

Let op, Bereid je goed voor op deze Earthcache.
- Lees de listing goed door.
- Neem de tijd.
- Vergeet de logfoto niet om aan te tonen dat je ter plaatse was.
- Vergeet natuurlijk niet om de antwoorden in te sturen incl. de gevraagde extra foto bij vraag 5, via het berichten centrum!
Loop door de keientuin en verbaas je over de ouderdom van de stenen en de weg die ze hebben afgelegd om hier te komen. Door de vorming van krassen en vlakken vertellen de stenen een verhaal over hun reis vanuit het noorden naar Nederland. De stenen komen van elders en worden daarom zwerfstenen genoemd.
Deze keien zijn verzameld in heel Drenthe en zijn in het Hunebedcentrum gedetermineerd. De keientuin hoort bij het Hunebedcentrum en is vrij toegankelijk.
Bij ons verkenningsbezoek verbaasden we ons over de vele stenen met een gepolijste ronde plek ter grootte van schoteltje. Dit is na plaatsing van de stenen gepolijst om de structuur van de begroeide stenen beter te laten zien.
De ijstijden.
De afgelopen 2,5 miljoen jaar zijn er wel 20 ijstijden geweest waarvan de laatste 2 belangrijk zijn geweest voor Nederland. Het Saalien was voorlaatste ijstijd. Deze begon 250.000 jaar geleden en 150.000 jaar geleden bereikte de gletsjer Nederland. Door aangroei van de ijskappen schoof het ijs door wat nu de Oostzee is naar beneden. De dikte van het ijs was in Scandinavië zo’n 3000 meter, in Drenthe nog 1000 meter en aan het einde, op de lijn Amsterdam / Nijmegen, nog zo’n 200 meter. Het Saalien duurde tot 130.000 jaar geleden.
De laatste ijstijd was het Weichselien en tijdens deze ijstijd is de gletsjer niet tot Nederland gekomen. Wel hadden we een periode van zeer strenge vorst. Deze permafrost heeft veel invloed op het landschap gehad, ook de harde wind speelde hierbij een grote rol.

In de volgende 3 paragrafen omschrijf ik achtereenvolgens sporen uit het Saalien, sporen uit het Weichselien en als laatste overige verweringssporen uit beide ijstijden maar die kunnen zelfs nu nog ontstaan. Sommige van de sporen kun je hier in de keientuin vinden.
Keien met sporen uit het Saalien
De ijskap die vanuit het noorden tot halverwege Nederland schoof nam vanuit Scandinavië maar ook onderweg zand, grind en stenen mee. Na het smelten van het ijs bleef dat puin achter. De boeren in Noord-Nederland vinden jaarlijks bij het ploegen nog grote hoeveelheden stenen.
Gletsjerkrassen
Deze stenen schoven (een gedeelte van) hun reis over de harde ondergrond. Het is dan ook makkelijk voor te stellen, dat door het gewicht van het ijs de stenen hierdoor aan 1 kant afsleten en ook parallel lopende groeven vertonen. Soms stuitte zo'n steen op een grotere steen en werd de schuivende steen hierdoor gekanteld of gedraaid.
- ijskanter. Dit is een steen die werd meegevoerd door de gletsjer en aan meerdere kanten vlak is afgesleten en tevens groeven vertoond. Als de steen door een oorzaak draaide of kantelde kwamen op een ander vlak groeven in een andere richting. De hoek tussen de vlakke kanten noemt men ijskanter.
-gletsjerbodemstenen. Deze stenen lagen eerst in de bodem en sleten af door passerende stenen. Door smelten en opnieuw bevriezen van het water in de bodem braken deze stenen af en werden verder meegevoerd. Deze stenen vertonen ook een duidelijk breukvlak zonder krassen.
-gletsjermolenstenen. Dit zijn stenen ontstaan in ronddraaiend smeltwater of omdat ze met een rivier in het water mee zijn gerold. Door het ronddraaien zijn ze rond of ellipsvormig geworden. Ze komen vrij vaak voor.

-Druk of Paraboolbarsten. Deze zijn ontstaan door een beweging, die met horten en stoten de keien over de ondergrond schoof. De stenen schoten dan ineens los en kwamen weer met een andere steen of de harde ondergrond in aanraking. Dit veroorzaakte hoefijzervormige barsten op de stenen, aan de open einden kan je zien in welke richting de steen cq. het ijs zich bewoog (in de richting van de open einden).

