is prima te combineren met caches die op de route liggen.

U bezoekt hier de plaatsen waar volgens de overleveringen de sagen en legenden daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Het kan daarom zijn dat de route niet altijd even logisch lijkt.

Om het bijhouden van de gevraagde getallen makkelijker te maken is er een bijpassend antwoordvel beschikbaar (.pdf formaat): Downloadlink

Het bovenstaand coördinaat is het coördinaat voor WP1

WP 1:

Witte Wiev'n

Hier vinden we de Drieschichtsweg, die zijn naam dankt aan de Drieschichtige Marke, een soort kleine gemeente, bestaande uit Mander, Vasse en Geesteren. Hier werden vaak Witte Wiev’n gesignaleerd.

Een boerenvrouw uit Tubbergen ging naar de witte wiev’n om met hen te dansen. Daarna verdween ze spoorloos.
Echter kwam enkele jaren later haar zoon elke ochtend, na het voederen van het vee, terug met een boterham.

Door de zoon te volgen vond men de vrouw terug. Na een gevecht met de witte wiev’n konden ze de vrouw bevrijden van hen. Er bleef wel een vloek op de vrouw rusten. Als er ooit door iemand “scheer je weg, varken” zou zeggen, dan zouden de witte wiev’n haar weer in hun macht krijgen.

Na enkele jaren riep de knecht het gewraakte zinnetje, toen een varken aan het koren snuffelde.
De vrouw is sindsdien nooit weer gezien…

Vraag: Op deze plek vindt u een paaltje. Het getal op dit paaltje is A

WP 2:

Hémennekes bij de Molen van Frans

Als de witte wiev’n je niet te pakken hebben gekregen gaan we door naar WP2, de Molen van Frans.

In donkere nachten is bij de molenkolk af en toe flauw blauwachtig schijnsel te zien. Als je dat ziet kan je maar beter maken dat je weg komt, want dan zijn de Hémennekes in de buurt.
Deze zien we vooral in de buurt van waterpartijen waar ze ooit iemand verdronken hebben. De Hémennekes zijn dwergen die onder de grond leven en vooral op pad gingen bij slecht weer. Het blauwachtige schijnsel is afkomstig van hun kleine lantarentjes.
Af en toe riepen ze hé, hé, hé, vandaar de naam Hémennekes. Het beste wapen tegen de Hémennekes is een broodmes met een restje brood er aan, want daar schijnen ze niet tegen te kunnen.

Vraag: Boven het rad zit een houten waterleiding/goot. Het aantal dwarslatten = B

WP 3:

Het spook van de Jeugdherberg

We volgen de Duitse grens en gaan naar Brecklenkamp.

Op deze plek staat een voormalige jeugdherberg waar het spookt. ’s Nachts kun je er de vloeren horen kraken als de geest van de laatste bewoonster van deze prachtige havezate er rondwaart. Het is de geest van mevrouw Zeegers, die er haar laatste adem uit had willen blazen.

Haar dochters wilden dat ze de winter van 1900 in Den Haag doorbracht, waar ze op 2 februari 1900 overleed. Ze werd begraven op het landgoed, waar een bliksemschicht op 2 februari 1935 de deksteen van haar graf brak. Ze ontsnapte uit haar graf om weer intrek te nemen in haar geliefde Brecklenkamp.

In 1967 speelde de 5-jarige Willem op de zolder van de havezathe met een vliegtuigje. Onder het oog van zijn moeder, die beneden de was van de lijn haalde, wilde Willem zelf proberen te vliegen. Hij stond met zijn armen wijd op de vensterbank van het zolderraam. Toen hij uit het raam stapte, zag ze nog net voor ze flauwviel hoe een witte schim hem terug naar binnen trok en het raam met een klap dichtsloeg.

Vraag: Het nummer van de brandkraan is C

WP 4:

Poaskearls en vlöggel'n

Na het spook van de jeugdherberg gaan we naar Ootmarsum. Hier even geen spookverhaal of iets dergelijks, maar aandacht voor een eeuwenoud gebruik dat hier nog elk jaar plaatsvindt, namelijk het zogenaamde vlöggeln.

