Toen hier nog een zandbak was, zat het in de zomer voor hooiwagens. Ze zaten verstopt tussen de houten palen.
Hooiwagens zijn geleedpotigen. Ze behoren tot de spinachtigen (maar zijn geen spin!) en hebben 8 poten. Toch zagen we vroeger vaak hooiwagens met 7,6 en soms zelfs maar vijf poten. Ik weet niet of dat kwam door natuurlijke omstandigheden of doordat spelende kinderen deze poten er uit trokken. Ik weet ook niet of de dieren er erg last van hadden. De dieren kunnen namelijk hun poten laten vallen als ze aangevallen worden.
Hooiwagens kunnen geen spinrag maken en hebben een lijf dat bestaat uit één deel in tegenstelling tot de spinnen, die twee delen hebben. Ook hebben hooiwagens maar twee ogen en spinnen hebben meestal acht of zes ogen.
In huis komen trilspinnen voor. Die lijken een beetje op hooiwagens, maar dat zijn het niet.
Sinds een jaar of tien komen er in Europa steeds meer reuzenhooiwagens voor. Ze hebben poten tot wel 9 cm.