Het Kasteel van Mesen
Het park is enkel toegankelijk op onderstaande openingsuren:
- Van 1 oktober tot 31 maart
- woensdag van 14 tot 17 uur
- zaterdag van 14 tot 17 uur
- zondag van 10 tot 17 uur
OPMERKING: tijdens januari en februari 2011 zal
het park van Mesen zondag pas vanaf 14 uur toegankelijk zijn!
- Van 1 april tot 30 september
- woensdag van 14 tot 19 uur
- zaterdag van 14 tot 19 uur
- zondag van 10 tot 19 uur
Respecteer bovenstaande openingsuren a.u.b., bij eventuele
overtredingen wordt de cache onmiddellijk verwijderd! De legger
draagt geen verantwoordelijkheid voor eventuele opgelegde sancties
ten gevolge van het niet naleven van het parkreglement. Het kasteel
(of wat er nog van overblijft) kan enkel van op een afstand
bezichtigd worden.
Historiek
Het domein van Mesen dankt zijn naam aan de laatste eigenaars,
het Koninklijk Gesticht van Mesen ('Institution Royale de
Messines'). Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het oorspronkelijk
instituut te Mesen (West-Vlaanderen) verwoest. Het internaat in
Lede werd na de oorlog ter vervanging opgericht.
Het kasteeldomein behoorde (minstens) sinds de 13de eeuw tot de
Heren van Lede en werd van de 16de tot de 18de eeuw bewoond door de
familie Bette. In 1633 werd het domein tot markizaat verheven. Na
de Franse Revolutie verloor het zijn adellijke status en kwam het
aanvankelijk in handen van industriëlen, die de gebouwen o.a.
gebruikten als jeneverstokerij, suikerfabriek en potasfabriek, en
vervolgens werd het eigendom van de kanunnikessen van de Heilige
Augustinus uit Jupille. Zij bouwden er tussen 1900 en 1905 een
aantal neogotische schoolgebouwen.
Na de Eerste Wereldoorlog kwam het domein in het bezit van het
Koninklijk Gesticht van Mesen, een instelling die kinderen van
gesneuvelde of invalide soldaten opvoedde. Vanaf 1944 werden ook
meisjes uit Lede tot het lager en het technisch middelbaar
toegelaten. Tot in de jaren '60 was het een elitair internaat waar
uitsluitend in het Frans les werd gegeven. Het Koninklijk Gesticht
van Mesen besloot in 1970 de school op te doeken nadat onderwijs in
het Nederlands verplicht werd gemaakt door de taalwetgeving.
Sindsdien staan de gebouwen leeg. Op 6 oktober 1999 kocht het
gemeentebestuur van Lede het domein aan.
Totale verwaarlozing van de gebouwen en een klassering als
parkzone in 1999 laten een ruïne ontstaan. In sommige kranten was
er sprake van het opzettelijk verwijderen van dakpannen en vensters
om de verkrotting in de hand te werken. In 2010 werd, na jarenlange
en tevergeefse strijd van allerhande monumentenorganisaties en
architectuurliefhebbers, overgegaan tot sloop. In de plaats komen
serviceflats.
Hierop werd op Facebook een groep opgericht, waar diverse
liefhebbers hun ongenoegen over de vernietiging van het kasteel
uitten. Momenteel telt deze groep meer dan 2000 leden. De vraag
naar een sluitende wet die het verbiedt om historisch erfgoed in
Vlaanderen te slopen of te verwaarlozen is groot.
Park van Mesen
De vorm van het park is sinds 1695 nauwelijks gewijzigd, enkel
in het noorden werd het domein verkleind door de aanleg van de
spoorweg (midden 19de eeuw) en de oprichting van de woningen langs
de Stationsstraat (rond 1900).
Het park bestond in 1695 uit een bebost gedeelte tussen het
markizaat en de Kasteeldreef. Ten noorden van het markizaat werd
het domein in drie verdeeld door twee dreven parallel aan de
Markizaatstraat. De rondgang dateert van voor 1775, maar was meer
ellipsvormig. Twee kleinere rondgangen, respectievelijke ten westen
en ten oosten van het markizaat, sloten aan op de grote
rondgang.
De huidige parkaanleg met de centraal gelegen vijver dateert uit
het begin van de 20ste eeuw. De vijver wordt gevoed door een bron
en de overloop van de vijver is aangesloten op de riolering.
Gedurende de laatste decennia verhoogde het niveau van de vijver
geleidelijk door het dichtslibben van de vijver rond de overloop.
Daarom werd in 2009 het slib uit de vijver geruimd. De diepte van
de vijver varieert tussen de 1,2 meter en 1,5 meter.
Fauna en flora
Naast een relatief rijke flora tref je in het park ongeveer 25
(overwegend) inheemse boomsoorten aan zoals beuk, plataan, gewone
esdoorn, linde, zomereik, es en schietwilg. Een afwisseling van
dikwijls monumentale bomengroepen, graslanden en de vijver biedt
een gevarieerd plantenaanbod. Zo vind je in het park o.a.
pinksterbloem, duizendguldenkruid, hondsdraf, oude buxushagen en
waardevolle muurvegetatie met muurleeuwenbekje en muurvaren.
De meest opvallende diersoort in het park is de blauwe reiger.
In het vroege voorjaar, als de bladeren het zicht niet beperken,
heb je het beste zicht op de reigerkolonie met ca. 15 nesten in de
bomen rond de vijver. Verder kan je in het park de groene specht,
buizerd, gierzwaluw, grote bonte specht en vele andere vogels
bewonderen. Rond de vijver zie je vaak libellen en vlinders.
Vooral de majestueuze beukendreef en de reigerkolonie maken een
bezoek aan dit stukje groen in het centrum van Lede meer dan
waard.