Het vlöggeln is voor de rooms-katholieken alhier een onderdeel van de festiviteiten rondom Pasen. Het vindt plaats op Eerste Paasdag en wordt op Tweede Paasdag herhaald. Deze zondag begint in Ootmarsum met een rondgang rond de katholieke kerk door de Poaskearls, de Paascommissie bestaande uit acht katholieke, vrijgezelle mannen, die bovendien niet van plan zijn in de komende vier jaar te trouwen.

Bij deze rondgang rondom de kerk wordt Rondgang om de Whene gezongen. Later in de middag begint het vlöggeln. Hierbij lopen inwoners van Ootmarsum en andere aanwezigen met de Poaskearls voorop in een sliert hand-in-hand door het stadje, dwars door huizen en cafés heen, naar het marktplein, waarbij afwisselend twee paasliederen, "Christus is opgestanden" en"Allelujah, den blijden toon" worden gezongen.

De eerste, oudste Poaskearl rookt daarbij traditiegetrouw een sigaar. Hierna worden de kinderen driemaal opgetild, waarbij tevens driemaal "hoera" wordt geroepen. Dit optillen symboliseert de verrijzenis van Jezus Christus.

Op Eerste Paasdag is er daarna 's avonds rond half negen het paasvuur waarbij ook de Poaskearls weer aanwezig zijn.
De vroegste vermelding van het vlöggeln stamt uit een uitgave van de Overijsselsche Almanak voor Oudheid en Letteren uit 1840. Vermoedelijk is het gebruik veel ouder. Een algemeen aanvaarde theorie achter de achterliggende betekenis van het vlöggeln bestaat echter niet.
 

(Bron: Wikipedia)

Vraag: Welk jaar staat vermeld op het bordje bij de Poaskearls? Het antwoord is D.

WP 5:

Van de PoasKearls in Ootmarsum gaan we door naar Tilligte.

Hier werd in 1795 rentmeester Joan Georg Dröghorn in de eendekooi van het Agelerbroek begraven. Deze rentmeester moest pacht innen bij arme boeren, maar omdat hij de arme boeren niet teveel wilde belasten inde hij minder of zelfs geen geld bij deze boeren.

De drost aan wie hij de pacht weer af moest dragen verrekende het geld met zijn loon, waardoor Joan Georg uiteindelijk zeer arm overleed. In de weide aan de eendenkooi wordt zijn geest nog gezien in de gedaante van een klein rood mannetje.

Vraag: Deze boerderij heette vroeger 'De Eendekooi'. Het huisnummer van deze boerderij is E.

WP 6:

De ingemetselde non

We vervolgen onze weg richting Denekamp.
Parkeren kan op N52 ° 22.579 / E006° 58.906

We gaan naar het huize Singraven.

In het begin van de 16de eeuw was het huis in het bezit van een kloostergemeenschap en verbleven er tot 1516 nonnen in het huis. Eén van de nonnen had in die tijd omgang met de dorpelingen, wat door de rest van de nonnen niet in dank afgenomen werd. In een proces werd de non onkuis verklaard en veroordeeld tot inmetseling. Ze werd daarop levend in 1 van de buitenmuren van huize Singraven ingemetseld.

Dagenlang was het gekrijs en gejammer van de veroordeelde non hoorbaar in het huis tot ze overleed. Sindsdien spookt het in en rond huize Singraven. De non wordt regelmatig gezien boven het spattende water van de watermolen en ook bij de Dinkel als het mistig is.

Ze brengt de bewoners van Singraven ongeluk. Zo stierf barones Henriëtte Bentinck in het kraambed na bevallen te zijn van een levenloos dochtertje. Later stierf haar man Hendrik Roessingh Udink door een dramatisch ongeval. Hij had een lamp omgestoten waarbij zijn baard vlam vatte. Het toegesnelde personeel gooide hem in de Dinkel teneinde de vlammen te doven, maar het was helaas te laat. Roessingh was zo verbrand dat hij enkele dagen later overleed aan zijn verwondingen. Hij ging hierdoor de geschiedenis in als “de verbrande Roessingh”.

