"Hoeve Mieneke "
Hoeve Mieneke werd genoemd naar de laatste bewoonster Philomena (1883-1956). Na het overlijden van haar ouders leefde zij als ongehuwde landbouwster samen met haar broer Alfons op Hoeve Mieneke. Na de verkoop van het domein aan het gemeentebestuur bleef ze nog enkele jaren in haar huisje wonen als een levende bezienswaardigheid voor de toeristen.
De hoeve heeft niet alleen een emotionele waarde voor vele bewoners, maar ook een architectonische waarde (vakwerk en typische dakconstructie) en een omgevingswaarde (het illustreert de bewoning in de 19de eeuw.
Hoeve Mieneke is een goed voorbeeld van een Kempense langgevelhoeve. Alle vertrekken - ‘goei kamer’, keuken, stal, schuur, ‘karrenschop’ - netjes op één lijn.
De voorzijde is gericht naar het zuidoosten om zoveel mogelijk warmte op te vangen, de achterkant is naar het noordwesten gericht met het dak bijna tot op de grond als bescherming tegen de kou. De slaapvertrekken bevinden zich onder het strooien dak.
Het kader van zo’n langgevelhoeve bestond uit eiken balken, daartussen werden de muren geweven met wilgentakken. Een mengsel van leem, gehakseld stro en koeiendrek werd dan in dat weefsel gekwakt, gelijk gestreken en witgekalkt. Elke ruimte had zijn functie, met in het centrum de ‘moos’. Daar werd bijna permanent geleefd rond de open haard en later de stoof. De deur van de koeienstal ernaast bleef ’s nachts open: de koeien moesten de mensen warm houden.”
