Om aan de juiste gegevens voor de eindlocatie te komen, moet je je kennis van spreekwoorden en gezegden waar in dieren voorkomen testen.
A) hij heeft de ..... binnen. Aap=1, Slang=2, Hond=3
B) loop naar de ..... Havik=6, Koekoek=7, Duif=8
C) 't is een ..... van een vent. Koe=2, Rund=3,Kalf=4
D) hij heeft een ..... gevangen. Schol=7, Haring=8, Snoek=9
E) zij heeft de ..... niet gevoerd. Kater=1, Kat=2, Poes=3
F) een geheugen als een ..... Garnaal=0, Koe=1, Ezel=2
G) als een ..... genoeg heeft, dan is't meel bitter. Muis=6, Rat=7, Spin=8
H) een wijs ..... legt wel een ei in netels. Eend=7, Kip=8, Hoen=9
Eindlocatie is..... N 52 4A.BCD E006 1E.FGH .....SUCCES!