Het huis is opengesteld voor publiek: er zijn rondleidingen o.l.v. gids (die o.a. de locatie waar de non ingemetseld zou zijn laat zien). Bezoek de website van het landgoed Singraven voor meer informatie.
De naastgelegen watermolen is ook beslist een bezoekje waard. De parkeerplaats is precies tussen de watermolen en de havezathe in. In deze omgeving kun je prachtige wandelingen maken.

Vraag: De fietsroutes vormen samen F

WP 7:

Spoken rond de Plechelmuskerk

In het centrum van het plaatsje Rossum staat de Plechelmuskerk. Tussen deze kerk en het rood steenke, de steen die vroeger de markegrens markeerde, vertonen zich regelmatig spoken. Hier dolen namelijk de zielen rond van de mensen die vroeger stiekem hun akkers vergrootten door de markestenen te verzetten. Ook de geesten van de landmeters die vals maten die konden geen rust vinden en waren gedoemd zich hier tot in de eeuwigheid op te houden.

De genoemde rode markesteen (ook wel leacsteen genoemd) was in de 17de eeuw regelmatig het middelpunt van conflicten tussen markegenoten van Rossum en De Lutte. De Rossumers verplaatsten de steen om hun grondgebied te vergroten, maar de Luttenaren zetten de steen weer terug. Uiteindelijk stapten de Luttenaren naar de rechter, die gebood dat de markegenoten van Rossum de steen op de oude plek terug moest plaatsen. Ter controle dienden ze er 4 veldkeien en 4 dakpannen onder te leggen.

Nog niet zo lang geleden is dit verhaal geverifieerd. De rode markesteen in het Pieriksbos werd met een
grondwerkmachine gelift en inderdaad bleken hier 4 keitjes en 4 dakpannen onder te liggen.

Vraag: Het huisnummer van de kerk is G

WP 8:

De Spookpaarden

We gaan nu zuidwaarts richting “De Lutte”

Het laatste stuk (ongeveer 220 meter) naar dit waypoint te voet afleggen. Dit gedeelte is namelijk alleen opengesteld voor wandelaars.
Parkeren kan aan de weg op:
52° 19.876 / E006° 59.734

Op dit WP stond vroeger een herberg bij hoeve Hooghof. Hier werd ooit bij een ruzie tussen boeren uit de Luttermarke en Losser Boer Schaafoort uit De Lutte doodgeknuppeld.

Sindsdien spookte het hier. Tegen middernacht naderde een wagen, bespannen met 2 gitzwarte paarden. Je hoorde het zand onder hun hoeven, waarna de deuren van de schuur opengingen. Er werd een dode door onzichtbare handen naar binnen gedragen. Er klonk stromend water en een emmer werd opgehaald uit de put. De paarden dronken het water op. De paarden waren te horen tot de kerkklok in Oldenzaal 1 uur sloeg. Dan werd het ineens stil. Elke avond rond middernacht was dit het geval…

Dit ging zo door, tot de herberg uiteindelijk afgebroken werd.

Vraag: Hoeveel gele pijlen staan op dit paaltje? Dit is H.

WP 9:

Maangodin Tanfana

We rijden verder en komen nu op de Tankenberg

Voor het Christendom in de Lage Landen zijn intrede deed, voerden Germaanse goden de boventoon in Nederland. Eén van deze goden was de maangodin Tanfana, die huisde op de Tankenberg. Tankenberg is een verbastering van Tanfanaberg.

Op de plek waar nu de koepel zich bevindt, stond vermoedelijk ooit een kapel voor Tanfana. Ze werd aanbeden bij volle maan en er was jaarlijks op 1 mei een offerfeest dat aan haar gewijd was. Op een altaar werden varkens, kippen, fazanten en dergelijke geslacht en soms ook kinderen geofferd. Volgens de legende waren ook de witte wieven aanwezig op dit feest en deden zich tegoed aan het geofferde vlees/ Het altaar was een grote steen, met een afgeplatte bovenkant. Deze steen bevindt zich niet meer op de Tankenberg, maar deze kom je tegen bij WP12.

