De Goddeloose Singel (Fries: De Goddeloaze Singel) is een singel ten oosten van het dorp Feanwâlden, dat in de gemeente Dantumadeel ligt. De benaming “Goddeloos “werd voor het eerst zo rond 1850 vermeld en is ontleend aan Ït Goddeloos Tolhûs". De singel is 2,7 km. lang en loopt het Goddeloze tolhuis in het noorden tot de Kuikhorneweg ten zuidoosten van Feanwâlden. Het pad is voor het grootste deel met schelpen verhard. Van noord naar zuid is het in twee delen gesplitst door de brug bij de Bovenweg (de Skilige Piip).
De singel maakt deel uit van het eeuwenoude Kloosterpad uit 1453 In de middeleeuwen werd dit pad als handelsroute gebruikt door monniken. Met enige fantasie is dit de eerste centrale as uit de geschiedenis. De allernieuwste centrale as loopt als een vierbaans autosnelweg steeds ten oosten van de singel.
Aan dit pad zijn een aantal caches geplaatst en dit is hiervan nr 3. Samen vormen ze een serie. Bij elke cache-beschrijving is iets te lezen over de specifieke plek en een bijbehorend spookverhaal. Samen vormen die stukken tekst één geheel: het verhaal van De Goddeloose Singel.
SPOOKVERHALEN:
Er doen diverse spookverhalen de ronde over zowel de singel, het tolhuis en it Skilige Piipke. Zo zou een overleden misdadiger in zijn graf geen rust kunnen vinden en 's nachts in de gedaante van een zwarte hond ronddwalen op de Goddeloze Singel. Tevens zijn er diverse verhalen in omloop over een bijna overvallen man met geld op zak. Bij alle versies zou hij zich verscholen hebben onder een omgekeerde boot onder het Skilige Piipke en ternauwernood zijn ontkomen.
De verhalen werden oorspronkelijk opgeschreven door Jacob Hepkema (1845-1919). En hij begint zijn verhalenbundel met:
‘Noordwest van Kuikhorne lag toen een tamelijk uitgestrekt bosch, waar voortijds zoogenaamde heidens zich opgehouden moeten hebben, welke den weg door het bosch zoo onveilig maakten, dat buiten het bosch de ‘Nijewei’ is aangelegd. (…) Heel de streek in wijden omtrek heeft van deze woeste boschbewoners veel te lijden gehad, omdat ze geen onderscheid maakten tusschen het mijn en dijn, vaak bij nacht en ontijd op roof uitgingen en kaapten wat los en vast was. (…) Het roversbosch (…) behoorde in 1800 aan de old-rentmeester Haersma in de Kuikhorne. Het strekte zich uit langs den (…) Goddeloozen Singel en bij
In vroeger tijden zou dit een ongure plek geweest zijn. In een sage wordt gezegd dat er een schaatser verdronken zou zijn. Hij schreeuwde om hulp van de bewoners. Hoewel zij hem hoorden waren ze door een geest niet in staat hem te helpen
Er is tevens een verhaal bekend van een drietal in een bootje waarvan twee de derde man buiten de boot wierpen en hem onder het schip duwden zodat hij niet kon roepen en spoedig verdronk.
Beide gebeurtenissen vonden plaats op ´De alde feart` en die loopt nog steeds ongeveer 500 meter zuidelijk van dit punt naar het westen om uit te monden in de Feanwaldsterfeart. De vaart werd gebruikt voor het vervoer van turf, hooi en vee.
LETTENDE OP BOVENSTAANDE VERHALEN IS HET RAADZAAM DIT PAD BIJ DONKER EN ZEKER ZO ROND MIDDERNACHT TE MIJDEN.
Of zoals de Leeuwarder Courant van 1 maart 1941 het vermeld:
Bij nacht reist langs dienzelfden weg de dood en komen de witte wiven de dwaallichtjes en heel het lichtschuwe volkje los Dan kan het zijn dat ge plotseling over een sloot wordt gezet omdat een lijkstaatsie u moet passeeren dan kan het zijn dat ge stokstijf stil moet blijven staan tot het eerste zonlicht u weer verlost dan kan het zijn dat ge weggelokt wordt en meegevoerd over slooten over moeras en dat ge uw leven zult eindigen in een modderigen poel ver van eenige menschelijke hulp Loop daarom bij nacht nimmer op het midden van den weg, volg geen flikkerende lichtjes en vooral: wat ge ook tegen komt spreek niets of niemand aan.
Ook in het werk van de schrijver Theun de Vries, die in deze streek geboren is, komen het Goddeloze tolhuis en de Goddeloze Singel meerdere keren voor.