Een beestenboel is een situatie waarin het een drukte van jewelste is, veroorzaakt door een grote hoeveelheid dieren. Een beestenboel kan ontstaan wanneer er veel dieren bij elkaar zijn en er geen duidelijke orde of structuur is. Dieren kunnen luidruchtig zijn, rommel maken en voor een algemene chaos zorgen. Denk bijvoorbeeld aan het geluid van blaffende honden, miauwende katten, kakelende kippen en knorrende varkens. Daarnaast kunnen dieren ook hun territorium afbakenen, waardoor er een gevecht kan ontstaan en de boel nog meer in de war raakt.
Deze beestenboel serie wordt in toom gehouden door de dieren minimaal 162 meter uit elkaar te houden. Als alle dieren hun plaatsje hebben gekregen, kun je tijdens de wandeling of fietstocht (soms de fiets even aan de hand) de dieren één voor één tegenkomen. Lawaai of rommel zal zeker niet door de dieren en hopenlijk ook niet door de geocachers worden gemaakt.

SLAKKEN of BUIKPOTIGEN zijn weekdieren. De naam buikpotigen verwijzen naar de gespierde onderzijde van het langwerpige lichaam, waarmee de dieren zich voortbewegen. Het lichaam van een slak bestaat voor een heel groot deel uit water. De slijmerige huid zorgt er bij landbewonende slakken voor dat de dieren niet uitdrogen. De belangrijkste functie van slijm ligt echter in de voortbeweging. Het zorgt er als het ware voor dat de weg geplaveid wordt, waardoor het dier zich al glijdend gemakkelijk over het substraat kan voortbewegen. Als een slak verticaal moet voortbewegen, wat meer grip vereist dan horizontaal bewegen, wordt een ander soort slijm afgescheiden.
De huisjesslakken worden gekenmerkt door een enkele schelp die meestal windingen heeft.