In de kapel stond destijds een groot beeld van Tanfana. Zij dronk 's nachts water uit 1 van de bronnen op de Tankenberg uit een gouden beker. Dit water werd beschouwd als heilzaam. Deze bron wordt nog steeds 'de beker' genoemd, naar de gouden beker van Tanfana.

De omgeving ademt nog steeds een mysterieuze sfeer uit, volgens de overlevering wonen hier kobolten en aardmannetjes. Zij waren bij de Germanen graag geziene gasten, ze waren goedaardig en hadden veel invloed. Zij waren ervoor verantwoordelijk dat de corrupte burgemeester van Oldenzaal zijn verdiende loon kreeg. (Zie ook het verhaal bij WP12). Nu leiden de kobolten een eenzaam en afgezonderd bestaan. Ze huizen in de daksparren rondom de koepel. Misschien kom je er wel een tegen....

De Hunnen waren overigens ook rijk vertegenwoordigd in deze omgeving. Een blinde Hunnenvrouw wilde eens een mensenvinger voelen en vroeg een boerenknecht, die een mesthoop aan het opensteken was, of ze zijn vinger mocht voelen. De boerenknecht gaf haar echter niet zijn vinger, maar de steel van de mestvork. De Hunnenvrouw was hier zo boos over, dat ze de steel tot pulver wreef...

Vraag: I = (Rossum + Oldenzaal + Ootmarsum + Denekamp + Beuningen) / Tilligte

WP 10:

De Hellehond van Lutte

Eenmaal aangekomen in de Lutte kan een bezoek aan het standbeeld van de Hellehond niet ontbreken. Dit is een zogenaamde kardoeshond met hoge opstaande oren en ogen die gloeien in de nacht. Volgens de overlevering is dit 1 van de honden die Wodan op zijn jacht vergezelden. Wanneer er een hellehond in je buurt blafte, dan zou er binnen korte tijd iemand in je naaste omgeving komen te overlijden. De hond werd ook regelmatig gesignaleerd bij begraafplaatsen.

Ooit is een boer dapper het gevecht aangegaan met het ondier. Hij wist de hond op de vlucht te jagen, maar thuisgekomen kreeg hij zweren over het hele lijf en werd ernstig ziek. Wekenlang zweefde hij tussen leven en dood.

Mocht je hier het gejank horen of de gloeiende groene ogen zien, dan kan je beter maken dat je wegkomt.

 

Vraag: Het nummer op wegwijzer rechts van het beeld
(als je recht voor het beeld staat) is J (getal van 4 cijfers)

WP 11:

De Gleunige en Het Grijze Veulen

Op deze locatie vind je een Mariakapelletje. Zo vredig als het er nu bij ligt was het daar niet altijd.

Dit was namelijk de plek waar de Gleunige en het Grijze Veulen zich regelmatig ophielden. Ook werden er regelmatig andere spoken gezien. De bouw van het Mariakapelletje liet hier de rust wederkeren.

De Gleunige was een landmeter die boeren bedrogen had bij het uitmeten van de oude markegronden. Na zijn dood was hij gedoemd rond te spoken met een gloeiende ketting, waarmee hij opnieuw de akkers moest meten.

Het Grijze Veulen draafde met grote snelheid over de velden in deze omgeving. Niemand wist waar het vandaan kwam of waar het naartoe ging. Het schopte her en der bij boerderijen de niendeur in en verdween dan weer in het niets.

Vraag: Zoek in het kapelletje naar K

WP 12:

De Marktsteen van Oldenzaal

We gaan nu naar Oldenzaal, naar de markt.Parkeren kan op op 1 van de parkeerterreinen rond de stadskern. Tijdens winkeltijden geldt hier een parkeertarief. De stadskern van Oldenzaal is overigens erg gezellig winkelen.

