Vergelijken
Je kunt geen appels met peren vergelijken volgens het gezegde. In botanisch opzicht is een vergelijking wel mogelijk. Appels en Peren zijn nauw verwant, ze behoren beide tot de Appelgroep binnen de Rozenfamilie. In de mythologie heeft de appel een voornamere rol dan de peer en ook in het consumptie- en siersortiment moet de peer zijn meerdere erkennen in de appel.
Overeenkomsten
Appels en peren behoren tot de wilde inheemse flora van Nederland. Echte wilde appel- en perenbomen zijn zeer zeldzaam geworden in Nederland door ontginning van hun natuurlijke groeiplaatsen en door domesticatie (het maken van in het wild groeiende planten tot landbouwgewassen). De gekweekte fruitbomen zijn hybridogeen (kruisingen tussen meerdere soorten uit Azië en Europa). Ze worden beide al meer dan 1500 jaar gekweekt en zijn de belangrijkste vruchtbomen van onze streken vanwege hun grote, vitaminerijke, houdbare vruchten. Verwilderde appels en peren groeien vaak op uit weggeworpen klokhuizen in bermen van wegen en paden. Dit zijn niet de inheemse soorten, maar nakomelingen van gekweekte soorten.
Verschillen
Appels hebben roze bloemen (soms verkleurend tot wit) met gele helmknoppen en aan de basis vergroeide stijlen. De vruchten zijn rond en (meestal) zonder steencellen. Peren hebben witte bloemen (roze in knop) met rode helmknoppen en vrije stijlen. De vruchten zijn rond tot omgekeerd eivormig en hebben steencellen in het vruchtvlees. De bladsteel is langer dan bij de appels. Perenbomen worden ouder dan appelbomen, ongeveer 150 jaar tegen 60 jaar. Peren hebben een smallere kroon dan appels en worden vaak hoger.
Cultuur en herkomst
Reeds 3000 jaar geleden, nog voor de Romeinse tijd, waren in Nederland reeds een goed georganiseerde landbouwbevolking en een handelswegennet aanwezig. Wilde appels en peren waren toen al aanwezigen. Vruchtbomen werden in die tijd al bevoordeeld en vrijwel zeker uitgewisseld. De Romeinen hebben 2000 jaar geleden mogelijk grootvruchtige appels en peren vanuit Zuid Europa meegebracht, maar zekerheid over de aanwezigheid van cultuurappels is er pas vanaf de 6e eeuw uit archeologische bronnen en van cultuurperen uit de 10e eeuw. Cultuurappels en -peren zijn via klooster- en kasteeltuinen over Europa verspreid. In de Frankische tijd ontstonden er in ons land op bescheiden schaal boomgaarden. Vooral in de nabijheid van kloosters was dit gebruikelijk. Vanaf ongeveer 1500 plantte men ook bij woningen fruitbomen aan. Zelfs achter de huizen in de grote steden werden ruimten gereserveerd voor een of meer fruitboomsoorten. Oude straatnamen verwijzen vaak nog naar de plaatsen waar vroeger een boomgaard moet hebben gestaan.
Tegenstrijdige symboliek
Staat de appel voor vernieuwing (volgens Fraanje onsterfelijkheid en levensverlenging); de peer komt er wat dat betreft minder goed van af. In de overweldigende bloesem van de peer herkenden oude volkeren de maan en daarom werd deze boom daaraan gewijd. In de Griekse mythologie werd de peer geassocieerd met de doodsgodin Hera en de bijnaam van Athene, ook een doodsgodin, was Onkë, wat perenboom betekent. Toch zijn er ook nog positieve betekenissen van de peer, zoals in het spreekwoord: ‘naar rijpe peren klimt men hoog’ en ‘hij is een geschikte peer’. Een veel voorkomende metafoor is de vergelijking van de vrucht met de baarmoeder. Een Duitse gewoonte was om bij de geboorte van een jongetje de placenta bij een perenboom te begraven. Minder mooi is het om met ‘de gebakken peren te blijven zitten’ of iemand een ‘muilpeer te verkopen’. In onze huidige cultuur is de bekendste appel misschien wel die Eva consumeerde in het paradijs en daarmee sterfelijk werd. Hoewel in de bijbel nergens de naam van de vrucht wordt genoemd is al vele eeuwen de appel bestempeld als de verboden vrucht. Wellicht heeft dit zijn oorsprong gevonden in het feit dat in het Latijn geschreven teksten het woord kwaad ‘malum’ werd verward met de boom van het kwaad de ‘Malus’, de Latijnse benaming voor appel. In veel oude culturen staat de appel symbool voor verjonging en regeneratie. De Kelten voegden daar de bijzondere eigenschappen van kennis, magie en voorspelling aan toe. Voor de Galliërs deed de appelboom niet onder voor heilige eik.
De ronde vorm van de appel werd in verband gebracht met de aarde. Zodoende zien we de appel terugkeren als symbool van aardse macht en heerschappij. In afbeeldingen van koningen en keizers ligt de rijksappel in de linkerhand, verbeeldt als een bol met een kruis. De appel zien we ook als symbool gebruikt in allerlei sprookjes en sagen, waarvan het sprookje over Sneeuwwitje waarschijnlijk wel de bekendste is. De mooie, gedeeltelijk rode appel verleidt Sneeuwwitje tot het nemen van een hap. Ze doet dit juist uit het rode, giftige deel en stikt. De sage van Wilhelm Tell beleeft zijn hoogtepunt op het moment dat hij met zijn pijl de appel op het hoofd van zijn zoon doorboort. En wie kent het gebruik niet van het in één keer schillen van een appel, zodat deze heel blijft en die schil vervolgens op de grond te gooien. De letter die de schil vormt verwijst naar de naam van diegene waarmee met later trouwt. In het dagelijks gebruik zijn de spreekwoorden en gezegden met het woord appel erin niet weg te denken, zoals: ‘een appeltje voor de dorst’, ‘door de zure appel heen bijten’ en ‘de appel valt niet ver van de boom’.
BRON: Bomennieuws, kwartaalblad van de Bomenstichting, najaar 2002.
A = Het Nederlandse woord voor “Malus” is?
B = Het latijnse woord voor “peer” is?
C = Welke Appel was lid van cobra?
D = Een geschikte peer is een?
E = Een vallende appel bracht Isaac Newton bij een natuurkundige wet. Welke?
F = "Met de gebakken peren blijven zitten", Wie laten er verstek gaan?
G = In welke provincie ligt Appel?
H = In welke provincie ligt Peer?
I = Bij de appel rond de buik en bij de peer rond de heupen. Wat?
De vergelijkingen:
CQ+G=B AR+C+F=E FS=E+F+H AT+B=D (E-H)U-E=CU+B
AV+I=E-F (E+G)W=FW+B+D AX=B-D CY+H=G+A-F (D+H)Z+A=E+D+H
De cache ligt op: N52 QR.STU E005 VW.XYZ
10-04-2014 cachelocatie aangepast: N + 119 & E + 566