Deze serie traditionals 'Geluidsdragers' loopt door de Wellerwaard en is te combineren met de multicache Xylofoon, die in de andere richting loopt. Parkeer je aan de westkant, dan doe je eerst de traditionals en kun je op de terugweg de multi doen. Begin je aan de oostkant, dan volg je de multi en kan je op de terugweg de serie traditionals doen. Maar net van welke kant je komt en waar je zin in hebt. Let op: het is niet toegestaan deze cache op de fiets te doen.
Minidisc
Naast twee cassettebandvarianten, te weten DAT en DCC, was minidisc een derde kandidaat om opvolger van de alom bekende muziekcassette te worden. Minidisc, afgekort tot md, was net als die twee een digitaal opslagmedium. Het opnamemateriaal was echter een ronddraaiend schijfje in plaats van een lange op spoelen opgerolde band.
Er kon geluid op worden opgenomen en van worden afgespeeld. Dit gebeurde met minidisc-spelers in huiskamerformaat of met draagbare apparatuur vergelijkbaar met een walkman of discman. De minidisc kwam wat later op de markt dan DAT en DCC. De geluidskwaliteit bij afspelen bevond zich tussen die van DAT en DCC, waarbij DAT de hoogste kwaliteit haalde. Net als bij DCC werd bij minidisc gebruikgemaakt van audiocompressie om geluid met minder data op te kunnen slaan dan voor niet-gecomprimeerd geluid nodig zou zijn, Deze compressie ging echter gepaard met wat verlies van audiokwaliteit.
Een voordeel voor de gebruiker was dat er tijdens het afspelen direct naar andere tracks gesprongen kon worden, net als bij een cd. Bij de analoge muziekcassette, DAT en DCC kon dit niet: er moest voor- of achteruit gespoeld worden om een volgend of vorig nummer af te spelen.
Vooral in Japan werd de md redelijk populair. De Verenigde Staten en Europa volgden op afstand. In de latere jaren negentig werd de minidisc als medium ingehaald door MP3-spelers en het beschikbaar komen van "cd-branders" waarmee zelf blanco cd's beschreven konden worden. Uiteindelijk bleken deze systemen praktischer.