Op de gegeven locatie vind je een grote steen. Over deze marktsteen doen verschillende verhalen de ronde. Deze steen zou namelijk de offersteen van Tanfana zijn geweest. Tanfana woonde volgens de overlevering op de Tankenberg, waar u waypoint 9 vindt, en was omringd door geesten en helhonden. Zij eiste vele offers, die dan op de steen werden gebracht. Hier werden naast dieren ook mensen, en dan voornamelijk kinderen, geofferd.

Een ander verhaal is dat de steen zou bloeden als je er in prikt. Als je er ’s nachts langs loopt dan krijg je het gevoel dat er iets zwaars op je schouders rust, wat steeds zwaarder wordt, naarmate je de steen nadert. Ook krijg je het benauwd door deze last. Wanneer je van de steen wegloopt, wordt deze last weer minder.

Dit verhaal wordt in verband gebracht met een ander verhaal over de steen. Ooit had Oldenzaal een wrede burgermeester. Iedereen moest voor hem buigen, terwijl hij zelf nooit groette. Zelfs de honden gingen voor hem op de loop.

Toen de burgermeester echter een keer op de Tankenberg kwam werd hij door zes dwergen opgewacht, die hem de steek en zijn pruik van het hoofd trokken. De dwergen leidden hem naar de stad terug, waarbij 1 van de dwergen hen volgde terwijl hij de steen van de Tankenberg moeiteloos boven zijn hoofd hield.

Voor de ogen van de Oldenzaalse bevolking zakte om klokslag middernacht de burgermeester weg in de bodem van het marktplein. De marktsteen werd op zijn hoofd gezet, zodat hij er nooit meer uit kan.

Vraag: Op hoeveel stenen rust de kei? Goed onder de steen kijken, raken de stenen de marksteen wel? Dit is L

WP 13:

Sagen rond "Het Aamsveen"

We rijden een stukje door en gaan naar Het Aamsveen. Dit ligt onder Glanerbrug, en is een natuurgebied dat de Duitse grens oversteekt. Over dit gebied zijn verschillende verhalen bekend. Je kunt hier een heerlijke wandeling houden, maar let goed op voor de Hémennekes…

Parkeren kan op N52° 11.434 / E006° 56.910

Langs de rijksgrens, onder Enschede, strekt zich het Aamsveen uit, een verlaten vlakte, waarin het water van de poelen en kuilen blinkt. Vroeger kwamen overdag de boeren uit de es om turf te steken. 's Nachts echter waagden zij zich daar niet, want het was er niet pluis in het veen. De Hémennekes zwierven er rond; als dwaallichten dansten ze over de moerassen en riepen voortdurend hun eentonig "hè hè! hè!" en bij het Grondeloze Meer zat een oud gerimpeld wijf, dat helemaal in het wit gekleed was, te spinnen. Uit de verte hoorde je al het rrr! rrr! rrr! van haar spinnewiel.

Bij het Grondeloze Meer doolt ook een geest, die daarheen werd gebannen, omdat hij op alle zondagen en heilige dagen had gejaagd. Elke nacht is hij bezig om met een vingerhoed het meer leeg te scheppen en pas wanneer hem dat gelukt is, zal hij rust vinden. Hij heeft het vooral op jagers en stropers voorzien. Vandaar, dat er maar weinigen de moed hebben om diep in het veen te jagen, hoewel er veel wild zit.

Een keer zwierf er een stroper uit Lonneker in het Aamsveen met zijn geweer in de hand. Plotseling werden de rietpollen vlak bij hem terzijde geschoven en een klein zwart kereltje kwam te voorschijn, die zei: "Wat heb je daar een mooie pijp!" Voordat de stroper het in de gaten had, had hij hem het geweer ontrukt en de loop in de mond gestoken. Daar begon hij te dampen, dat de rook uit het geweer omhoog kronkelde. De stroper liet zijn geweer in de steek en liep wat hij lopen kon. Nooit, bij nacht of dag is hij meer in het Aamsveen teruggeweest.