Keien met sporen uit het Weichselien
Tijdens het Weichselien heerste er in Nederland een zeer koud toendra klimaat. De temperatuur in juli was 5°C en het schuivende ijs heeft toen Nederland niet bereikt. Het koude klimaat had door de harde wind en de lage temperaturen grote invloed op de stenen die aan de oppervlakte lagen.
Windsporen.
-Windlak. Door stuivend zand botsen stof en zand op de stenen. Op deze manier werden kleine krasjes op stenen gemaakt die zo werden gepolijst aan de windwaartse kant. Het is makkelijk voor te stellen dat hier door een glad oppervlak ontstaat. Vuursteen en kwartsiet zijn harde gesteenten en die krijgen een typische glans.
-Windkanter. Dit is een steen die langdurig aan zandstraal werking werd blootgesteld. De stenen hebben opvallende platte glanzende vlakken die een hoek met elkaar vormen. Logisch is dat zachte steensoorten mooiere windkanters hebben gevormd dan harde stenen. Het vormen van windkanters kan honderden jaren duren maar kan ook sneller. Dit hangt af van de steensoort , de windsnelheid en de grootte van de zanddeeltjes in de wind.
-Overige windsporen. Sommige stenen hebben afgeronde hoeken of de vlakken zijn hol geworden door stuivend zand. Ook opvallend zijn stenen met ellipsvormige putjes in 1 richting. De steen bestond dan uit materialen van verschillende hardheid en het zachtste materiaal is weg geblazen.

Keien met overige sporen
Vorstbarsten.
-Diaklazen. Dit zijn vorstbarsten en ze zijn van alle tijden. Ze ontstaan door spanningen in het gesteente. Er komt water in de barsten. Het water zet uit als het bevriest en de barst wordt breder totdat de steen knapt. De stenen vertonen scherpe breuklijnen.
-Quetschsteine. Deze zwerfstenen zijn door druk gebarsten zijn maar niet verplaatst. Later zijn deze barsten weer aan elkaar gekit door uitscheiding van in water opgeloste kalk. Er bestaat geen Nederlandse uitdrukking voor dit verschijnsel.
-Desquamatie. Dit zijn keien met vreemde onregelmatige barsten rondom. Doordat deze stenen bestaan uit materiaal van verschillende sterkte of oplosbaarheid komen er poriën in deze stenen. In deze poriën kan water komen wat in de winter bevriest. Het uitzettende ijs drukt dan de oppervlakte van de steen uit elkaar. Kenmerkend is dat alleen de buitenkant gebarsten is.

Nu gaan we een paar van de beschreven sporen dmv vragen nader bekijken.
Vraag 1, 1e steen.
Let op, deze steen ligt niet langs het pad
a. In de listing zie je 10 voorbeelden van stenen met sporen. Met welke foto komt deze steen volgens jou het meest overeen? (noem de naam onder het plaatje).
b. Leg uit hoe dit soort stenen hebben kunnen ontstaan?
Vraag 2, 2e steen.
Dit is een ijskanter.
a. Deze steen is ontstaan in het Saalien. Leg uit waarom dit verschijnsel/deze steen niet in het Weichselien heeft kunnen ontstaan.
Vraag 3, 3e steen.
a. Bij deze steen is aangegeven dat er gletsjersporen zijn te zien. Uit welke ijstijd moet deze steen dan wel dateren?
b. Leg uit waarom deze steen/dit verschijnsel alleen in deze ijstijd heeft kunnen ontstaan.
c. Naast de gletsjerkrassen zijn er ook nog andere sporen te herkennen op deze steen. Welke/wat voor sporen herken je?
Vraag 4, 4e steen.
Je ziet hier een flinke steen.
a. Deze steen heeft sporen die zijn ontstaan in het Weichselien. Kijkend naar de drie voorbeelden in de listing welke foto uit de listing (noem naam onder de foto) past dan het best bij de steen in de tuin volgens jou?
b. Klopt het eigenlijk wel dat de sporen van deze steen uit het Weichselien dateren? Staat de foto toch niet in de verkeerde paragraaf? Leg uit waarom wel of waarom niet.
Vraag 5.
Onder het kopje "Keien met overige sporen" zie je drie voorbeelden van keien met vorstsporen (diaklazen, quetschsteine en desquamatie). Zoek in de keientuin naar een steen met vorstsporen.
a. Stuur bij de beantwoording van de vragen (dus niet bij je log) een foto van de door jou gevonden steen mee waarop het verschijnsel duidelijk is te zien.
b. Welk vorstverschijnsel (één van de drie genoemde voorbeelden) laat de steen op je foto zien.
c. Leg uit hoe dit vorstverschijnsel heeft kunnen ontstaan.
d. De stenen in deze keientuin (ook de door jou gevonden steen hier) dateren uit het Saalien of Weichselien. Zou de steen/het verschijnsel dat jij gevonden hebt, ook in de huidige tijd nog kunnen ontstaan? Leg uit waarom je dat denkt.
6. Maak in de keientuin een foto van jezelf, je gps of een briefje met je geocacher naam. Je hoeft er dus niet zelf op staan maar de keientuin als achtergrond is wel belangrijk. Iedereen of ieder loggend team moet een aparte foto plaatsen! Vergeet niet de antwoorden in te sturen bij alleen via het berichtencentrum. Voldoe je niet aan beide voorwaarden dan word je log zonder aankondiging verwijderd.

Voorbeeld foto voor bij de log:

De volgende personen wil ik bedanken voor hun hulp bij het maken van deze EarthCache:
G Eggink, vrijwilliger bij het Hunebedcentrum
Gerard, geocacher GSST2F
GeoAwareNL, de EarthCache reviewer
Bronvermelding:
Hunebedcentrum
Kijkeensomlaag
zwerfstenenzoeken