KOEKOEK
Dank je de koekoek.
Dat haal je de koekoek.
Het is altijd koekoek éénzang.
Als de koekoek roept, komt er regen.
Als de koekoek roept wordt het mooi weer.
Op koekoekroep overdag, volgt vaak een regenslag.
Hoor je de koekoek al eind maart, doof dan gauw maar de haard.
Als voor het laatst de koekoek roept, is de zomer weer versnoept.
Hoor je de koekoek vroeg in 't Gooi, oh oh wat wordt de zomer dan mooi.
Zwijgt de koekoek in een stralende zonnige lucht, mooi weer is zijn vlucht.
De koekoek moet na St. Jan zwijgen, anders is er niet veel goeds meer te krijgen.
In mei leggen alle vogeltjes een ei, behalve de koekoek en de griet, die leggen in de meimaand niet.