Op Dankdag ging een jager eens met een drijver op jacht bij het meer. Nauwelijks waren zij daar of hij kreeg een dikke haas voor de loop. Aanleggen, mikken, schieten, het was het werk van een ogenblik. Hij was een goed schutter; de haas tuimelde om en om en bleef liggen. De drijver liep erop af, maar toen hij de haas bij zijn lange oren wilde vatten, zag hij dat er alleen maar een eikentak lag, die rats door midden was geschoten. "Mijnheer, mijnheer," riep hij uit, "het is hier niet pluis. Laten we gauw maken dat we wegkomen, anders moeten wij de jager van het Meer nog gezelschap gaan houden."



Er zaten wel meer vreemde hazen in het veen. Een heel oude baas die altijd aan de haard van zijn neef, de boer van het Aamsveen, zat, wist daarvan te vertellen, want hij had zelf wat meegemaakt. Op een keer, toen hij aan het turf steken was in een veenkuil, keek hij op en zag een haas, die recht op hem af kwam lopen. "Wat is dat nu," dacht hij, "heeft het dier er dan geen erg in dat ik in de kuil sta?" Maar nee, het kwam steeds dichterbij, en toen het aan de rand van de kuil stond, zag oompje dat het aan ieder oor een kannetje had hangen, zoals die over de grens in Ochtrop gebakken worden. De kannetjes klikten en tikten tegen elkaar, terwijl het dier al maar sneller om de kuil heen begon te lopen. Oompje schrok er van, zoals je wel begrijpen kunt. Hij nam zijn turfspaan in beide handen: "Als je dichter bij komt, beest," dacht hij, "dan sla ik erop." Plotseling nam de haas een sprong en vloog tegen oompje op met zo'n vaart, dat hij de turfspaan liet vallen en achterover viel. Toen hij weer bijkwam lag hij in de bedstee, want de boer en zijn knechts waren hem 's middags gaan zoeken en hadden hem bewusteloos in de kuil gevonden en naar huis gedragen. Pas na acht dagen mocht hij weer opstaan, zo had de ontmoeting met de haas hem aangegrepen.

Op een andere boerderij in de Enschedese es diende eens een knecht die voor dood noch duivel bang was. Het was een Hollander, die de streek niet kende en zich daarom niets aantrok van de vele geesten die er ronddoolden. Eens was hij aan het werk in de veenkuilen, toen het Hémenneke begon te roepen: "Hè, hè, hè!" Wat niemand anders gewaagd zou hebben, deed de knecht, hij begon het manneke na te jouwen: "Hè, hè, hè!" Al driftiger riep de geest en hij kwam steeds dichterbij. Opeens was hij er. Een trillende blauwe vlam vloog om de kuil. Toen zweeg de knecht, maar het was al te laat. De vlam flakkerde door de lucht en zette zich vast in zijn nek. De jongen begon om zich heen te slaan en zich te verweren met zijn armen en benen, hij wierp zich languit op de grond en sprong uit de kuil, maar het hielp niets. Het vlammetje zat er en bleef er zitten. Ten einde raad vluchtte de jongen naar de hoeve, maar ook daar konden ze hem niet helpen. In zijn benauwdheid kroop hij over de deel en door de keuken en altijd maar zat het vlammetje in zijn nek. Toen kwam gelukkig de boerin uit de kamer met een gewijde kaars in de hand. Het helse vlammetje kon dat stille klare licht niet verdragen. Het vloog op, zweefde langs de zolderbalken en verschool zich in de grote zeef, die aan de wand hing. De zeef maakte zich los en vloog door de open deur naar buiten in de richting van het Aamsveen. Een tijdje later werd zij daar teruggevonden en op de dag van vandaag wordt ze nog gebruikt op de hoeve om de rogge te wannen.

(bron: www.beleven.org)

 

Vraag: Welk jaartal hoort er bij deze foto? Dit is M.

 

WP 14:

Het Spöllmansvonder

Vanuit Enschede gaan we naar Hengevelde. Als je de snelle route met de auto wilt kiezen kan je de N35 op, wat later overgaat in de A35, deze kan je dan weer verlaten bij de afslag Delden, afrit 28. Je kan echter ook via Haaksbergen naar Hengevelde. Ga dan vanuit Haaksbergen richting Goor.

Hier zie je langs de weg een beekje. Bij dit beekje stond vroeger een vonder (een soort steiger). Op deze plek is een spöllman (muzikant) verdronken door toedoen van de beruchte Hutt'n Kloas. De spöllman had op een bruiloft geflirt met Aarne, een dienstmeid waar Klaas verliefd op was. Er ontstond een vechtpartij, waarbij Klaas en zijn vrienden uiteindelijk door een stel jonge boeren aan bomen vastgebonden werden.

Na de bruiloft werden Klaas en de anderen weer vrijgelaten en ze besloten de muzikant een lesje te leren. Ze joegen de man op door de velden en de akkers tot de man uitgeput was. De volgende dag werd de spöllman gevonden door een visser. Zijn laarzen stonden nog op de vonder, maar zijn hoofd lag in de beek.

Vraag: Zoek hier de aanwijzing, daar staat de waarde van N

WP 15:

Hutt'n Kloas

Hier vervolgen we de geschiedenis van Hutt'n Kloas, die in werkelijkheid trouwens Klaas Annink heette.

Hij trouwde met de dienstmeid Aarne Spanjers en ging in deze omgeving wonen. Het was dan ook hier waar hij zijn tweede moord pleegde. De eerste die hij hier vermoordde was zijn buurman Harm Jan Morsink. Ondanks dat Klaas dat eigenlijk niet wilde, omdat de man 7 kinderen had, liet hij zich toch overhalen door Aarne.

Klaas vermoordt de man, die zojuist een paard verkocht had, na een flinke vechtpartij. De opbrengst van de roofmoord valt echter tegen, de man had slechts een halve stuiver bij zich. Harm Jan had namelijk het paard al op voorhand verkocht vanwege het toenemende aantal roofmoorden in de buurt en de nieuwe eigenaar had de rekening al een week eerder voldaan. Aarne neemt de schuld voor de verwondingen die Klaas tijdens het gevecht opgelopen heeft op zich. Deze moord was de eerste in een lange reeks.

Klaas en Aarne verschaften venters en marskramers onderdak, maar deze betaalden hun verblijf met hun leven. De slachtoffers werden begraven om de moorden te verhullen. Er moeten tientallen mensen zo door het tweetal, soms geholpen door 1 van hun zoons, Jannes, vermoord zijn.

Hutt'n Kloas en Aarne werden uiteindelijk verraden door het gestolen goed dat ze in hun bezit hadden. Klaas werd op een houten dwangstoel vastgezet en heeft hier 110 dagen op vastgezeten tot zijn berechting. Hij werd tot de dood veroordeeld en werd op 13 september 1775 geradbraakt. Aarne ontsprong de dans niet en werd met een koord om de hals rond een paal gesleept tot ze dood was.

Het boerderijtje is afgebroken, omdat er niemand meer wilde wonen. De stoel waarop Hutt'n Kloas zijn laatste maanden doorgebracht heeft, is nu te zien in het Palthehuis in Oldenzaal. Nu nog klinkt er vanuit de hei achter de Wienersteeg het gezucht van de tientallen doden die daar door Klaas en Aarne begraven zijn. Als de stemmen “Oh God” fluisteren, dan waart de geest van Hutt'n Kloas rond, nog immer gewapend met bijl en mes.

Vraag: Het aantal cijfers onder de 'Duitse' plaats = O

WP 16:

De bode van Twickel / Duivel op Bokkepoten

Net buiten Delden vinden we het kasteel Twickel. Officieel bevindt Twickel zich in Ambt Delden. Het landgoed rond Twickel leent zich prima voor een heerlijke wandeling. Echt een aanrader!

Parkeren kan op N52° 16.246 / E006° 42.823, dit kost 2 Euro, onafhankelijk van de geparkeerde tijd. De opbrengst van het parkeergeld komt ten goede aan het onderhoud van de kasteeltuinen.

Het kasteel Twickel is voorzien van een ophaalbrug om ongure lieden buiten de deur te houden. Tot in de vorige eeuw is deze brug gebruikt om ongewenste personen te weren. Naast de aardse ongure lieden hield ook een duivel op bokkenpoten zich graag in deze contreien op. Het wezen was op zoek naar maagden die hij tot gemeenschap dwong. Wanneer dat gebeurd was, waren de vrouwen behekst en stelden zich volledig ten dienst van deze demon.

Tijdens de heksensabbat vlogen deze vrouwen op hun bezemstelen naar een geheime plaats om de duivel te aanbidden. Bij de kerk in Delden waren dan ook voorzorgsmaatregelen genomen. Om de kerk en het kerkhof te beschermen waren rond het gebouw roosters geplaatst. De bokkepoten van de duivel waren niet in staat het rooster te passeren. Vandaar de naam duivelsroosters.

(Huize Twickel is niet opengesteld voor publiek, de tuinen echter wel. Voor openingstijden zie www.twickel.nl. De tuinen zijn zeker een bezoekje waard. )

Vraag: Het aantal paaltjes langs de ophaalbrug is P

WP 17:

De schepgrage Molenaars

In de 16de eeuw betaalden boeren die hun graan bij de molen lieten malen in natura. De molenaar nam als maalloon enkele scheppen graan uit iedere zak. De molenaars van de Noordmolen namen echter nogal grote scheppen uit de zakken, waardoor zij dus meer maalloon namen.

Op een dag kreeg 1 van de molenaars spijt van zijn hebzucht en pleegde zelfmoord door op een gure herfstnacht in de molenkolk te springen, alwaar hij verdronk. Zijn ziel kon echter geen rust vinden en deze steeg op klamme herfst- of winteravonden in de vorm van een witte gedaante uit de molenkolk op. Het spook zweefde rond de Noordmolen en stiet klagende geluiden uit.

Dit duurde tot de 19de eeuw, toen een stel dronken jongelui, bewapend met knuppels, terugkwam van de kermis in Delden. Zij zagen de klagende gedaante rond de molen zweven. Eén van de jongeren gooide van schrik zijn knuppel naar de gedaante en raakte deze. Met een ijzingwekkende kreet verdween de geest terug in de molenkolk en werd daarna nooit meer gezien. Af en toe kan men echter het water in de molenkolk nog op mysterieuze wijze zien opborrelen.

Vraag: Het aantal schuiven is Q

Als je op dit punt aangekomen bent, betekent dat, dat je deze tocht overleefd hebt. Gefeliciteerd!

Nu alleen nog even rekenen…

De cache ligt op:

N52° (Q x K) + (H x D) + ((E x N) x (O + I + L )) + P
E006° (J x P) + (G x M) + (A x C) – (F + B)

Wij van Team Mr.Atari hopen dat je net zoveel plezier hebt gehad aan het zoeken naar deze cache en het lezen van deze verhalen als wij hebben gehad met het uitzetten ervan!

Na het voltooien van de route mag je de
Ik overleefde de Twentse Sagen
banner gebruiken voor je profiel of in je forumhandtekening.

(klik op de banner voor de grotere versie)

Uitleg over het plaatsen van een banner vind je hier in .pdf formaat.

Het eremetaal ging naar:

Goud: TriangleTeamTwente
Zilver: Team Coyote
Brons: Team Lion

 

Additional Hints (Decrypt)

Vf qvg jry rra fgrra?

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)



Reviewer notes

Use this space to describe your geocache location, container, and how it's hidden to your reviewer. If you've made changes, tell the reviewer what changes you made. The more they know, the easier it is for them to publish your geocache. This note will not be visible to the public when your geocache is published.